07 :: Heb je even?

Userpica

Een vaste telefoon, een mobiele telefoon, e-mail, instant messaging, collega’s aan je bureau... Het leven in de multitasking-maatschappij bestaat voor velen uit een onaflatende stroom van interrupties. Sommige mogen dan nodig zijn, soms zelfs wenselijk, maar over het algemeen worden we er gestoord van. Hoe krijgen we er controle over? Hoe brengen we orde in de chaos? Maak kennis met ‘life hacking’.

door Clive Thompson


Gloria Mark werd in 2000 aangenomen als professor aan de Universiteit van Californië in Irvine. Tot die tijd leidde ze een relatief rustig bestaan als onderzoeker. Maar al dat veranderde toen ze aan haar nieuwe baan begon. Mark verscheen iedere ochtend vol goede moed en energie op de faculteit met het voornemen haar ‘to do’-lijstje af te werken, om vervolgens continu van haar werk te worden gehouden door een niet aflatende stroom van interrupties. Mail, verzoekjes, telefoon, bezoek... Aan het eind van een dag vol onderbrekingen had Mark een fractie van het geplande werk verricht. Dit is waanzin, dacht ze.
Meer mensen worden helemaal gek van multitasking op de werkvloer, maar Mark is een wetenschapper die zich heeft toegespitst op de interactie tussen mens en computer - met name op het effect dat hightech apparaten op ons gedrag hebben - en dus besloot te onderzoeken hoe gek we allemaal wel niet zijn geworden.

Begin 2004 kreeg Mark toestemming van twee hightech bedrijven aan de Amerikaanse westkust om hun werknemers te bestuderen die zich een weg banen door het chaotische kantoorleven van vandaag de dag. Een van Marks studenten, Victor Gonzalez, keek hoe vaak de werknemers werden onderbroken en hoe lang elke werknemer zich kon richten op één specifieke taak. Zo kwam er een beeld van de 21ste-eeuwse werkplek naar voren dat in de woorden van Mark ‘vele malen erger was dan ik ooit had kunnen vermoeden.’ Werknemers spenderen slechts elf minuten aan een bepaald project voordat ze onderbroken worden om aan een ander project te beginnen. Daarbij konden elk van die zogenoemde ‘elf-minutenprojecten’ ook weer worden onderverdeeld in taken van zo'n drie minuten, zoals het beantwoorden van mail, het lezen van een webpagina of het werken aan een spreadsheet. En elke keer dat een werknemer van een bepaalde taak werd gehouden duurde het gemiddeld 25 minuten voordat hij weer aan de slag kon met de oorspronkelijke taak.
Alhoewel interrupties irritant zijn, gaf Marks onderzoek ook aan dat ze vaak van cruciaal belang zijn bij het verrichten van kantoorwerk. Een dringend mailtje over een opdracht bijvoorbeeld, of een mobiele oproep die je net uit de nesten helpt. Onderbrekingen zijn niet alleen een plaag die mensen van het werk houdt, soms ís het hun werk.
Maar als er niet aan hightech onderbrekingen te ontsnappen valt, kunnen we ze dan misschien zo sturen dat we wel profiteren van alle voordelen, maar minder last hebben van de nadelen? Bestaat er überhaupt zoiets als de perfecte onderbreking?

Multitasking
Mary Czerwinski vroeg zich dit voor het eerst af toen ze werkte in de ruimte of all places. Als een van ’s werelds voornaamste experts op het gebied van onderbrekingen werd Czerwinski in 1989 ingehuurd door Lockheed om NASA te helpen met het ontwerpen van informatiesystemen voor het International Space Station. NASA had een probleem: hoe een drukke astronaut te onderbreken tijdens het werk? Op het ruimtestation voeren astronauten tientallen experimenten uit terwijl ze het waarschuwingssysteem van het station in de gaten houden voor eventuele fatale mechanische mankementen. NASA wilde hun waarschuwingen perfect afstemmen op de menselijke spanningsboog: als een waarschuwing te veel afleidt kan dit de astronauten hinderen en kostbare experimenten verstoren. Zijn de waarschuwingen te subtiel dan worden ze misschien niet opgemerkt. NASA zocht een gulden middenweg.
Het viel Czerwinski kwam tot de conclusie dat de wijze waarop iets wordt medegedeeld van enorm belang is. Een tekstuele onderbreking merkt de astronaut waarschijnlijk niet op, doordat de tekst ‘verdwijnt’ tussen de vele andere documenten op zijn scherm. Trompetgeschal zou zeker niet onopgemerkt blijven, maar doet de zenuwen van de astronauten ook niet veel goed. Daarom kwam Czerwinski met het idee van een visual graphic, een soort pentagram waarvan de zijdes van kleur veranderen afhankelijk van het type probleem dat zich voordoet.
De zogeheten onderbrekingswetenschap is al meer dan honderd jaar oud en kwam op toen radiotelegrafisten te maken kregen met informatietechnologie. Een baan vol stress en tijdsdruk. Radiotelegrafisten bleken meer fouten te maken met het verzenden van een bericht als er tegelijkertijd tegen ze gesproken werd. Later ontdekten psychologen dat presentatie van gegevens van enorm belang is wanneer werknemers data moeten monitoren. Gebruikmakend van deze kennis, werden de cockpits van vechtpiloten zo ingedeeld dat alle data in een oogopslag gelezen kon worden. In de jaren negentig werd de computer - tot die tijd niet meer dan een veredelde wordprocessor en calculator - een onmisbaar apparaat op kantoor. ‘Multitasking’ deed zijn intrede. In plaats van uren achtereen aan één programma te werken, kon een computer aan verschillende programma’s tegelijkertijd werken. De trend werd voortgezet met de komst van internet. De computer werd ons voornaamste communicatiemiddel met als gevolg dat men werkt met zeer complexe computers die mail, tekstdocumenten, PowerPoint-presentaties, spreadsheets en webbrowsers allemaal tegelijk laten lopen. In het moderne kantoor zijn we allemaal vechtpiloten.

‘Oververbonden’
Informatie is geen schaars goed meer, aandacht wel. Twintig jaar geleden had een kantoormedewerker twee soorten communicatiemiddelen: een telefoon, waarmee direct gereageerd kon worden, en de post, waarmee een antwoord soms dagen op zich kon laten wachten. Nu hebben we tientallen communicatiemiddelen. Hoe snel wordt men geacht op een mailtje te reageren? Of op een instant message? Computergerelateerde onderbrekingen zijn sowieso een heikel punt: het is nu eenmaal moeilijk in te schatten of een mail het waard is om je werk voor neer te leggen, zonder hem eerst te lezen. De programma’s die we gebruiken zijn eigenlijk zo ontworpen dat ze allemaal onze aandacht opeisen als een stel dreinende peuters.
Linda Stone, een software executive die zowel voor Apple als Microsoft heeft gewerkt, ziet het wat positiever. Ze ziet zelfs voordelen in de ‘voortdurende gedeeltelijke aandacht’ die de niet aflatende stroom van onderbrekingen tot gevolg heeft. Stone: ‘De continue roep om aandacht kan als positief worden ervaren. Het geeft een mens het gevoel dat hij belangrijk is, dat hij leeft. We willen ons allemaal verbonden voelen met van alles en nog wat.’ Maar wat gebeurt er als je dit tot in het extreme doorvoert? Dan raak je ‘oververbonden’. Dus om niet helemaal door te draaien zoek je naar de gulden middenweg, maar hoe vind je die?
Het is juist die middenweg die Czerwinski en de andere computerwetenschappers van haar generatie proberen te omschrijven en af te bakenen. Toen ik haar voor het eerst ontmoette op de gang van Microsoft vond ik haar nou niet bepaald de aangewezen persoon om de kunst van het concentreren te bestuderen. Het leek of ze zelf aan een concentratiestoornis leed: een 44-jarige vrouw, pagekopje, en de elektrische lichaamstaal van een tiener. ‘Ik ben zo’n spast’, zei ze terwijl ze richting de cafetaria liep voor een ‘bio-break’. Haar kantoor bleek het schoolvoorbeeld van een door de computer gestuurd bestaan: drie enorme computerschermen met wel dertig open windows vol e-mails, instant messages en een klein dozijn aan internetpagina’s. Czerwinski vindt het al een hele prestatie als ze twintig minuten zonder onderbreking aan iets kan werken. Ze blijft vaak nog rondhangen na het werk om alsnog - ongestoord - data in te voeren.

Post-it
In 1997 vroeg Microsoft of Czerwinski wilde komen werken bij Microsoft Research Labs, een speciale divisie waar zij en andere gestudeerden de gelegenheid kregen om te bestuderen welk effect computers hebben op menselijk gedrag. Czerwinski ontdekte dat de computerindustrie merkwaardig weinig wist over hoe mensen daadwerkelijk gebruik maken van hun computers. Microsoft had tienduizenden softwarepakketten verkocht, maar nog nooit het werkritme - en eventuele onderbrekingen - van de gebruikers bestudeerd. Hoe lang werkten ze aan een document? Wat hield hen van hun werk en waarom?
Om dit alles precies te onderzoeken, installeerde Czerwinski software op de computers van een handvol vrijwilligers die hen de hele dag in de gaten hield. Elke klik op de muis werd opgeslagen. Ze ontdekte dat computergebruikers enorm onrustig waren. Gemiddeld stonden er acht verschillende windows tegelijkertijd open - een paar e-mails, misschien een website en een PowerPoint-presentatie. Nog verbazingwekkender was dat gebruikers nauwelijks twintig seconden naar een bepaald document keken, voordat er weer een andere werd geopend. Waarom dit constante heen en weer geklik? Deels heeft het te maken met de lay-out van de hedendaagse computers. Een modern computerscherm kent weinig visuele ruimte. Alsof je werkt aan een bureau dat zo klein is, dat je maar één A4-tje per keer kan bekijken. Als iemand tijdens het werk wordt gestoord, kan het daardoor 25 minuten duren eer hij terugkeert bij het oorspronkelijke document. Als het werk eenmaal is ondergesneeuwd door een lawine van onderbrekingen, vergeet een kantoormedewerker vaak waar hij mee bezig was. We geven niet graag toe dat we zo vluchtig te werk gaan, maar we doen het wel. Onderzoekers hebben ontdekt dat werknemers in veertig procent van de gevallen een hele andere kant op vliegen nadat zij van hun werk zijn gehaald door weer een onderbreking. Czerwinski kwam tot de conclusie dat het gevaar niet schuilt in de onderbrekingen zelf, maar de gevolgen die ze hebben op ons korte-termijngeheugen: wat was ik in godsnaam aan het doen zojuist?
Terwijl Gloria Mark en Mary Czerwinski ieder apart de bureaus van hun proefpersonen bestudeerden zagen zij beiden hetzelfde: Post-its. Werknemers schreven de welbekende gele plakkers vol met haast onleesbare herinneringen voor werk dat nog gedaan moest worden. (Test PB, DAN’s pc oplappen - wachten op AL’ was een van de berichten die Mark vond.) De Post-its werden in het gezichtsveld geplaatst, vaak in de vorm van een aureool rond het computerscherm.

Radarscherm
Terwijl Czerwinski rondliep op de campus van Microsoft merkte ze op dat veel mensen twee of drie schermen aan hun computer hadden gekoppeld. Elk scherm had een andere functie: rechts voor mail, links voor internetpagina’s en midden voor het document waaraan gewerkt werd. Zodat alles in een oogopslag te zien was. Maar hebben meer schermen ook een positief effect op de waarneming? Om hierachter te komen, voerde het team van Czerwinski een experiment uit, waaruit naar voren kwam dat mensen op een scherm van 42 inch een taak ten minste tien procent sneller afronden dan op een scherm van vijftien inch. Bovendien bleek multitasking minder belastend voor de hersenen. In twee decennia van onderzoek had Czerwinski nog nooit gezien dat zo’n kleine aanpassing van een computersysteem zo'n significant effect had op de productiviteit van de gebruiker.
Hoe overzichtelijker het scherm, hoe kalmer de hersenen. En dus begon haar groep tools te ontwikkelen die optimaal gebruik maken van de schermgrootte, door documenten en programma’s zo te groeperen dat het geheel in een oogopslag is te zien. In weer een ander experiment plaatste ze een kleine, ronde, heen en weer bewegende window aan een kant van het scherm; de bewegende rondjes geven aan welke zaken aandacht vereisen, zoals de grootte van de inbox of een naderende bijeenkomst. Het geheel lijkt precies op een radarscherm zoals die ook te vinden is in de cockpit van een gevechtsvliegtuig.

Lowtech
Eind 2003 had schrijver Danny O’Brien er schoon genoeg van dat hij nooit genoeg werk gedaan kreeg. Zeventig van de meest productieve mensen die hij kende, veelal softwareontwikkelaars, stuurde hij een vragenlijst, in de hoop erachter te komen hoe het toch mogelijk was dat zij in staat waren zo veel output te leveren. O’Brien vermoedde dat ze allemaal dezelfde soort trucs hadden. En dat bleek inderdaad het geval, maar de suggesties waarmee de geeks kwamen bleken verassend lowtech. Geen van hen maakte gebruik van ingewikkelde technologie om hun ‘to do’-lijstjes af te werken, dus geen Palm Pilots of speciale software. In plaats daarvan gaven ze allen de voorkeur aan een simpel programma waarin ze hun hele hebben en houden en alle afspraken en dergelijke invoerden. Sommige geeks openden een Word-document en gebruikten het als tweede stel hersenen om allerhande informatie in te dumpen. Anderen mailden herinneringen naar zichzelf, omdat ze er zeker van konden zijn dat zij hun inbox de hele dag door bekeken.
Veel van O’Briens geeks waren ook vervend aanhanger van Getting Things Done, een systeem ontwikkeld door David Allen, goeroe op het gebied van persoonlijke productiviteit en een man die consulten en seminars geeft aan Fortune 500-bedrijven en hele auditoriums in Sillicon Valley vult met menig gespannen werknemer. Allens systeem leunt op dezelfde bevindingen als die Mark en Czerwinski hebben gedaan in hun onderzoek naar het geheugen: als de te verrichte taak niet recht voor je neus staat, zal je hem half vergeten op het moment dat je wordt afgeleid. En dus zegt Allen dat je op het moment dat je van je werk wordt gehaald, snel op de onderbreking moet reageren. In het geval dat het langer dan twee minuten dreigt te duren, voeg je de nieuwe taak getrouw toe aan het ‘to do’-lijstje, dat je raadpleegt zodra de onderbreking voorbij is.
‘Feitelijk biedt David Allen een programma dat je als software af kan spelen in je hoofd en automatisch kan volgen’, aldus O’Brien. ‘Dus als dit gebeurt, doe je dat. Je handelt als een robot, wat geeks natuurlijk helemaal geweldig vinden.’
O’Brien vatte zijn onderzoek samen in een lezing getiteld Life Hacks, die hij in februari 2004 gaf tijdens het O’Reilly Emerging Technology Congres. Vijfhonderd congresbezoekers probeerden de lezing bij te wonen in hun wanhopige zoektocht naar nieuwe manieren om orde in de informatiechaos aan te brengen. Het jaar erop gaf O’Brien dezelfde lezing en was er weer een enorm gedrang om binnen te komen. In de zomer van 2005 was de ‘life hacks’-hype uitgegroeid tot een hele beweging. Er waren tientallen life-hackingwebsites waar aanhangers tips gaven over hoe je de chaos kan reduceren. Daar zaten veel slimme suggesties bij. O’Brien schreef een programma voor zichzelf dat, terwijl hij surft, iedere tien minuten met een berichtje op het scherm vraagt of hij niet weer aan het werk moet. Het blijkt dat een groot gedeelte van life hacking inhoudt dat je nee moet leren zeggen.

Indexkaartjes
‘In alle eerlijkheid denk ik dat we veel van deze dingen zelf op onze nek halen’, zegt Merlin Mann, oprichter van de populaire life-hackingsite 43folders.com. ‘We vallen liever ter plekke dood neer dan dat we ons ook maar een paar minuten vervelen en dus omringen we ons met allerlei afleidingen. We hebben een collectie van twintigduizend digitale foto's in plaats van tien stuks die we echt mooi vinden. We hebben meer tv-programma’s geprogrammeerd dan dat we ooit zullen zien.’ In het afgelopen jaar is Mann langzaam afgekickt: hij annuleerde zijn Netflix-account, sorteerde zijn instant-messaging buddy list zodat alleen nog echt goede vrienden contact met hem kunnen zoeken en zette zijn e-mailprogramma zo op dat hij maar één keer per uur wordt lastig gevallen met mails. (‘Tenzij je werkzaam bent in een Koreaanse raketsilo, hoef je echt niet elke twee minuten je mail te checken’, aldus Mann.)
Mann deed ook zijn Palm Pilot weg en koos voor een simpelere manier van organizen. Hij kocht indexkaartjes, voegde ze samen met een clip en noemde het de Hipster P.D.A. - de ultieme low-fi organizer, volledig van papier.

Timing
In de jaren twintig van de vorige eeuw deed de Russische wetenschapper Bluma Zeigarnik enkele experimenten die een bijzonder licht wierpen op een intrigerend aspect van onderbrekingen. Ze liet verschillende proefpersonen werken aan een puzzel en onderbrak ze op verschillende momenten. Ze ontdekte dat diegenen die aan het begin van hun taak waren onderbroken, de minste kans hadden om de puzzel af te maken. Omdat deze personen nog geen kans hadden gezien om mentaal te investeren in de taak die ze moesten uitvoeren, hadden zij moeite om de draad weer op te pakken.
Gloria Mark ontdekte verder dat werknemers in een kantoorsituatie meer onderbroken werden dan degenen die op afstand of thuis werkten. Maar de kantoormedewerkers hadden wel ‘betere’ onderbrekingen; collega’s konden zien of iemand het druk had of juist niet, en onderbraken elkaar daardoor op de juiste momenten. Waarom werken computers niet zo? In plaats van ons te alarmeren over e-mails en instant messages op het moment dat ze binnenkomen, zouden computers ze pas moeten overhandigen op het moment dat onze hersenen het meest relaxed zijn.

Alziend oog
Op een middag reed ik over de Microsoft campus om een man te bezoeken die precies dat mogelijk wil maken: een computer die gedachten kan lezen. Zijn naam is Eric Horvitz en hij is een van Czerwinski’s collega’s in het lab. De afgelopen acht jaar is Horvitz bezig geweest met het bouwen van netwerken voorzien van artificiële intelligentie (AI) die zorgvuldig het gedrag van de computergebruiker bestudeert, om het perfecte moment te voorspellen waarop de gebruiker mentaal beschikbaar is voor onderbrekingen. Horvitz liet me zien hoe het werkt. Hij wees me op een aantal belletjes op het scherm, die bepaalde aspecten van Horvitz' gedrag observeerden. Bijvoorbeeld hoe lang hij een e-mail leest, hoe lang hij erover doet om een berichtje te schrijven, hoeveel tijd hij spendeert aan één programma voordat hij naar het andere overschakelt. Enger is dat het AI-programma Horvitz met een microfoon afluistert en met een webcam in de gaten houdt hoe druk hij is en of hij al dan niet bezoek heeft. Net als HAL uit de film 2001: A Space Odyssey! En ja hoor, toen ik een blik wierp op Horvitz' computerscherm, ging er een rood lampje branden. ‘Het luistert naar ons’, zei Horvitz met een glimlach. ‘De microfoon staat aan.’
Het blijkt geen gemakkelijke opgave voor een computer om uit te vogelen hoe druk een gebruiker het heeft, omdat iedereen op zijn eigen manier druk is. Een programmeur valt misschien stil als hij het druk heeft, terwijl een manager die stilzit achter een scherm juist een indicatie kan zijn van iemand die zijn tijd zit te verdoen. Bij het trainen van Horvitz' AI-programma moet je aangeven wanneer je het best gestoord wordt en wanneer niet, zodat de computer de persoonlijke patronen begint te herkennen. Maar na een paar dagen training begint het feest, want dan neemt de computer het heft in handen en probeert hij je gedrag te voorspellen. Horvitz klikte op een icoontje voor ‘Paul’, een werknemer die verderop in het gebouw aan het werk was op een laptop. Volgens het AI-programma was Paul nu even niet aan het werk, maar zou hij binnen vijf minuten zijn mail weer checken. En dus was het volgens Horvitz een goed moment om Paul te mailen; dan kon hij direct antwoord verwachten. En als je Paul wilde bezoeken dan kon dat volgens het programma het beste na ongeveer dertig minuten, want dan zou Paul weer terugkeren naar zijn werkplek.
Met dit soort technische hulpstukjes zouden computerprogrammeurs onze e-mailprogramma’s en zelfs onze telefoons zo kunnen aanpassen dat ze fungeren als persoonlijke butlers die ons met rust laten als het te hectisch is en ons alleen storen als de storm is gaan liggen. Horvitz’ eerste prototypes bieden een indrukwekkend overzicht van wat mogelijk is. Een e-mailprogramma dat hij zo’n zeven jaar geleden ontwikkelde met de codenaam Priorities analyseert de inhoud van binnenkomende mailtjes om ze vervolgens te rangschikken op hoe belangrijk ze zijn en hoe je relatie met de verstuurder is, om dit vervolgens weer af te zetten tegen hoe druk de gebruiker is. Enorm belangrijke berichten worden direct verzonden, de rest moet wachten tot de gebruiker het minder druk heeft. Toen Czerwinski het programma voor het eerst gebruikte, kon ze maar liefst drie uur lang werken voordat ze werd gestoord met een eerste bericht. De software bepaalde ook, tot de verbazing van tenminste één Microsoft-werknemer, dat e-mails afkomstig van Bill Gates niet altijd even belang zijn, aangezien Gates nogal lange meditatieve berichten naar zijn werknemers stuurt.

De serene computer
De vraag is of Microsoft deze kalmerende technologie ook echt in onze computers zal verwerken. David Gelernter, professor aan Yale en al jaren een fervent criticus van de moderne computer: ‘Microsoft kan het wel, maar of ze ook voldoende gemotiveerd zullen zijn... Zij zijn meer geïnteresseerd in het overladen van consumenten met nog meer gadgets.’ Het antwoord zullen we pas in de herfst van 2006 krijgen, als Microsoft zijn nieuwe besturingssysteem Vista uitgeeft. Hoewel Czerwinski en Horvitz niet graag speculeren over welke van hun innovaties zullen worden gebruikt in het nieuwe systeem, liet Horvitz zich ontvallen dat het systeem ‘waarschijnlijk’ enkele programma’s zal bevatten die in de gaten houden hoe druk een gebruiker het heeft.’ Hij gelooft wel dat Microsoft op den duur met software zal komen om de werkvloer vol onderbrekingen enigszins te kalmeren, al kan dat even duren. ‘Ik zie de taak als een maanlanding waarvan ik geloof dat Microsoft het kan doen’, aldus Horvitz.
Veel van de life hackers zijn trouwens geen aanhangers van Microsoft, maar van Apple, Mircosofts enige echte concurrent in het maken van besturingssystemen, en een bedrijf dat zich altijd bewust lijkt te zijn geweest van de noodzaak om de desktop te simplificeren. Toen Apple in 2005 zijn laatste besturingssysteem, Tiger, lanceerde, introduceerde het ook Dashboard - een collectie programma’s die elk een simpele taak uitvoeren, zoals het weergeven van het weer. Tiger heeft ook een ‘single-key’-hulpmiddel: met een druk op de knop verschijnen alle geopende windows in een soort bingokaart. Verder zorgt een supersterke zoekmachine ervoor dat verloren documenten sneller worden teruggevonden. Microsoft probeert met Apple mee te komen en dus zal Vista veel van dezelfde toepassingen hebben, al zullen er ook nieuwe worden toegevoegd, waaronder een 3D-optie waarmee je alle geopende windows in een keer kan zien.
Linda Stone, die met directeuren van zowel Microsoft als Apple heeft gewerkt, is van mening dat er een verschuiving in de computerindustrie gaande is. Nu we helemaal gek worden van multitasking, vinden we technologie die ons beschermt belangrijker. We zijn dol op Google, omdat het juist niet het hele net naar ons brengt, maar de informatie filtert en ons alleen die sites laat zien die we daadwerkelijk nodig hebben. In deze tijd van informatieovervloed, is de winnende technologie er een die ons tegen de rest van de wereld beschermt.
Toch zal zelfs Apple niet in staat zijn om de ultieme serene computer samen te stellen. Zelfs de meest nerdy life hackers hebben ondervonden dat ze hun Apples nog moeten voorzien van zelfbedachte oplossingen en zelfs dat is soms niet genoeg. Sommige experts zijn van mening dat het basisontwerp van de computer moet veranderen: zolang computers informatie hoofdzakelijk via een scherm weergeven, hou je problemen met de toevoer van informatie. Alsof je een oceaan leegzuigt met een rietje. David Rose, expert op het gebied van computerinterfaces, denkt dat computers zich los moeten zien te weken van het scherm en er een manier moet worden gevonden om informatie weer te geven in de wereld om ons heen, net zoals de klok op de muur ons in een oogopslag vertelt hoe laat het is. Willen computers echt minder afleiden, dan moeten ze minder op computers lijken. Maar tot die tijd zullen de computerschermen volgeplakt blijven met Post-its.


door Erwin van der Zande, 08-02-2006 22:49 31328 views
The Bright Bunch
inloggen aanmelden

Wie is nu Hier?

Er zijn momenteel 3 Bright Bunch leden en 123 bezoekers online.