Waar Rotterdam zich opwerpt als architectuurstad en Amsterdam zich presenteert als media- en modestad, wil Eindhoven zich manifesteren als designstad. Design is er al volop maar de stad zelf blijft achter, waardoor creatief talent wegvloeit. Nieuwe plannen moeten het tij keren. ‘Eindhoven begint steeds meer te lijken op het Rotterdam van begin jaren negentig.’
door Cor Hospes
Eindhoven heeft geen denderend imago. Het medelijden dat je altijd voelde met een Romario of Ronaldo als die aan PSV werd overgedragen. Van de Copacabana naar Stratumeind, dat zijn twee uitersten. Geen wonder dat je die Braziliaanse voetballers vaker in Amsterdam zag. Het eerste wat ook buitenlandse ontwerpers vragen als ze een baan bij Philips Design in Eindhoven krijgen aangeboden: op hoeveel kilometer ligt Amsterdam? Waar ze dan ook terstond gaan wonen. Dat moet allemaal anders, Eindhoven wil zich profileren als designstad. Want design is innovatief en creatief, en dat klinkt sexy.
Iconen
Geen gek idee. De vijfde stad van Nederland herbergt immers twee internationale designiconen. Beide hokken in het hart van Eindhoven bijeen in een voormalige Philips-lampenfabriek met de mysterieuze naam de Witte Dame. Onderin zit de ontwerpafdeling van Philips, tegenwoordig Philips Design, die dit jaar haar jubileum viert met het boek 80 Years of Design: past tense, future sense. Met 450 medewerkers, waarvan 225 in de lichtstad is het de grootste ‘designfabriek’ ter wereld, die niet alleen werkt voor Philips, maar ook voor Nike, Levi’s, Orange en Securitas.
Het tweede designicoon is de voormalige ontwerpschool van Philips, Design Academy Eindhoven (DAE), door het gezaghebbende Britse designtijdschrift ICON onlangs op de vijfde plaats gezet in een top-21 van meest bepalende designpersonen, -producten en -instellingen wereldwijd. Jurgen Bey, Richard Hutten, Hella Jongerius en Marcel Wanders: welke Nederlandse designer van wereldfaam heeft er niet gestudeerd? Of in ieder geval eventjes, zoals in het geval van Wanders, die in 1980 na een jaar ‘vanwege een gebrek aan talent’ van school werd gestuurd. ‘Het klimaat was er toen heel anders. Voor studenten die experimenteerden met vormen en materialen was geen plek’, herinnert Wanders zich.
Onder leiding van bestuursvoorzitter Jan Lucassen ging medio jaren tachtig de sfeer om en veranderde de school later zijn naam van Academie Industriële Vormgeving in Design Academy. Om aan te geven dat er meer gebeurde dan het opleiden van industrieel ontwerpers. De huidige parttime directeur Lidewij Edelkoort, pakte de vernieuwingen op en zette de Design Academy voor het grote publiek op de kaart. Jurgen Bey: ‘Ik moest vroeger altijd uitleggen wat ik deed. Als je vandaag met een gekleurd stoeltje over straat loopt, weet iedereen dat je ontwerper bent.’
Bey studeerde tussen 1984 en 1989 in Eindhoven en geeft er ook les, zoals veel andere grootmeesters van Dutch Design. En dat blijft studenten aantrekken uit de hele wereld. Maar hoe gelukkig hij tijdens zijn studententijd ook in Eindhoven was, net als al die andere ontwerpers wist hij niet hoe snel hij na het behalen van zijn diploma de stad moest ontvluchten. ‘Dat was een soort erecode. Daar kwam bij dat Rotterdam de deur voor ontwerpers wijd openzette. Met lage huur voor woon- en werkruimte. Rotterdam wilde designstad zijn en had een eigen designprijs. Je zag dat het werkte. Als je faciliteert en een goed klimaat voor een creatieve brandhaard kweekt, waardoor mensen bij elkaar gaan zitten, komt de rest vanzelf.’
Hippe woon-werkwijk
Om de uitvlucht van designers een halt toe te roepen, wil Eindhoven zelf een ‘creatieve brandhaard’ opzetten. In Strijp-S. Dat oude Philips-complex van 27 hectare moet uitgroeien tot een hippe woon-werkwijk met de nadruk op kunst en design. Vijf jaar geleden al werden vermaarde architecten (Andrea Branzi, Alessandro Mendini en Peter Eisenman) uitgenodigd om samen met andere creatieven ideeën voor Strijp-S te bedenken. Ook Le Corbusier krijgt er waarschijnlijk zijn eerste gebouw in Nederland; een replica van zijn ‘Poème Électronique’, het tentvormige Philips-paviljoen dat hij met de Griekse architect/componist Iannis Xenakis ontwierp voor de wereldtentoonstelling van 1958. Te plaatsen op de vrijgekomen plekken van neergeslagen fabrieken. Fraai industrieel erfgoed mag rechtop blijven, waaronder het voorname Klokgebouw, dat een metamorfose zal ondergaan tot ‘cultuurfabriek’. Het voormalige Natuurkundig Laboratorium dient zich te ontplooien als een campus voor design en technologie met onder meer een ‘incubator’ met plek voor veel beginnende designbedrijfjes. En dat alles tegen aantrekkelijke huurtarieven en de back-up van coaches.
‘Eind 2007 moet het Natlab gebruiksklaar zijn. Zes jaar later de hele woon-werkwijk’, aldus Robert Jan Marringa van Design Connection Eindhoven, die de revitalisatie van Strijp-S coördineert en ook ruim tweehonderdduizend euro heeft gereserveerd voor de internationale profilering van de stad. Dat bedrag is volgens criticasters vooral bestemd om de tickets van Lidewij Edelkoort te bekostigen, want ja, de parttime directeur van de Design Academy en trendvoorspeller geldt als de designpaus van Eindhoven. Overal waar zij, overigens pro Deo verschijnt, gaat de rode loper uit, en wordt geknikt en gebogen. Zo gaat dat in Saint-Etienne, zo gaat dat in Helsinki, twee steden met een soortgelijk profiel als Eindhoven, met wie Lampegat een partnership is aangegaan onder de noemer Design & Technology Chain. Samen ben je tenslotte sterk.
Eeuw van het materiaal
In het nieuwe Europa draait het immers niet om landen maar om steden. En dan slaat Eindhoven internationaal zeker geen modderfiguur als het in navolging van Rotterdam (Materia) komt met een materiaalbibliotheek. Een initiatief van de Design Academy, de Technische Universiteit en Philips Design, dat moet uitgroeien tot een platform voor ontwerpers, leveranciers, opleidingen en kennisinstituten. Belangrijk zo’n bieb, zegt voorvechter Gerbrand Bas, omdat materiaal bij productontwerp steeds belangrijker wordt. Draaide het daarbij eerst om functionaliteit en later de prijs, nu moeten producten er vooral sexy uitzien.
En wat te denken van de mogelijkheden van nieuwe materialen? Bij Corus in IJmuiden zijn ze bijvoorbeeld bezig met de ontwikkeling van kunststof met een geïntegreerde metalen toplaag. Bij het DPI (Dutch Polymere Institute) in Eindhoven zijn kunststoffen met geleidende eigenschappen in de maak. Bas: ‘Beide kunnen al worden geproduceerd, maar dat gebeurt niet of nauwelijks omdat toepassingen ontbreken, terwijl er legio mogelijkheden zijn. Bij uitstek het speelterrein voor designers, en dus de Design Academy en de TU.’
Bas spreekt verder over human tissue engineering. Ooit het terrein van sciencefiction, waarbij uit menselijk weefsel nieuwe producten worden gekweekt. ‘Of nanomaterialen, waarbij je de moleculaire structuur van een materiaal verandert zodat het een nieuwe waarde krijgt. Zoals vuil- en waterafstotend glas. Heel geschikt voor flatgebouwen.’ Hij ziet al samenwerkingsverbanden in het verschiet met BASF, Bayer, Corus, 3M en andere bedrijven met een grote R&D-afdeling die zelf geen producten maken. ‘Als je je internationaal wil profileren, is zo’n materiaalbibliotheek natuurlijk een niet te missen kans. Vooral omdat je die al in verschillende andere steden hebt. Waaronder in Keulen, Milaan en New York (Material Connexion), München (Design Affairs) en Parijs (Materió). Deze eeuw is niet voor niks al de eeuw van het materiaal genoemd.’
Calimerocomplex?
Politiek, bedrijfsleven, de Technische Universiteit, TNO Industrie, Design Academy, iedereen in Eindhoven investeert mee in de designpolonaise. En die raakt evenzo het culturele klimaat van de stad. Want dat is nog steeds een probleem: Eindhoven als stad heeft ontwerpers niks te bieden. Sterker: tweederde van de creatieve industrie beoordeelde twee jaar geleden het culturele klimaat van Lampegat en omstreken als matig tot ronduit slecht, aldus het rapport Het Creatieve DNA van de regio Eindhoven van Stichting Alice. Ontwerpers mogen nu alvast meedenken over de openbare ruimte. Maar straatmeubilair voorzien van toefjes designslagroom, Jurgen Bey moet er niet aan denken. ‘Dan is het net alsof je vanuit het station regelrecht je studio binnenloopt.’
Niettemin hoge nood. Maar waarom ineens die samengeknepen billen? Philips Design en de Design Academy, beide bestaan toch echt al jaren. En was het niet juist zo dat die laatste zijn Graduation Shows jaren achtereen liever in Amsterdam liet plaatsvinden? Want wat hadden bezoekers te zoeken in Eindhoven, niet waar?
Misschien zit het in de aard van het beestje, denkt Marringa van Design Connection Eindhoven. ‘Brabanders zijn te bescheiden en te schuchter. Ze zeggen hier niet graag over zichzelf hoe goed ze zijn. Het is een beetje dat PSV-verhaal. Ook al wordt die club nog zes keer landskampioen, we blijven ons hier minder gewaardeerd voelen dan Ajax en Feyenoord.’ Calimerocomplex? Nee, vindt Marringa. ‘Toen de VOC-schepen al van Amsterdam vertrokken, liepen ze hier nog achter de varkens aan. Amsterdam en ook Rotterdam varen gewoon veel langer internationaal mee. We zijn nog maar net op zeilkamp.’
Die zeillessen zijn hard nodig. Alle stadsbestuurders ter wereld kennen intussen het boek Creative Capitals van Richard Florida. En daarin fungeert design als eureka-begrip. Tal van steden organiseren plotsklaps designbiënnales. Design ontpopt zich steeds meer tot de nieuwe marketing. Met de zoveelste sticker ‘nu nog beter’ of ‘vernieuwd’ kan je je niet langer met je product onderscheiden. De kwaliteit doet immers amper nog voor dat van de concurrent onder. Wel kan je scoren op het gebied van vormgeving en onderzoek. Dus daarmee wordt design ook meer en meer voor het bedrijfsleven interessant.
Ondanks de meerwaarde van design voelt Philips zich niet geroepen die boodschap regionaal uit te dragen. Natuurlijk: Philips is een internationaal georiënteerd bedrijf, het hoofdkantoor van Philips Design zit in Eindhoven, zoals het hele bedrijf sterk geworteld zit in de stad. ‘Maar dat now or never maakt voor ons als wereldwijd bedrijf niet uit. We hebben er ook geen belang bij geld te steken in disco’s, behuizing en kroegen om het designers hier naar de zin te maken’, meent Hans Robertus, senior studio director Philips Design.
‘Als de hele regio er nu niet de schouders onder zet, pikken andere steden design in als unique selling point en is het voor Eindhoven te laat’, zegt John Lippinkhof van Designplatform Eindhoven, die de stad al jaren op de kaart van Nederland probeert te zetten als epicentrum van design. ‘Niet door middel van een beurs of festival, nee, wij tonen de achterkant van design. De ontwerpers, processen, marketing, materiaalkeuze en communicatie. Om te verduidelijken dat design over meer handelt dan banken en tandenborstels. Wij willen dat graag naar een hoger plan trekken. Met lezingen, workshops en de Dutch Design Week in oktober, die vorig jaar goed was voor ruim twintigduizend bezoekers. En die komen heus niet alleen uit Brabant.’
Designhoofdstad
Wat ook niet alleen uit Brabant komt, zijn de inzendingen van de Nederlandse Designprijzen, waarvan Eindhoven de organisatie in huis sleepte. Nou ja sleepte, die kocht de stad van Amsterdam voor veertigduizend euro. Inclusief een fikse schuld die de organisatie daar had achtergelaten. Dikke neus naar Amsterdam natuurlijk. Maar hoe goed ook dat Eindhoven de prijzen redde, en hoe terecht ook dat Eindhoven zich designhoofdstad van ons land mag noemen, eigenlijk had dat natuurlijk Amsterdam of Rotterdam moeten zijn, vindt Marcel Wanders. ‘Vooral in Amsterdam laten ze zich de kaas van het brood eten. Ik hoorde pas in april dat Amsterdam september heeft uitgeroepen tot designmaand. Zo goed zijn ze daar in het promoten van design. In Eindhoven zijn ze daar veel actiever mee bezig. En met de Design Academy en Philips Design heeft de stad natuurlijk een enorme voorsprong.’
In Eindhoven zijn ze van alle ontwikkelingen zo duizelig geworden dat ze zichzelf alvast hebben gekroond tot Europese Designhoofdstad 2006. Een Europese Cultuurstad maar dan anders. Brussel moet aan de zelfbenoemde eretitel nog zijn goedkeurig geven. Dus op de officiële benoeming moet Eindhoven nog even wachten. Niettemin zegt de borstklopperij wat over het veranderende klimaat in de stad. Want waar is die provinciale bescheidenheid gebleven? Ook Bey en Wanders merken het: studenten van de Design Academy vliegen niet meer linea recta na hun afstuderen de stad uit. Wanders: ‘Ik heb het idee dat tegenwoordig dertig procent blijft hangen, en dat gaat een effect krijgen. Eindhoven begint steeds meer te lijken op het Rotterdam van begin jaren negentig. Door al die lege Philips-gebouwen komt ruimte vrij in de stad, terwijl Rotterdam zich meer op de kunsten gaat richten.’
Bey vliegt binnenkort opnieuw uit. Naar het o zo huurvriendelijke Kraggenburg om precies te zijn. Kraggenburg ja, in de Noordoostpolder. ‘Het mooiste landschap wat er bestaat, en het meest Nederlandse landschap ook. Meer inspirerend kan voor mij niet. Incubators, materiaalbibliotheken en Dutch Design weken, prachtig, maar het draait allemaal om inspiratie.’

NB: Het duurt even, minstens een minuut, voordat je reactie online staat als je niet bent ingelogd. Je hoeft je reactie niet nogmaals in te zenden.