We zitten straks weer massaal voor de buis. WK Voetbal kijken. En daarna de Tour de France, Wimbledon en andere sportevenementen. Waarom kijken we eigenlijk niet naar games? In Korea kunnen topspelers amper normaal over straat. Hebben games als kijksport ook een toekomst in Nederland?
door Paul Hulsebosch
In Seoul, ergens eind 2001, komt de burgemeester de prijzen uitreiken van de eerste World Cyber Games, een soort Olympische Spelen voor computergames die sindsdien jaarlijks plaatsvinden. Het hoogtepunt van de dag is bijna aangebroken: de finale van het spel StarCraft, een strategiespel uit 1998 en nog steeds ongekend populair in Zuid-Korea. Maar voordat de twee sterkste spelers ter wereld het tegen elkaar opnemen, speelt de burgemeester nog even een potje tegen een andere topspeler. Dat de burgemeester verliest is niet vreemd. Opmerkelijk is wel dat hij zonder problemen achter de computer plaatsneemt, moeiteloos een leger weet op te bouwen en ten strijde trekt. Hij heeft duidelijk vaker gespeeld. Nou hebben wij Gerrit Zalm, die graag strategiegames speelt, maar hij is een uitzondering. In Korea speelt iedereen, in alle lagen van de bevolking.
Op een finale als die van de World Cyber Games of een van de vele andere nationale toernooien komen in Korea tienduizenden bezoekers af (het record staat op 150.000, dat is drie keer de Kuip). Om te kijken naar twee tieners achter een pc. Wat de spelers op hun scherm zien, wordt groot op een doek geprojecteerd zodat het publiek de handelingen van beide spelers kan volgen. De oh’s en ah’s zijn er niet van de lucht en belangrijke strategische momenten worden met veel applaus ontvangen. Alle belangrijke wedstrijden zijn ook op tv te volgen. Zoals wij MTV, TMF en The Box hebben, heeft Korea MBC Game en OnGameNet, die 24 uur per dag games uitzenden. De hoofdmoot bestaat uit het tonen van wedstrijden StarCraft en het inmiddels bijna even populaire Warcraft III (ook een strategiespel, van dezelfde Amerikaanse producent). Net als bij sportwedstrijden worden de potjes live van commentaar voorzien, met een beetje babbelen voor- en achteraf en wat interviewtjes met de spelers. De hele dag door.
Naar onze maatstaven zijn de beelden saai. Je ziet twee tieners achter een pc, afgewisseld met het beeld dat elke speler op zijn scherm ziet. Wat de beelden aan actie missen, proberen de commentatoren (altijd een duo) met enthousiasme op te vangen. Commentaar is nodig, want StarCraft is niet het simpelste spel om te spelen. De twee spelers moeten eerst naar grondstoffen zoeken, waarvan gebouwen gemaakt kunnen worden, waar dan ten slotte een leger in getraind kan worden dat dient om de tegenstander te verslaan. Een spel vol tactische en strategische keuzes dus, waarbij kennis van alle legereenheden onontbeerlijk is.
Wereldwijd contrast
De sterkste spelers van Korea zijn georganiseerd in teams die gesponsord worden door grote bedrijven, zoals Samsung. Spelers dragen tijdens de wedstrijden kleding van de sponsor. De topspelers zijn volledig professional. De sponsor regelt een huis en soms zelfs het eten. Dat huis is uiteraard voorzien van de nodige pc’s waarop geoefend dient te worden. De spelers krijgen weliswaar een klein salaris, maar mogen het prijzengeld dat er bij elk toernooi te verdienen valt houden. Topspelers verdienen zo vijftig tot honderd duizend dollar per jaar. Vergelijk het met de schaatssport in Nederland. Wij zijn er wild van en in de rest van de wereld snapt niemand dat.
Zouden games en gamers hier op dezelfde manier populair kunnen worden? Is er een publiek voor gamewedstrijden op tv? Gespeeld wordt er genoeg. Wereldwijd heeft de Nederlander gemiddeld het grootste aantal pc’s en gameconsoles in huis. Er worden hier en daar ook wel toernooien gehouden en er zijn wat teams die voorzichtig flirten met sponsoring. Er zijn zelfs enkele gameprogramma’s op televisie, met Gammo bij Veronica en Gamekings bij TMF als bekendste. Maar daarin komen vooral nieuwe games aan bod en is nauwelijks aandacht voor games in wedstrijdverband.
Endemol heeft afgelopen najaar een proefopname gemaakt van Total eSports, een programma waarin juist in wedstrijdverband wordt gespeeld, in een studio vol publiek. Met uitleg van de regels voorafgaand aan de wedstrijd, commentaar tijdens het spel en een heuse nabespreking. Te gast waren de twee winnaars van de World Cyber Games 2004: Laurens Pluymaekers (schietspel Unreal Tournament 2004) en Arthur Vankan (racespel Project Gotham Racing 3). Bij het vechtspel Dead or Alive Ultimate en het voetbalspel FIFA Street hadden juist onbekende spelers zich vooraf kunnen plaatsen. Al met al had het programma de juiste ingrediënten om games als kijksport populair te maken, maar Endemol twijfelt sinds de proefuitzending toch nog over de voortzetting van het programma.
Buiten Nederland trok vooral de CPL World Tour 2005 de aandacht, een toernooi rond het schietspel Painkiller, waarin miljoen dollar aan prijzengeld te verdelen was. De tour deed negen wereldsteden aan, met een finale in New York die live op MTV te zien was. Maar Painkiller stamt uit 2004 en wordt inmiddels als ouderwets beschouwd. Er zijn al weer nieuwere en dus mooiere shooters, zoals Doom 3 en Quake 4, en rond die games worden nu de eerste toernooien georganiseerd. Goed zijn in Painkiller betekent echter niet automatisch dat je goed bent in Doom 3. Sponsors voor een nieuwe CPL World Tour hebben zich nog niet gemeld.
Moeilijke materie
Misschien zijn games op tv gewoon een stap te ver voor ons westerlingen? Misschien sluit dat andere massale medium, internet, wel veel beter aan bij de wereld van games en gamers. Alle succesvolle westerse initiatieven zijn namelijk op internet te vinden. In de VS is eSportsTV al een paar jaar actief en in Duitsland is GiGa succesvol. Het zijn websites die 24 uur per dag videobeelden uitzenden; zelf geproduceerde programma’s waarin verslagen van wedstrijden en toernooien een belangrijk onderdeel vormen. Programma’s voor internet zijn stukken goedkoper te maken, wat het makkelijker maakt om sponsors te vinden.
Loopt de weg naar de tv hier dan via internet? Of zijn we helemaal niet geïnteresseerd in kijken naar games? Joost Timp, voor Endemol producer van Total eSports: ‘Games op tv lijkt me vooral iets voor een specifieke doelgroep. In eerste instantie tenminste. Als het eenmaal zover is dat gamers beroemheden zijn, dan kun je er wel televisie van maken voor een breder publiek. Maar dat geldt voor alle onderwerpen. Je kunt een interessant tv-programma maken van een beroemde kok die staat te koken, maar mij hoef je kokend niet uit te zenden.’
Dre Urhahn, initiator en oud-presentator van Gamekings, het wekelijkse gameprogramma op TMF: ‘Zoals in Korea zal het hier nooit worden. Maar met de komst van allerlei nieuwe media als digitale zenders en internettelevisie, zie ik toch iets vergelijkbaars ontstaan. Binnenkort zijn er meer media dan er inhoud is, dus dan is er vast ruimte voor een Warcraft-kanaal ergens in een uithoek van het digitale pakket. Hoewel het moeilijke materie is. Gamers zijn en blijven nerds en die doen het niet goed op tv. De vergelijking met schaatsers gaat daar ook enigszins mank. Schaatsers zijn stoer, gamers niet. Darten komt al meer in de buurt, maar dan nog is darten geschikter voor tv. Je kunt je beter identificeren met Barney dan met een gamer. Darten heeft iets gemoedelijks, gamen niet.’
Dat stemt dus weinig hoopvol.
Liever je eigen competitie
Hoe denken de gamers er zelf over? Laurens Pluymaekers, winnaar op de World Cyber Games 2004 in het schietspel Unreal Tournament 2004: ‘Een zender die 24 uur per dag wedstrijden uitzendt, zie ik hier de komende tien jaar niet van de grond komen. In Korea waren een aantal grote bedrijven bereid om veel geld in gaming te stoppen. Games hebben daar ook niet de negatieve bijklank die ze hier vaak wel hebben. Men lijkt zich daar minder te storen aan het geweld in games. Daarnaast zijn de meeste games gewoon niet zo geschikt om op tv te vertonen. Bij het maken van de games wordt met tv geen rekening gehouden.’
Bas Roestenberg, eindredacteur van wijlen gametijdschrift PC Zone: ‘Het Koreaanse model zal hier zeker niet aanslaan, lijkt me. Nederland is lang niet zo game-minded als Korea. Ik geloof niet dat er nu al een doelgroep is die naar zulke programma's zou kijken. Bovendien, als ik een competitie wil zien, start ik een spel, ga ik internet op en zit ik in no time midden in mijn eigen competitie. Online games zijn er om te spelen, niet om vanaf de bank naar te kijken.'
Kijken via internet lijkt voorlopig het hoogst haalbare. Een beetje vreemd is dat echter wel. Nederland scoort uitstekend op het gebied van e-sports. We hebben niet alleen de meeste apparatuur, we hebben ook uitstekende gamers. Tijdens de World Cyber Games van 2004 voerde Nederland het medailleklassement aan en ook in 2005 waren er hoofdrollen voor Nederlandse gamers. Sander Kaasjager was een jaar lang de onbetwiste leider van de CPL Painkiller World Tour en Manuel Schenkhuizen was ’s werelds succesvolste Warcraft III-speler. De tijd lijkt daarmee toch rijp voor een doorbraak van Koreaanse proporties. De helden zijn er al. Wie zet ze voor de camera?
Leestip! In de reeks The Next Ten Years van Xs4all onder redactie van Karin Spaink is recent het tweede deel verschenen: ‘Een wereld te winnen: gaming als sport en economie’.
