12 :: Mensen op Mars

Userpica

We willen naar Mars. Al eeuwen. Waarom zijn we er dan nog niet geweest? Aan de technologie ligt het niet. De nieuwe streefdatum is 2035, maar volgens de Mars Society moet 2020 ook goed te doen zijn. De leden houden de droom levend en de ruimtevaartorganisaties scherp. ‘Er is geen warp drive voor nodig of zo.’

door Govert Schilling


Ergens op aarde, vermoedelijk in de Verenigde Staten, loopt een kleuter rond die over een jaartje of dertig als eerste mens voet op Mars zal zetten. Hij weet het zelf nog niet, evenmin als zijn collega-bemanningsleden uit Europa, Rusland en – wie weet – China. Maar dat er tussen nu en pakweg 2050 een bemande ruimtevlucht wordt uitgevoerd naar de rode planeet, lijkt wel vrij waarschijnlijk.
Het zou trouwens tijd worden. Sinds mensenheugenis dromen we al van reizen naar andere planeten. En van de twee naaste buren van de aarde is Venus, met een luchtdruk van negentig atmosfeer en een oppervlaktetemperatuur van vijfhonderd graden Celsius, niet bepaald een gastvrije wereld te noemen. Mars lonkt. Al járen.

Taaie droom
Vijfendertig jaar geleden leek het allemaal nog zo simpel. Neil Armstrong had zijn ‘kleine stap voor een mens maar een grote sprong voor de mensheid’ gemaakt, Apollo-ruimteschepen vlogen af en aan en iedereen was ervan overtuigd dat er voor de eeuwwisseling mensen op Mars rond zouden lopen. Maar na de vlucht van de Apollo 17 hielden belastingbetalers en politici het voor gezien. De laatste drie Apollo-vluchten werden geschrapt en bemande ruimtevaart veranderde van een avontuurlijke jongensdroom in een saaie pendeldienst naar een baan om de aarde. Daar kwam nog bij dat het steeds minder logisch leek om tientallen miljarden in een bemande Marsreis te pompen wanneer robotwagentjes jaren achtereen en voor een fractie van de kosten spectaculair onderzoek kunnen doen. Een slimme combinatie van miniaturisatie, telematica en kunstmatige intelligentie zou wel eens een heel goedkoop alternatief kunnen bieden voor onderzoekers van vlees en bloed.
Maar een droom help je niet om zeep met voortschrijdende technologie. Het idee van mensen op Mars blijft onverminderd tot de verbeelding spreken. Dat er nu al dertig jaar wordt beweerd dat we nog vijfentwintig jaar geduld moeten hebben, en dat de geschatte kosten al verveelvoudigd zijn nog voordat er één cent is uitgegeven, daar lijkt niemand van wakker te liggen.

Ruimtepakken in de woestijn
Zeker Artemis Westenberg ligt er niet wakker van. Westenberg (48) is voorzitter en spreekbuis van de Nederlandse afdeling van de Mars Society, een vereniging die de Marsdroom levend wil houden, en een actieve bijdrage wil leveren aan de verwezenlijking ervan. En ze weet waar ze het over heeft, want de afgelopen jaren is ze al een paar keer op Mars geweest. Tenminste, zo goed als. En voorjaar 2007 gaat ze opnieuw, met haar twaalfjarige dochter.
Oké, de temperatuur is er te hoog, de zwaartekracht te sterk en de lucht te blauw, maar verder lijkt het in de woestijn van de Amerikaanse staat Utah verdacht veel op Mars. Een ideale plek dus om ervaring op te doen voordat er echt mensen op pad gaan. Vijf jaar geleden bouwde de Mars Society in de buurt van het stadje Hanksville het Mars Desert Research Station, waar vrijwilligers zich regelmatig een paar weken opsluiten om net te doen alsof ze op Mars zijn. Nee, ze hoeven niet continu in de kleine, cilindrische habitat van twee verdiepingen te blijven, maar als er een veldexpeditie wordt gemaakt, moeten wel de ruimtepakken aan. Alles zo echt mogelijk.
‘Ik hou helemaal niet van kamperen’, zegt Westenberg, die naar de Griekse godin van de jacht is genoemd en zich in haar e-mailadres ‘marsgoddess’ noemt, ‘maar als je deel uitmaakt van zo’n Marsbemanning ervaar je zo veel saamhorigheid en doelgerichtheid dat ik het primitieve karakter van het verblijf helemaal geen punt vond.’ Vier keer is ze twee weken lang in Utah geweest, eind 2005 vierde ze zelfs oud en nieuw op Mars. En over een paar maanden mag haar dochter Iahu-Anat mee. ‘Die wil later astronaut worden’, vertelt Westenberg, ‘en ze weet heel goed wat dat betekent. Wie weet maakt zij ooit écht een reis naar Mars.’
Frans Blok (44), webmaster en secretaris van de Stichting Mars Society Nederland, weet zeker dat de simulaties in Utah (en op Devon Island in het uiterste noorden van Canada, waar ook zo’n Mars Hab staat) met argusogen worden gevolgd door de NASA. ‘Er zijn al regelmatig NASA-mensen aan boord die bijvoorbeeld psychologische experimenten uitvoeren’, zegt hij. Blok hoopt dat dat in Europa ook gaat gebeuren. Al jarenlang zijn er plannen voor EuroMars, een gesimuleerde Marsbasis in IJsland, maar dat project loopt helaas veel tegenslag en vertraging op. ‘De Europese ruimtevaartorganisatie ESA is wel geïnteresseerd, maar steekt er nog geen geld in’, aldus Blok.

Wedloop
Het goede nieuws is natuurlijk dat er zowel bij NASA als bij ESA serieus wordt nagedacht over toekomstige bemande vluchten naar Mars. NASA’s Vision for Space Exploration voorziet in een terugkeer naar de maan rond 2020. In een semi-permanent bemande maanbasis moet ervaring worden opgedaan voor een verblijf op Mars. Ook de experimenten aan boord van het internationale ruimtestation ISS staan voortaan vrijwel uitsluitend in het teken van biomedisch en psychologisch onderzoek. De hoop is dat er rond 2035 Amerikanen op de rode planeet staan. ESA heeft zich gecommitteerd aan het Aurora-programma, met als voorlopige hoogtepunten de ExoMars-robot, die op zoek gaat naar sporen van leven, en een sample return mission, om Marsstenen mee te nemen naar aarde. Over een kleine tien jaar wordt bekeken of er voldoende vorderingen zijn gemaakt om een forse investering in een bemand Marsprogramma te rechtvaardigen.
Westenberg denkt dat Europa betere kaarten in handen heeft dan de Verenigde Staten. ‘We zijn hier zuiniger en wat preciezer’, zegt ze. ‘Gemiddeld genomen zijn Europese ruimtevaartprojecten dertig procent goedkoper dan hun Amerikaanse tegenhangers.’ Ook de complexe subsidieprocedures van de Amerikaanse overheid helpen niet echt. Grote meerjarenprojecten moeten de benodigde overheidssteun elk jaar opnieuw bevechten. Westenberg: ‘Dat kost enorm veel tijd en energie. Het Deltaplan zou misschien nooit gerealiseerd zijn als men elk jaar opnieuw had moeten aantonen dat er wéér geld nodig was.’
Kortom, wil Westenberg maar zeggen, het zou zo maar kunnen dat Europa straks op Mars staat te zwaaien terwijl Amerika de grote oversteek nog niet heeft aangedurfd. Aan de andere kant: een gezamenlijke inspanning is natuurlijk ook mogelijk. Misschien zelfs wenselijk, ‘al merk je aan het ISS dat zo’n internationale samenwerking niet altijd even makkelijk is’, zegt Blok.
Westenberg heeft ook het gevoel dat de coöperatiegedachte in Europa sterker ontwikkeld is dan in de Verenigde Staten. ‘Toen China een astronaut de ruimte in schoot, volgden er felicitaties van ESA, terwijl ze bij NASA op tilt sloegen.’

Eitje
Dat die bemande reis naar Mars er ooit komt, daar twijfelen ze bij de Mars Society niet aan. Maar Frans Blok hoopt wel dat het allemaal een beetje kan worden bespoedigd, misschien wel mede door de inspanningen van de Mars Society. ‘In 2035 ben ik ver voorbij m’n pensioen’, zegt hij. ‘Als je echt wilt, kan het allemaal veel sneller.’ Dat bleek in de jaren zestig, toen het hele Apollo-programma van de grond werd getild in niet meer dan acht jaar. ‘Er moest toen veel meer ontwikkeld worden dan nu’, zegt Blok. ‘De eerste ruimtevluchten, wandelen in de ruimte, eten en slapen in gewichtloosheid, koppelingen en landingen, ruimtepakken, noem maar op.’
Wat dat betreft is een bemande vlucht naar Mars veel eenvoudiger. Blok: ‘Er is geen warp drive voor nodig of zo. En met negentiende-eeuwse scheikunde kan je op Mars brandstof produceren voor de terugreis. In principe zou het binnen een jaartje of tien moeten kunnen lukken.’ Dat vindt ook de Amerikaanse ruimtevaartingenieur en -visionair Robert Zubrin, de grote held van de Mars Society. Zubrin schreef jaren geleden The Case for Mars, waarin hij zijn ‘Mars Direct’-plan ontvouwde – een relatief goedkope en snelle manier om mensen op de rode planeet te krijgen. ‘Zubrin wordt door NASA beschouwd als een kritische luis in de pels’, zegt Blok, ‘maar hij wordt wel serieus genomen. Veel van zijn ideeën zijn op de een of andere manier in de huidige plannen terechtgekomen.’
Natuurlijk blijven de enorme kosten van een bemande Marsvlucht een politiek struikelblok vormen. Maar Artemis Westenberg heeft daar een heel pragmatische kijk op. ‘Het geld ís er gewoon’, zegt ze. ‘Europa geeft nu tientallen miljarden uit aan landbouwsubsidies, die volgens internationale verdragen eigenlijk verboden zijn. Het is allemaal een kwestie van de juiste prioriteiten stellen.’ Helaas lijkt het in Europa moeilijker om de politiek serieus te interesseren voor bemande vluchten naar Mars dan in de Verenigde Staten, en hebben de Europese afdelingen van de Mars Society minder lobby-invloed dan de Amerikaanse moederorganisatie.

Voorlopig moeten Westenberg (in het dagelijks leven pr-consultant) en Blok (van huis uit architect) het dus nog doen met de simulaties in Utah, op Devon Island, en – wie weet, over een paar jaar – in IJsland. Of ze zelf zouden tekenen voor een retourtje Mars? Frans Blok reageert wat terughoudend. ‘Om te beginnen is het volstrekt onrealistisch’, zegt hij, ‘want ik heb er de opleiding niet voor. Bovendien is mijn carrièreplanning er niet echt op gericht om er een paar jaar tussenuit te gaan. In principe zou ik graag op Mars willen rondlopen, maar ik vind het toch moeilijk om die vraag te beantwoorden.’
‘Marsgodin’ Artemis Westenberg schrikt op zich niet van de lange heen- en terugreis (twee keer negen maanden). ‘Maar ik zou wel even hyperventileren als het me werd gevraagd’, zegt ze. ‘En ik moet het als alleenstaande ouder natuurlijk regelen met mijn twee dochters.’ Eerst maar eens met de jongste naar Utah. Mars loopt voorlopig niet weg.


door Erwin van der Zande, 26-10-2006 14:29 30503 views
The Bright Bunch
inloggen aanmelden

Wie is nu Hier?

Er zijn momenteel 2 Bright Bunch leden en 100 bezoekers online.