14 :: Dr. Evil's masterplan

Userpica

Het mag op onze planeet wel een paar graden koeler. Dat weten we. Maar hoe? Daar hebben de planetaire knutselaars die zich geo-engineers noemen ongelooflijke plannen voor, van het bouwen van een enorm ruimtescherm tot het uitstrooien van lichtweerkaatsende zwaveldeeltjes. De sceptici roepen er schande van. Dus is de vraag: Geo-engineering — gotspe of godsgeschenk?

door Rogier van Bakel


‘Iedereen klaagt over het weer, maar niemand doet er wat aan’, grapte de schrijver Charles Dudley Warner in 1897. Het was een tijd waarin de notie dat mensen invloed op het weer konden uitoefenen net zo absurd was als de gedachte dat je de zwaartekracht naar je hand zou kunnen zetten.
Dat is nu wel anders. Toegegeven, met de zwaartekracht hebben we nog niet serieus gesold, maar aan het weer hebben we op mondiale schaal ongewild van alles gedaan. En het resultaat is allesbehalve fraai. Je hoeft geen klimatoloog te zijn om de tekenen aan de wand te zien. Krokussen bloeien in januari. Wintersportgebieden zijn ’s winters zomaar sneeuwloos.

Dus wat doen we?
Verder van ons bed is het nog zorgwekkender gesteld. Het poolijs smelt in hoog tempo. De zeespiegel stijgt. Er zit een groot gat in de ozonlaag. Woestijnen worden groter, en orkanen heviger. Atmosferische koolstofdioxideconcentraties zijn hoger dan ze in de afgelopen achthonderdduizend jaar ooit geweest zijn. Kortom, het broeikaseffect is werkelijkheid, daar bestaat steeds minder twijfel over. We klagen, maar wie doet er wat aan?
Wijzelf? Zeker: voor soelaas klampen we ons vast aan het internationale verdrag van Kyoto. Prima hoor. Misschien rijden we wat zuiniger, en prevelen we vroom dat onze volgende auto een elektrisch of hybride model zal zijn. Misschien zetten we de thermostaat een graadje lager. Misschien zoeken we zelfs heel milieubewust een beleggingsfonds dat een paar miljoen euro in een windpark investeert. En da’s allemaal goed.
Maar het is de vraag hoeveel zoden dat allemaal aan de dijk zet. Een van de grote obstakels is dat de Amerikaanse regering nog steeds weigert het Kyoto-verdrag te ondertekenen, waardoor de onderdanen van Bush dus op grote schaal mogen blijven vervuilen. Nog beroerder is het milieueffect dat het Chinese en Indiase Wirtschafstwunder teweegbrengt. Het gaat om ruwweg 2,3 miljard mensen — bijna veertig procent van de wereldbevolking — die hun economische achterstand rap aan het inhalen zijn, met alle benzineauto’s en kolencentrales van dien. Daar doen onze katalysators en zonnepanelen niet bijster veel tegen.
Dus wat doen we? Bij de pakken neerzitten? Stug blijven hameren op het stukje bij beetje reduceren van onze kwalijke uitstoot?
Of is het tijd voor een compleet andere aanpak, voor een boude move — kortom, voor de megalomane, adembenemende plannen van de planetaire knutselaars die zich geo-engineers noemen?

Grandioze plannen
Geo-engineers zijn omstreden wetenschappers — natuurkundigen, meteorologen, astrofysici, klimatologen, en andere academische types — die denken dat het mogelijk is om het broeikaseffect met één groot grandioos plan de genadeslag te kunnen toebrengen. Bijvoorbeeld:

• Pomp met een wereldwijde vloot van vele duizenden speciaal toegeruste schepen zoutkristallen in de atmosfeer om het reflecterende effect van het wolkendek te verhogen.
• Bouw een enorm ruimtescherm dat zonnehitte deels kan tegenhouden.
• Laat grote drijvende eilanden van wit kunststof los op de zeven zeeën om zonlicht te reflecteren.
• Dump grote voorraden ijzerstof in de oceanen, dat stimuleert de groei van plankton; plankton absorbeert koolstofdioxide (CO2) door middel van fotosynthese.
• Plaats miljarden superlichte lenzen in een baan om de aarde, waar ze zonnestralen kunnen opvangen en ombuigen.
• Gebruik vliegtuigen of marineartillerie om microscopische, lichtweerkaatsende zwaveldeeltjes in de stratosfeer los te laten.

Gekkenwerk? De wetenschappers in kwestie vinden uiteraard van niet. De vooraanstaande natuurkundige Lowell Wood stelt dat we als aardbewoners al eeuwenlang met geo-engineering bezig zijn. ‘Is landbouw soms geen vorm van geo-engineering?’, vraagt hij retorisch. ‘En wat dacht je van huizen, airconditioning, het aanleggen van wegen? Waar trek je de grens tussen wat aanvaardbaar is en wat niet? Mensen hebben altijd de omgeving naar hun hand gezet; waarom zouden we voor de aarde als geheel een uitzondering maken?’

Dr. Strangelove en dr. Evil
Wood is een uitzondering onder geo-engineers. Zijn collega’s zijn veelal enerzijds-anderzijdstypes die verantwoorde, afgewogen meningen ten beste geven. Wood speelt daarentegen graag de drieste stier in de porseleinkast. Hij is een begaafd provocateur, een rol die hij koestert sinds hij onder de beroemde/beruchte Edward Teller, de vader van de waterstofbom, naam begon te maken.
Teller stond model voor Dr. Strangelove in de gelijknamige Stanley Kubrick-film. Hij viel vaak buiten de wetenschappelijke mainstream vanwege zijn hachelijke voornemens met kernbommen. Teller bedacht bijvoorbeeld het Project Ploegscharen, een plan om havens, kanalen en mijnen aan te leggen met behulp van – jawel - atoomexplosies. Het kwam goddank nooit van de grond, evenmin als zijn idee om een kernbom te laten ontploffen onder de oppervlakte van de maan, met de bedoeling dat daarmee water zou vrijkomen dat Amerika in staat zou stellen de maan te koloniseren. Wood, zijn protégé, heeft van dat soort plannen klaarblijkelijk ook een tik meegekregen. Volgens een collega van hem is het tenietdoen van het aardse broeikaseffect voor Wood een eerste stap; daarna zou de bouw van een kolonie op Mars moeten volgen.
In een overigens redelijk welwillend artikel over Wood noemde het Amerikaanse blad Rolling Stone hem zonder blikken of blozen ‘Doctor Evil’, een naam die de wetenschapper onder meer zou verdienen door zijn betrokkenheid — met Teller — bij Ronald Reagans uitzinnige Star Wars-initiatief, een denkbeeldig ‘schild’ dat geacht werd de kruisraketten van de Sovjet-Unie tegen te houden.

Verlossers of gevaarlijke tovenaars?
Met zo’n achtergrond is Wood bij velen weinig geliefd, en al zeker niet in de milieubeweging. Daar bestaat sowieso een grote weerzin tegen geo-engineering. Officieel heet het dat de risico’s van de diverse geo-engineeringplannen slecht te overzien zijn. Maar veel milieuactivisten zijn ook gewoon verknocht aan het Spartaanse model — te weten, dat we onszelf qua consumptief gedrag moeten matigen om de uitstoot van CO2 en andere schadelijke gassen aan banden te leggen. Die ideologie staat in hun ogen haaks op de voorstellen van de geo-engineers, die de mensen immers de indruk kunnen geven dat er nog steeds flink gestookt en lekker gescheurd mag worden omdat de wetenschap een alternatieve oplossing voor het broeikaseffect heeft. Dat sommige geo-engineers wapenontwerpers zijn, vergroot het vertrouwen ook al niet. Tussen geo-engineers en de groenen is er dan ook weinig toenadering te bespeuren. Het minst bescheiden contingent van de wetenschappers bedeelt zich een Prometheus-achtige gedaante toe (verlossers van de mensheid); de milieubeweging ziet daarentegen alleen maar meelijwekkende maar gevaarlijke tovenaarsleerlingen die op het punt staan iets te ontketenen dat ongetwijfeld uit de hand gaat gieren.

Politiek
Vooralsnog loopt het wel los met de gevaren. Alle geo-engineeringplannen bestaan louter in theorie — in mathematische modellen en computersimulaties. Het ontbreekt de wetenschappers aan politieke steun en daarmee ook aan geld, dus uitgevoerd wordt er momenteel niks. Het plan van Wood om reflecterende zwavel- of aluminiumdeeltjes in de stratosfeer los te laten is relatief goedkoop, misschien maar een miljard dollar, maar sinds de hoogtijdagen van Reagan heeft Washington een stuk minder animo om hem grote sommen geld toe te stoppen. Raar eigenlijk: je zou denken dat de olieaanbidders van de Bush-regering wel oren hebben naar zijn voorstel, dat Amerikanen immers in staat stelt om en masse in hun Hummers en Explorers te blijven rondrijden. ‘Maar om het openlijk over geo-engineering te gaan hebben moet je als overheid eerst toegeven dat je een probleem hebt’, verzucht Wood. ‘Niemand in Washington brandt zich eraan.’

Mooiere zonsondergang...
Wood heeft een sprankje hoop gevestigd op een eventuele geldinjectie van de miljardair Paul Allen, de medeoprichter van Microsoft. ‘Voorzover ik kan nagaan is het niet tegen de wet om mijn plan privé uit te voeren’, zegt hij. ‘De hittewerende zwaveldeeltjes kunnen met straalvliegtuigen in de atmosfeer worden geplant’, legt Wood uit, ‘of zelfs vanaf de aarde omhoog worden gepompt via een dunne flexibele buis van een aantal kilometers die door een nieuw model luchtschip op z’n plaats wordt gehouden.’ De bedoeling is dat het aardse broeikaseffect zodoende teniet wordt gedaan, maar Wood gelooft dat er meer redenen tot juichen zullen zijn: betere oogsten, en minder uv-straling zodat het aantal huidkankergevallen zal dalen. En als klap op de vuurpijl: zonsondergangen die rijkere kleuren te zien geven. ‘Wie houdt er nou niet van een mooie zonsondergang?’, provoceert Wood blijmoedig.

...maar geen koraalriffen
En kwalijke neveneffecten, zijn die er ook? Michael Oppenheimer, hoogleraar geowetenschappen aan de Princeton Universiteit, vermoedt dat de microscopische deeltjes van Wood het chloorgehalte in de stratosfeer zullen verhogen, waardoor de ozonlaag verder zal worden aangetast. En Ken Caldeira, een Stanford-klimatoloog met wie Wood me nota bene in contact bracht, wijst erop dat het kunstmatig verkoelen van de aarde geen effect heeft op onze CO2-uitstoot. CO2 veroorzaakt verzuring van de oceanen. Het plan van Wood doet dus niks aan het afsterven van koraalriffen en andere zeeorganismen. Caldeira meent dat de beste en goedkoopste manier om aan een globale milieuramp te ontsnappen het drastisch reduceren van CO2-vervuiling is, vooral door middel van zuinigere, schonere auto’s. Gewoon back to basics dus.

Gezonde scepsis
Intussen heeft geo-engineering wel aan aanzien gewonnen. Niet zo lang geleden was het nog een lichtelijk louche wetenschappelijke branche, een marginale, zelfs ietwat bespottelijke beweging van planetaire fantasten. Het afgelopen anderhalf jaar is daar flink verandering in gekomen, vooral nadat Paul Crutzen, een Nobelprijswinnaar chemie, een artikel schreef waarin hij verklaarde het zwaveldeeltjesscenario plausibel te vinden. Crutzen is gespecialiseerd in de chemische processen van de ozonlaag, dus zijn mening is hoogst relevant. Ook Ralph Cicerone, de president van de prestigieuze Nationale Wetenschappelijke Academie in de VS, gaf geo-engineering vorig jaar in principe zijn zegen. En Wired noemde geo-engineering onlangs ‘the single most crucial new science in history’. Het blad waarschuwde wel dat er veel kaf tussen het koren schuilgaat: ‘Het promoten van de studie van geo-engineering wil niet zeggen dat je elk bespottelijk idee op dat vlak moet willen verwerkelijken.’
In dat voorbehoud kan Ken Caldeira, de klimatoloog, zich maar al te goed vinden. Ik maak de fout hem tijdens ons interview een ‘voorstander’ van geo-engineering te noemen. Daar tekent hij mild protest tegen aan. ‘Ik ben een voorstander van geo-engineering research, en vooralsnog een tegenstander van het daadwerkelijk uitvoeren van dat soort plannen’, verduidelijkt hij. Dat verraadt geen tweespalt, vindt Caldeira, maar gezonde scepsis. ‘We hebben als mensheid geen erg goede staat van dienst als je kijkt naar hoe we in planetaire processen hebben geïntervenieerd. We hadden drijfgassen in onze deodorants en veroorzaakten zo zware schade aan de ozonlaag. We gebruikten DDT om onze oogsten te beschermen en zaaiden onwetend dood en verderf. Vaak, als we de dingen op grote schaal aanpakken, gaan er onvoorziene dingen mis.’

Eigenlijk geen alternatief
Caldeira zit ook in zijn maag met wat hij de ‘verzekeringspoliskwestie’ noemt. ‘Wanneer je, om een risico te ontlopen, een polis koopt, ben je daarna al gauw minder voorzichtig omdat het risico immers gedekt is. Zo hebben mensen met een overstromingsverzekering er meestal geen moeite mee om aan de kust of pal aan de oever van een rivier te wonen. Terwijl juist het veranderen van die nonchalante risicobereidheid tot het beste resultaat leidt: droge voeten en geen materieel verlies.’
Ondanks die bedenkingen staat hij op z’n minst welwillend tegenover geo-engineering. ‘Ik deel de geschiedenis gemakshalve in drie perioden op’, zegt Caldeira. ‘Je hebt de wereld in z’n natuurlijke staat; dan de wereld met hoge concentraties CO2; en straks de wereld met hoge concentraties CO2 en met geo-engineering. Hoewel ik uiteraard de natuurlijke wereld prefereer, kan ik me niet echt indenken dat de CO2-wereld met geo-engineering erger zal zijn dan de CO2-wereld zonder geo-engineering. Als we namelijk met smog en koolstofdioxide moeten leren leven, is het verkieslijk dat te doen in een relatief koele wereld waarin de poolkappen intact blijven en waarin orkanen tot een minimum zijn beperkt. Nee, zwaveldeeltjes de atmosfeer insturen is in principe geen goed idee. Maar als heel Groenland wegsmelt wanneer je dat niet doet, is het ’t overwegen waard.’

Ik vertel Caldeira over het vijftig jaar oude plan om een bergketen aan één kant van Los Angeles met een atoombom op te blazen, opdat de smog van de stad de vallei zou kunnen uitwaaien. Het voorstel werd door experts serieus bestudeerd. Ook de krankjorume kernbomplannen van geo-engineeringpionier Edward Teller leken destijds misschien zo gek nog niet. Gelukkig verschaft tijd perspectief. Zullen we over een halve eeuw terugkijken op de geo-engineeringinitiatieven van kort na het nieuwe millennium en ons afvragen wat ons in hemelsnaam bezielde? Caldeira heeft er een droog antwoord op. ‘Het alternatief is dat we terugkijken op hoe we onze eigen planeet grof vervuilden — en ons afvragen wat ons bezielde en waarom we er niks aan deden.’


door Erwin van der Zande, 31-01-2007 17:43 2173 views

The Bright Bunch

The Bright Bunch
aanmelden

Wie is nu Hier?

Er zijn momenteel 6 Bright Bunch leden en 104 bezoekers online.

Classics