Na bijna een eeuw verdrongen te zijn door een verheerlijking van de logica en ratio is intuïtie in design aan een comeback bezig. Psycholoog Robin Groeneveld onderzocht wat de magie van het ‘denken zonder na te denken’ betekent voor Nederlandse topontwerpers. Hij ontwaarde een taboe: niemand praat erover maar iedereen vertrouwt erop.
door Francisco van Jole
‘Wat is vrouwelijke intuïtie?’ ‘Het gevolg van eeuwenlang niet nadenken.’ Dat oubollige mannengrapje bevat meer waarheid dan degene die het ooit bedacht kon bevroeden. Intuïtie is inderdaad een manier van niet nadenken. Of zoals de Amerikaanse bestsellerauteur Malcolm Gladwell zegt ‘het is denken zonder nadenken’, een andere manier om je hersens te gebruiken. En het is enorm succesvol. Blink, het boek waarin hij een pleidooi houdt voor het ruim toepassen van intuïtie staat ruim anderhalf jaar na verschijnen nog steeds in de bestsellerlijst van The New York Times.
Het boek barst van de prikkelende voorbeelden. Bijvoorbeeld over de gepensioneerde Vietnamveteraan Paul van Riper, die door het Pentagon gevraagd werd deel te nemen aan een tweeënhalve week durende war game. Met deze Millenium Challenge wilde defensie als voorbereiding op de oorlog in Irak een nieuwe strategie uitproberen. In het kort kwam die neer op het vergaren van zo veel mogelijk informatie over de vijand en vervolgens met een enorme overmacht snel reageren. Dat moest de vijand verpletteren. Shock and awe.
Van Riper kreeg in de 250 miljoen dollar durende computersimulatie de leiding over het Red Team. Het Amerikaanse leger zelf was het veel sterkere Blue Team. De Vietnamveteraan overzag de situatie en brak met alle conventies. Hij splitste zijn leger op in kleine eenheden. In plaats van centraal opgelegde commando’s uitvoeren mocht iedereen naar eigen inzicht handelen. En om dat inzicht te vergroten moesten leden van het Red Team de vaktaal die bij dat soort oefeningen hoort, laten varen. Want woorden bepalen het denken, wist Van Riper. Ze duwen je een bepaalde kant uit en hinderen de toegang tot andere informatie in je hersens. ‘Verbaal overschaduwen’ heet dat in de psychologie en het is aan te tonen met een trucje. Neem een willekeurig persoon, zeg een serveerster, goed in je op. Je zult altijd in staat zijn haar in een line-up te identificeren. Dat is ’r! Maar probeer eens vóór je de line-up ziet, een signalement van de persoon op te schrijven. Welke kleur haar had ze, droeg ze sieraden, en wat voor soort neus had ze? ‘Geloof het of niet maar het lukt je vervolgens veel minder goed om het juiste gezicht uit de line-up te halen. Het beschrijven van het gezicht vermindert je vermogen om het daarna zonder enige moeite te herkennen’, beweert Gladwell. Op het slagveld is dat niet anders: wie denkt in bepaalde termen herkent andere mogelijkheden niet meer. Het Red Team buitte dat uit.
Tot verbijstering van de Pentagon-top dreef zijn Van Riper met zijn intuïtieve aanpak het veel sterkere Blue Team in het nauw. De militaire leiding greep in. De war game werd opnieuw gestart en de methode van Van Riper verboden. Toen won het Blue Team zoals gepland. Maar het eerste scenario bleek uiteindelijk voorspellend voor het verloop van de oorlog in Irak. De tegenstander daar heeft geen uitgekiende strategie, die voert een intuïtieve oorlog.
Innerlijke kracht
Oorlog voeren lijkt niets met design te maken te hebben, maar de benadering van Van Riper vertoont opvallende overeenkomsten met de werkwijze waarmee ontwerper Frans de la Haye tot zijn producten komt. Hij meent dat je tot de beste ingevingen komt door het scheppen van totale paniek. ‘Ik forceer mezelf ertoe door heel hard dingen te beloven waarvan ik op dat moment absoluut nog niet weet hoe ik het voor elkaar moet krijgen.’ Een voorbeeld daarvan is het Shell-benzinestation dat hij ontwierp en dat inmiddels wereldwijd een standaard is geworden, ook voor andere merken. ‘Ik heb eerst gezegd dat een pomp maar zestig centimeter breed mag zijn en dat alle producten erin verkocht moeten kunnen worden. Het probleem was vervolgens om acht slangen in één zo’n dispenser te krijgen. Dat was nog nooit gedaan. Het hele concept bestond niet.’ Onder druk van zijn eigen belofte bedacht hij een radicaal nieuw slangsysteem, waar hij octrooi op kreeg.
Het voorbeeld van De la Haye, met daarbij zijn uitleg is te vinden in een nieuw boek over de rol van intuïtie bij design: De innerlijke kracht van de ontwerper. Het is het proefschrift van psycholoog Robin Groeneveld, die ermee promoveerde aan de universiteit van Delft. ‘Ontwerpen is onmogelijk zonder intuïtie. Wie er geen gebruik van maakt valt onherroepelijk in herhaling’, stelt Groeneveld. Er zijn grenzen aan het rationele denken die je alleen maar kan doorbreken door intuïtie in te schakelen. Dat is al heel lang bekend, de Griekse filosoof Plotinus heeft daar hele verhandelingen over gehouden. Een expert bijvoorbeeld is iemand die kennis intuïtief toepast. Hij doorgrondt situaties onmiddellijk zonder er te veel rationeel bij na te denken.’
De rol van de intuïtie is in de twintigste eeuw echter steeds meer naar de achtergrond verdrongen. ‘De Bauhaus-stroming, die zo bepalend is geweest voor hoe we denken over vormgeving kende aanvankelijk twee fundamenten, de logica en de intuïtie. Uiteindelijk is de eerste allesoverheersend geworden.’
Mede daardoor is intuïtie tot een belachelijk verschijnsel gereduceerd en verbannen naar het terrein van de hocus pocus en mystiek. In de vakliteratuur is er niets over terug te vinden. Volgens Groeneveld volstrekt ten onrechte want alle ontwerpers houden zich ermee bezig.
Meer dan een ingeving
Wim Crouwel, een van de negentien Nederlandse topontwerpers die Groeneveld interviewde, staat bekend om zijn rationele vormgeving, maar ook hij erkent in het proefschrift dat intuïtie bij zijn beste ontwerpen een beslissende rol heeft gespeeld. ‘Er is niets mystieks aan’, zegt Groeneveld. ‘Het gaat erom dat je het bewustzijn ontwikkelt, groter maakt. Dat je als het ware over je eigen schouder meekijkt naar je eigen denkprocessen. Dat moet je wel organiseren. Het komt niet vanzelf.’ Iedereen heeft zo zijn eigen methodes om die intuïtie op gang te brengen: muziek luisteren, een wandeling maken. De enige gemeenschappelijke factor is tijdsdruk.
Deadlines blijken een soort intuïtieontstekingen. Op zich al een aanwijzing dat intuïtie iets is dat opgeroepen kan worden in plaats van dat het je overvalt. Plots is er dan het moment dat het vraagstuk dieper in het bewustzijn reikt en de oplossing zich aandient. ‘Dat ene moment van ingeving wordt inderdaad gezien als intuïtie, maar de voorbereiding hoort er net zo goed bij. En wat er vervolgens met die ingeving gedaan wordt. Het gaat erom hoe je het toepast. Intuïtie is - anders dan vaak gesuggereerd wordt - juist een bewust denkproces. Meestal gaat het na een ingeving al meteen mis. Prille ideeën worden te vaak afgeschoten omdat ze niet passen in het beeld van het einddoel. ‘Bij design komt dat door het programma van eisen, de set voorschriften en doelstellingen waar het ontwerp volgens de opdrachtgever aan moet voldoen. Dat is een echte intuïtiekiller. Als bij alles wat er aan prille ideeën opkomt meteen gekeken wordt of ze aan die lijst voldoen, dan komt er nooit een originele benadering uit.’ Volgens Groeneveld nemen goede ontwerpers slechts oppervlakkig kennis van de eisen en gaan ze vervolgens hun eigen gang. Volgen ze hun intuïtie zogezegd. Daar kunnen ze op vertrouwen omdat ze doorgronden wat de opdrachtgever echt wil, vaak beter dan deze dat zelf weet. Ontwerpster Hella Jongerius is er duidelijk over: ‘Als iets klopt, als een ontwerp goed is, dan weet ik dat in minder dan een seconde. Er komt een warm gevoel. Ik kan me niet voorstellen dat er ontwerpers zijn die zonder intuïtie werken.’
Robin Groeneveld: De innerlijke kracht van de ontwerper, de rol van intuïtie in het ontwerpproces. Uitgegeven door Veenman Publishers.
