De speedsailbarriere van 50 knopen kan op elk moment geslecht worden. Wereldwijd zijn speedsurfers, zeilers en kiters verwikkeld in een technologische wedloop om alles uit het weer en het water te halen. Het huidige record staat op 48,7 knopen (90,2 km/u). Sportgeschiedenis is in de maak.
door Geert Hokke
De telefoon rinkelt om zes uur ’s avonds in huize Van Meurs. ‘Met Martin.’ Aan de andere kant klinkt de stem van Pascal Maka: ‘...binnen 48 uur zal de weersituatie veranderen, de wind trekt aan tot 45 knopen en meer, kom je ook?’ Martin: ‘Ik zie je morgen!’
Zomaar een doordeweeks gesprek tussen twee fanatieke windsurfers, ware het niet dat Maka belt vanuit Zuid-Frankrijk en Van Meurs vanuit Utrecht. Van Meurs is dan ook geen normale surfer, hij is een speedsurfer, en wel voormalig Nederlands recordhouder met 42,7 knopen (79,08 km/u). Hij belt meteen meteoroloog Hans Kleingeld met wie hij en nog wat anderen de site Gps-speedsurfing.com heeft opgezet. Kleingeld zal de situatie in de gaten houden gedurende de komende uren en Van Meurs beslist welke zeilen en boards meegaan.
Nog even wat afspraken verzetten en een paar telefoontjes later rijdt Van Meurs vanuit Utrecht 1250 kilometer zuidwaarts naar Saintes-Maries-de-la-Mer in Zuid-Frankrijk. Onderweg heeft hij continu telefonisch contact met Kleingeld en Maka. Is de windverwachting bijgesteld? Klopt de richting? Wie zullen er nog meer zijn? Van Meurs is niet de enige die benaderd is door Maka. Alleen ’s werelds beste speedsurfers staan op Maka’s lijstje. De meeste van hen zijn inmiddels ook onderweg. Ze komen allemaal met maar één doel: het verbreken van het speedsailingrecord van 48,7 knopen (90,2 km/u).
Zakdoek
Van Meurs startte zijn surfcarrière rond 1980 en the need for speed loopt sindsdien als een rode draad door zijn carrière. Onze Nederlandse trots mist weliswaar het gewicht om met grotere zeilen over de baan te jagen, maar staat bij insiders bekend als een zeer snelle surfer die in de loop der jaren de nodige kennis en ervaring heeft verzameld. ‘Verstandelijk bekeken heb ik geen schijn van kans tegen de full pro’s van ruim honderd kilo die varen met vrijwel ongelimiteerde budgetten. Maar speedsurfen is geen touwtrekwedstrijd en de kosten voor goed materiaal zijn niet exceptioneel hoog. Het gaat bij speedsurfen om de balans. Om ook maar een kleine kans te maken zal ik het materiaal op mijn gewicht en vaarstijl moeten aanpassen. Gek genoeg dicht ik mijzelf de beste kansen toe in de hardste wind. Hoe harder de wind waait hoe kleiner het verschil tussen board- en windsnelheid. In extreem harde windvlagen is de windsnelheid zelfs hoger dan wij kunnen halen. Bij minder wind moet je grote zeilen varen om hard te gaan en dan komt het vooral neer op power. Hoe harder de wind, hoe meer je het materiaal kunt aanpassen aan je gewicht. In vlagen van zestig knopen is bij wijze van spreken een zakdoek al groot genoeg. In die omstandigheden komt het aan op balans en vaargevoel en wordt kracht een ondergeschikte factor. Het grote probleem is dat zeilen stoppen bij bepaalde maten. Hierdoor werd ik tot op heden gedwongen om net zo groot te varen als de zware jongens. Na drie jaar zeuren heb ik eindelijk kleine zeilmaten, aangepast aan mijn gewicht. Ik voel me zeker in staat om het verschil met de top kleiner te maken, maar of ik het kan dichten? We zullen zien.’
Extreme omstandigheden
Het lijkt alsof mensen als Van Meurs blind gestuurd worden door een hogere macht. Eén telefoontje volstaat om hem in de ‘attack-mode’ te zetten. Wat hem motiveert om zo ver te gaan is het beheersen van het materiaal onder deze extreme omstandigheden. Tot nu toe hebben nog geen twintig surfers wereldwijd sneller dan veertig knopen (74 km/u) gevaren. Zij zijn de enigen die weten hoe het materiaal zich gedraagt onder deze omstandigheden en de ervaringen die zo opgedaan worden zijn bijzonder en uniek. De situatie dat alle elementen zich bundelen tot recordomstandigheden komt zo zelden voor dat er misschien wel meer dan een jaar voorbijgaat voordat je een nieuwe kans krijgt. ‘Daar moet je bij zijn.’ Bovendien zijn de locaties die voldoen aan alle eisen wereldwijd op één hand te tellen. ‘Bottomline is dat we veel, heel veel wind nodig hebben, of iemand moet dé oplossing hebben gevonden om de efficiencygraad te verhogen’, aldus Van Meurs.
Een van de toplocaties die deze waanzin de moeite waard maakt, is de French Trench in Saintes-Maries-de-la-Mer. Tijdens de hoogtijdagen van het windsurfen in 1987, bedenkt de Fransman Michel Rousselet van The Camarque Wind Club een manier om te windsurfen met een bijzonder hoge gemiddelde snelheid. Op het strand voor zijn huis in Saintes-Maries-de-la-Mer waait regelmatig een extreem sterke termiekwind. De natuurlijke omgeving bestaat er uit moerasachtig gebied afgewisseld door strand; een perfecte plaats voor een kanaal, dacht Rousselet.
Een gigantisch bassin wordt gegraven van elfhonderd meter lang en vijftien meter breed met als enige doel de grenzen van het speedsurfen te verkennen. De hoek ten opzichte van de wind is er ideaal en het water is nagenoeg vlak. De twee meest favoriete windrichtingen zijn de mistral uit het noordnoordoosten en Le Grec uit het zuidwesten. Deze winden waaien regelmatig met meer dan dertig knopen over het kanaal. Een enkele keer per jaar slaan echter alle stoppen door en waait het harder dan 45 knopen (9 beaufort).
Kort na het graven van het kanaal viel er heel wat eer te behalen. Speed was zeer in trek in die tijd en al snel werden er records verbroken op de French Trench. Elke nieuwe recordpoging werd vervolgens door vele enthousiastelingen gevolgd en meermalen werd hier surf- en zeilgeschiedenis geschreven. Sindsdien is het kanaal een begrip in de zeilwereld.
Natuurwetten
Niet alleen in Zuid-Frankrijk zijn fanatiekelingen bezig met het snelheidsrecord. Op verschillende continenten hebben diverse teams, onafhankelijk van elkaar, grote en kleinschalige projecten opgezet. Van alle recordpogingen op land, op ijs, in de lucht en op het water is de laatste de meest bevochten en het meest tot de verbeelding sprekend. De concepten waarmee de enthousiaste bouwers het record proberen te slechten lopen ver uiteen. Van kolossale, peperdure tripods, monofoils en 98-foot supermaxi’s tot simpele kiteboards. Het is als een puzzel die avontuurlijke denkers willen oplossen: hoe kan je de elementen wind en water onder controle houden bij toenemende winddruk. Wetten van hydro- en aerodynamica worden gecombineerd met wilde hersenspinsels. Het concept van een windsurfboard lijkt de drie basiselementen nog het simpelst samen te vatten: zeil, drijver en vin.
Gps speedsurfen
Het is 2002. Van Meurs, die het speedsurfen een tijdje links had laten liggen, ziet de nieuwe speedrage aankomen, wordt weer enthousiast, koopt twee zeiltjes en gaat oefenen. Wat Van Meurs vervolgens ook deed, is inmiddels uitgegroeid tot de nieuwste hype in windsurfland; varen met een gps-apparaatje, dat hij met elastisch band om zijn arm bevestigde. Zo kon hij direct zijn snelheid aflezen. Ook kon hij de data van de gps downloaden naar de pc, en zo alle gegevens van die dag analyseren: topsnelheid, gemiddelde snelheid in tijd en per afstand en de gevaren koers. Samen met Roger van Tongeren bedenkt hij een format waarmee het snelheidssurfen een internationaal platform krijgt: een website waarop iedere snelheidbeluste surfer zijn gegevens kan uploaden. Een competitie ontstaat: de snelste surfer van de maand, van het jaar, van de plaatselijke surfstek, en natuurlijk de hoogst gemeten snelheid ooit.
Inmiddels is Gps-speedsurfing.com uitgegroeid tot een internationale site waar dagelijks tientallen runs worden gepost. Het unieke van de opzet is dat iedere surfer, waar ook ter wereld, onafhankelijk van organisaties, mee kan doen. Er bestaat een enthousiaste band tussen de speedpiloten uit diverse continenten. Gegevens en ervaringen worden uitgewisseld op een open forum met maar één doel: het verbeteren van het eigen persoonlijk record en uiteindelijk hoog te eindigen in de GPS Top-10.
Nieuwe uitdaging
Speedsurfen is dus weer in zwang en er wordt weer gespeculeerd over een nieuw record. Dat doet ook twaalfvoudig over-all wereldkampioen Björn Dunkerbeck, die alles gewonnen heeft wat er te winnen viel, behalve olympisch goud. In 2002 gaat hij, mede ingegeven door zijn sponsors, op recordjacht. Hij roept een aantal surfgrootheden bijeen en start in 2003, onder veel aandacht van de media de World Speedsailing Challenge. Een van de genodigden is Robby Naish, die Finian Maynard meeneemt als troefkaart voor zijn eigen merk. In tegenstelling tot Naish heeft Maynard de ideale statuur om hard te gaan bij extreme wind. Dunkerbeck voelt zich bedreigd en Maynard krijgt een rol toebedeeld als assistent aan de zijlijn. Hij mag de boeienlijn vasthouden die als golfdemper langs de baan is gesitueerd.
Gefrustreerd en woedend zet de in Ierland geboren Maynard zijn eigen initiatief op poten: Masters of Speed. Hij ziet in de French Trench een mogelijkheid om het record terug te pakken. Maynard benadert bedenker van het kanaal Michel Rousselet en voormalig recordhouder Pascal Maka voor de rol van raceorganisator. Maka kent het water als geen ander en helpt Maynard aan de nodige knowhow. Mede uit sportief maar ook uit financieel oogpunt roept Maynard een aantal snelle surfers bijeen om de kosten van de herstelwerkzaamheden aan het kanaal te financieren.
Record voor surfer
Op 4 december 2003 is het zover en waagt Maynard een poging. Het speedsailrecord staat op dat moment op naam van de trimaran Yellow Pages Endeavour die in oktober 1993 46,52 knopen haalt. Maynard haalt 46,24 knopen bij ruim veertig knopen wind. Geen nieuw record, maar wel de snelste tijd van een windsurfer ooit (sinds 1993 met 45,32 knopen in handen van de Fransman Thierry Bielak). De poging laat zien dat snellere tijden mogelijk zijn. Een jaar later, op 13 november is het wél raak. De recordtijd van de Yellow Pages wordt na elf jaar eindelijk doorbroken en Maynard haalt met 46,60 knopen het record terug bij de windsurfers. Op 15 maart 2005 verbetert Maynard zijn eigen recordtijd en surft 48,7 knopen bij 46 knopen wind.
Boot improvement
De zeilwereld heeft met lede ogen moeten aanzien hoe het record uit handen werd genomen. Een Australische bankier en miljonair laat daarom de Macquarie Innovation (MI) ontwerpen, gebaseerd op eerdere succesvolle ontwerpen, en uit de meest moderne materialen opgebouwd. De MI start in het voorjaar van 2004 met nieuwe pogingen het record terug te halen naar de zeilers. De runs vinden plaats in Sandy Point, een afgelegen baai nabij Melbourne. De boot heeft een star zeil dat bevestigd is aan een frame met daaraan drie drijvers. Op één daarvan, op ruim tien meter afstand van het zeil, bevindt zich de bemanning in een gestroomlijnde cockpit om tegenwicht te geven aan de zeildruk. Een uiterst efficiënte constructie, die bij een windsnelheid van rond twintig knopen een theoretische snelheid van 58 knopen kan halen.
Het is slechts wachten op de ideale weersomstandigheden; bij te veel wind gaat de boot kapot, bij te weinig wind worden er geen recordsnelheden gehaald. Bovendien is de boot door de constructie nogal kwetsbaar. Bij de laatste crash liet de computer zien dat de boot nog steeds aan het versnellen was bij een snelheid van 45,9 knopen. De kans dat een zeilvaartuig voor het eerst door de vijftig knopen zou gaan was nog nooit zo groot geweest. Van Meurs: ‘De MI heeft een zeer hoge efficiency. Het gevaarte kan drie keer zo hard als de wind, wij halen met moeite iets meer dan twee keer de windsnelheid en bij toenemende wind daalt onze efficiency door het toenemen van de weerstand. De MI heeft theoretisch de beste kaarten in handen om als eerste de vijftigknopengrens te doorbreken, omdat de kans op de juiste omstandigheden voor hen eenvoudigweg veel groter is. Daarentegen is het voor ons veel makkelijker en goedkoper om verschillende concepten uit te werken, daar ligt onze kans en ons grote voordeel.’
Kiters op de kust
En dan is er nog het kitesurfen, ontstaan halverwege de jaren negentig. Een kiter laat zich staande op een klein boardje voortbewegen over het water met behulp van een opblaasbare vlieger. Pioniers die geschiedenis hebben geschreven in de windsurfsport zagen in het kiten een welkome nieuwe uitdaging. Mede dankzij ontwikkelingen en ervaringen uit het windsurfen zijn boards en kites in snel tempo ontwikkeld tot een geheel nieuwe tak van de zeilsport. De sport is nog jong, maar desondanks storten met toenemend succes steeds meer kiters zich in het speedcircuit. Op 5 januari van dit jaar haalt David Trewern tijdens een testrun met een kiteboard in Sandy Point een gemiddelde snelheid van 44,81 knopen over vijfhonderd meter met een pieksnelheid van 48,6 knopen. Drie knopen sneller dan het laatste kitesnelheidsrecord. Een pretentieloze run, die laat zien dat het kitesurfen zich snel ontwikkelt en de andere zeildisciplines op de hielen zit.
Van Meurs: ‘Het grote voordeel voor de kiters is het feit dat ze in zeer ondiep water kunnen varen. De kiters kunnen daar met de kleine vinnetjes makkelijk overheen. Toch geloof ik dat windsurfers nog steeds een voorsprong hebben. De kiters zijn in lichtere windsnelheden sneller, maar dat komt voornamelijk doordat een kite hoger in de lucht staat, waar de windsnelheid groter is dan lager bij de grond. Ook wordt de wind minder verstoord. Op andere en vooral ondiepere plaatsen met minder golfslag ligt hun kans.’
Finian Maynards record van 48,7 knopen werkt op velen als een rode lap op een stier en de eerste die door de vijftig heen gaat zal sportgeschiedenis schrijven. Zal de MI op tijd hersteld zijn voordat een windsurfer als eerste over de vijftigknopengrens gaat, of gaat een kitesurfer voor verrassingen zorgen en de gevestigde orde het nakijken geven? Het aftellen is begonnen.

50 knopen :O
NB: Om te kunnen reageren dien je aangemeld en ingelogd te zijn op de Bright Bunch, het gratis lidmaatschap van Bright. Je bekijkt dan de site bovendien advertentie-vrij.