KPN biedt sinds april een flat fee-abonnement voor vaste telefonie. Het geeft zich daarmee gewonnen aan internettelefonie. Met deze aardverschuiving verdwijnt niet alleen de tik maar ook het telefoonnummer en de hele notie van opbellen. Hoe internettelefonie de manier waarop we met elkaar communiceren verandert en de statusoptie introduceert bij het bellen. Away, busy of offline?
door Francisco van Jole
In april introduceerde KPN BelVrij Altijd. In het kort is het een abonnement zonder tikken, tegen een vast tarief van nog geen veertien euro. Het lijkt niets anders dan een zoveelste uitbreiding van het aanbod. Maar in feite is het is niets minder dan een totale overgave. De overwinning is door niemand geclaimd, nergens zijn dansende massa’s de straat op gegaan. Toch is met de aankondiging van KPN en die van andere telecombedrijven een 35 jaar durende digitale guerrilla beslecht. Een oorlog tussen David en Goliath. Met als Goliath de almachtige telecombedrijven en in de rol van David de phone phreaks. Al kent de wereld ze onder een andere naam: hackers.
In oktober 1971 publiceerde het Amerikaanse magazine Esquire een artikel onder de titel Secrets of the Little Blue Box. Daarin werd voor het eerst de wereld van de phone phreaks geopenbaard. ‘Weet je, een paar jaar geleden maakte de telefoonmaatschappij een grote fout’, legt een phone phreaks uit. ‘Ze waren zo onbezonnen om in een technisch tijdschrift een overzicht te publiceren van frequenties waarmee ze al hun tonen genereerden.’ Met die tonen werden telefooncentrales bestuurd. De tonen bepaalden wie met wie sprak, waar gesprekken heen voerden, hoeveel geld ze kostten en nog veel meer.
Een phone phreak las het stuk en bouwde in een halve dag een apparaat waarmee hij die tonen zelf kon genereren: een blue box. Hij was niet de enige. Er ontstond een klein guerrillalegertje van technisch onderlegden die er met technische trucjes in slaagden de controle over telefoonnetwerken gedeeltelijk over te nemen. De beroemdste van hen is ongetwijfeld Captain Crunch, alias John T Draper. Vietnam-veteraan Draper ontdekte dat de gratis plastic fluitjes die bij de pakken cornflakes van Cap’n Crunch zaten, over een magische kracht beschikten. Als ermee in de telefoonhoorn werd geblazen, werd door de 2600 Hz-frequentie van dat geluid de kostenteller uitgeschakeld. Tik. Gratis bellen.
Deze lieden waren de eerste hackers op de planeet.
Belrebellie
De truc van het fluitje werd aanvankelijk vooral gebruikt door blinde kinderen die elkaar op zomerkampen in de VS ontmoetten maar die na afloop geen contact meer konden houden vanwege de torenhoge tarieven voor long distance calls. Met de gratisbeltruc konden ze hun vriendschappen in stand houden. Andere technofreaks sloten zich aan en er ontstond een hackerscircuit waar de eerste ideeën over vrije communicatie en gratis bellen opbloeiden.
Draper leerde de truc aan twee tieners, Steve Wozniak en Steve Jobs, de latere oprichters van Apple. Een paar keer werd hij opgepakt en veroordeeld, maar ondanks alle acties van de politie kwam de hackerscultuur tot bloei. Het doel: vrije communicatie, gratis bellen. En dat betekende oorlog aan de telecombedrijven. In de jaren tachtig en negentig bijvoorbeeld onthulde het Nederlandse hackerstijdschrift HackTic van Rop Gonggrijp, een van de oprichters van Xs4all, regelmatig methoden om gratis te bellen. Hij werd er zowat staatsvijand nummer een door.
De belrebellie bloedde halverwege de jaren negentig dood met de opkomst van internet en het einde van de telefoonmonopolies. De prijzen voor telefoonverkeer daalden spectaculair en internet voorzag in de behoefte van onbeperkte communicatie. Het einde van de vervloekte telefoontik leek in zicht, maar de zekere dood liet toch langer op zich wachten dan gedacht. In augustus 2003 werd Skype gelanceerd. Toestellen die voor Skype geschikt zijn, kwamen in de winkels en het pleit was definitief beslecht. De digitale guerrillastrijd was gestreden.
Inmiddels telt Skype wereldwijd honderd miljoen geregistreerde gebruikers en overweegt volgens KPN driekwart van alle Nederlanders om over te stappen op internettelefonie. Op 1 april 2006 gaf KPN zijn belangrijkste inkomstenbron prijs en maakte het de capitulatie bekend: de telefoontik wordt afgeschaft. Vooralsnog geldt de kostenopheffing alleen voor het binnenlandse vastelijnenverkeer, maar een soortgelijke aankondiging voor mobiel en internationaal lijkt slechts een kwestie van tijd. Alleen al omdat wifi- en breedbandmobieltjes het nu al mogelijk maken om gratis mobiel te bellen. Schaffen de telecombedrijven de tik niet af, dan zullen de consumenten dat met dergelijke middelen zelf doen.
SIP
Met de opkomst van internetbellen of ip-telefonie verandert de hele manier waarop we met elkaar communiceren. Een van de belangrijkste sleutels daartoe heet SIP. Die afkorting staat voor session initiation protocol en komt neer op een serie afspraken over technische standaarden. Het is een term en techniek vergelijkbaar met HTTP, het hypertext transfer protocol, de motor van het web. Zonder http geen www.
Zoals het web de manier waarop we omgaan met informatie totaal op z’n kop heeft gezet, zo gaat SIP dat met telefonie doen. Het protocol moet alle mogelijke vormen van telecommunicatie onderling uitwisselbaar maken. Allerlei verschillende apparaten kunnen op deze manier met elkaar praten. Een harddiskrecorder kan bijvoorbeeld SIP integreren, zodat je met je telefoon kan zeggen welk programma er opgenomen moet worden. Of je koppelt het protocol met de alarminstallatie van je auto, zodat er geen sirene meer afgaat maar je een bericht op je telefoon krijgt. Het zijn slechts wat aardige trucjes; de grote verandering behelst veel meer.
‘SIP gaat met telefonie doen wat mp3 met muziek heeft gedaan.’ Dat beweert Michael Robertson, de ongelofelijk actieve ondernemer die eerder mp3.com oprichtte, het voor 385 miljoen dollar verkocht aan muziekgigant Vivendi, en daarna met Lindows kwam, een Linux-versie voor dummies. Zijn nieuwste initiatieven zijn het Gizmo Project en SIPphone.com, waarmee hij Skype beconcurreert en gebruikers in staat stelt met reguliere telefoons via internet te bellen. Robertson wil volgens eigen zeggen telefoneren veel meer laten gaan lijken op e-mail en instant messaging.
Een van de opvallende gevolgen van SIP is de verdwijning van het telefoonnummer. In plaats daarvan heb je een e-mailadres of een soortgelijk ID. Het telefoonnummer blijft op zich wel bestaan, maar we maken er geen gebruik meer van. Vergelijk het met MSN. Daarbij spelen nummers ook geen zichtbare rol, al wisselen de computers van de verschillende contactpersonen wel ip-nummers uit. De gebruiker ziet alleen nicknames als Chewie, Blondie of Zoot in zijn contactenlijst. SIP zorgt ervoor dat al die verschillende communicatietechnieken met elkaar uitwisselbaar worden.
Een ogenblikje
Met een techniek als SIP komt die contactenlijst ook op het telefoonscherm terecht. Je kunt dan kiezen of je iemand een sms stuurt, een e-mail, een voice-mail of gewoon opbelt. Of nou ja opbellen... Met SIP verdwijnt op den duur de hele notie van opbellen. Dat is nu juist de kern van de verandering. Je zoekt in plaats daarvan gewoon contact met iemand, langs een weg die op dat moment het meest geschikt is. Hoe je weet welke vorm het meest geschikt is? Dat zie je. SIP brengt namelijk de statusoptie naar alle vormen van communicatie. Je kunt net als bij instant messaging van MSN of iChat laten zien in welke mate je beschikbaar bent: away, busy, offline.
Daarmee verdwijnt het kenmerkende van opbellen, waarbij je de status van de andere partij juist niet kent. Bellen draait om wat ‘het recht op aankloppen’ wordt genoemd. Degene die belt heeft het recht inbreuk te maken op wat de ander op dat moment aan het doen is. Iedereen die wel eens bij een receptie heeft gestaan waarbij de baliemedewerker ook de telefooncentrale bedient, kent het nadeel van dat fenomeen: telefoon krijgt altijd voorrang. Al is het maar om ‘een ogenblikje’ te vragen. Sommigen noemen dat telefoonterreur. Met SIP verdwijnt dat fenomeen. Alles wordt als e-mail: je ontvangt en reageert wanneer het jou het beste schikt. Het begrip ‘opbellen’ kan in de museumvitrine naast de Tippex en het fenomeen ‘plaatje draaien’.
Maar de verandering in het intermenselijk verkeer gaat veel verder. De statusoptie stelt je in staat te allen tijden aan anderen een mededeling te doen. Steeds vaker worden standaardtermen als ‘away’ vervangen door persoonlijke varianten. ‘Nog twee weken en dan vakantie’, ‘Ik zoek nieuwe opdrachten’, ‘Wie weet er een kamer te huur’, ‘Vanavond naar The Flaming Lips’.
De nieuwe techniek maakt het mogelijk dat je van al je contacten permanent dergelijke statusmededelingen ziet. In een oogopslag heb je een overzicht van wat je contacten op dat moment belangrijk vinden om te laten weten. Zodat je nooit meer iemand belt die antwoordt met ‘Dat kan best wel zijn maar ik lig nu op het strand van Ibiza.’
Je kunt de statusmededelingen overigens ook nog koppelen aan technieken als Plazes.com, waardoor permanent te zien is waar iedereen zich precies bevindt. Al gaat dat voor velen waarschijnlijk een stap te ver. Maar de vrijheid is er.
SIP – die naam moet écht nog veranderd worden – beïnvloedt de manier waarop we met elkaar communiceren en met elkaar omgaan. E-mail heeft de gewone correspondentie al verdrongen, maar ook het karakter van het telefoonverkeer verandert nu. Uit recent onderzoek onder jongeren blijkt dat zij op hun beurt steeds meer MSN’en en steeds minder mailen. De volgende ontwikkeling is dat het verschil tussen telecommunicatie en face-to-facecontact erodeert. Ze komen steeds meer in elkaars verlengde te liggen. En dat is de grote verandering die gloort met de aankondiging dat KPN overstapt op flat fee. Voor de telecomwereld betekent het een laatste tik, voor de menselijke communicatie is het een grote klap voorwaarts.
