Grote spelers als Apple, Microsoft en Sony proberen hun eigen bestandsformaat voor digitale muziek, beschermd met auteursrechtbeveiliging, aan de markt op te dringen, maar het open mp3 blijft onverminderd populair en is op internet de standaard.
Karlheinz Brandenburg is de uitvinder van mp3 en daarmee de grootvader van de digitale muziekrevolutie. Hij is verbonden aan het Frauenhofer Institut.
door Hanny Roskamp
Een speurtocht naar de uitvinder van mp3 voert naar het voormalige Oost-Duitsland. Ilmenau bij Erfurt is de zetel van professor Karlheinz Brandenburg, die 18 december 2006 het Duitse Staatskruis voor Bijzondere Verdiensten kreeg uitgereikt door bondspresident Horst Köhler. Ilmenau is een dorp zoals zo veel Duitse dorpen. Als de routebeschrijving aangeeft dat het kantoor van het fameuze Frauenhofer Institut zich boven de plaatselijke BCC met schreeuwerige reclame voor wasmachines en mp3-spelers bevindt, zijn we even helemaal de weg kwijt. Gelukkig wijzen twee Duitse studenten de afslag naar een ander gebouw, dat er serieuzer uitziet. De betonnen muren met diepblauwe anti-inkijkramen en een gigantische loep voor de deur laten zien dat zich hier het brandpunt van belangwekkende wetenschappelijke ontwikkelingen bevindt.
Eenmaal op zijn kantoor aangekomen schiet een enigszins verlegen Brandenburg achter zijn bureau vandaan om ons te begroeten. De voicerecorder - een van de maar liefst vier apparaten die we op zak hebben waarin mp3-technologie is verwerkt - staat nog niet aan of hij begint al te vertellen over de ontwikkeling van mp3. Terwijl hij praat, maakt hij in de lucht met zijn vingers minutieuze blokjes voor zijn ogen, alsof hij de bits en muziekgolven kan zien en hij ze aan het opvouwen en rangschikken is. De geschiedenis begint in 1977.
Krappe telefoondraad
Dertig jaar geleden studeert Brandenburg als broekje van 23 cum laude af in natuurkunde, wiskunde, elektrotechniek en informatica. Professor Dieter Seitzer van het Frauenhofer Institut in Erlangen ziet zijn potentie en nodigt hem uit om te promoveren op een methode om muziek digitaal te transporteren door de telefoondraad. Seitzer had er octrooi voor aangevraagd, maar dat was afgewezen omdat de muziekbestanden voor de toenmalige telefoonkabel veel te groot waren. Zo ontstaat het idee om de muziekbestanden te comprimeren. Brandenburg: ‘Toen ik begon, dacht ik dat ik voor het eind van mijn doctoraat wel een manier gevonden zou hebben... haha. De eerste jaren schoten we niet echt op. We hebben muziek wel omgezet in digitale codes, maar technisch functioneerde het voor geen meter.’
Octrooi
Het wordt pas een beetje spannend in 1986, tien jaren van noeste arbeid en onderzoek verder, als Brandenburg dan toch min of meer een manier vindt om muziek te comprimeren en hij er octrooi voor aanvraagt. ‘Ik had geen idee hoe groot het succes zou kunnen worden. Toen iemand me vroeg waar al dat werk toe zou leiden, antwoordde ik dat het net als zo veel doctoraalwerk, wellicht in de bibliotheek zou verdwijnen. Maar ik zei ook dat er een internationale standaard uit zou kunnen rollen, die door miljoenen mensen gebruikt gaat worden. Ik dacht toen nog in miljoenen, haha, niet in tientallen of zelfs honderden miljoenen.’
Omweg via film
Twee jaar later deelt het Europese EUREKA subsidies uit voor de ontwikkeling van Digital Audio Broadcasting, waarmee Brandenburg en zijn club verder kunnen. Een aantal andere clubs, zoals een groep waarin het NatLab van Philips in Eindhoven zit, gaat ook aan de slag. Wereldwijd zijn er op dat moment veertien onderzoeksclubs bezig om een manier te vinden om muziek digitaal door de telefoondraad te persen.
In die tijd komen ook de eerste cd’s op de markt en begint de Movie Expert Pictures Group (MPEG) met onderzoek naar manieren om beeld digitaal uit te zenden. ‘Men bedacht dat het alleen maar zin zou hebben om zoiets te ontwikkelen als het voldeed aan een internationale standaard die geschikt was voor verschillende toepassingen. Dat project had als hoofddoel het uitbrengen van video op cd-rom’, legt Brandenburg uit. ‘Maar goed, de stomme film was al heel lang uit de mode, dus al snel werd duidelijk dat het comprimeren van het geluid voor video, hetzelfde procédé vergde als het comprimeren van geluid voor audiotoepassingen’, gniffelt Brandenburg.
Mp3, wat moet je ermee?
De audiogroep van de MPEG komt voor het eerst samen in december 1988. Brandenburg neemt een enorme koffer mee met daarin een apparaat dat muziekfiles kan coderen. Brandenburg: ‘Toen werd duidelijk dat wij op dat moment het verst waren. De anderen hadden alleen wat rommelige cassettebandjes bij zich.’
In 1990 blijven er, na beoordelingen van MPEG, vier onderzoeksgroepen over, waaronder die van Brandenburg en een concurrerende groep waar Philips in zit. Brandenburg wint op kwaliteit, de club van Philips op eenvoud. Beide teams krijgen het verzoek samen te werken en drie levensvatbare systemen verder te ontwikkelen. Layer 1, Layer 2 en Layer 3 geheten. ‘MPEG Layer 1 werd later in de digitale compact cassette gebruikt, voor wie zich dat nog herinnert’, lacht de professor. ‘Het tweede voorstel, Layer 2 werd erg succesvol in de professionele markt. En voor Layer 3, oftewel mp3, was in het begin totaal geen markt. We gingen veel naar congressen om onze geweldige vondst te laten zien en kregen steeds als reactie: kan wel heel mooi zijn, maar wat moet je ermee?’
Shareware
Rond 1993 breekt de periode van internet en gaming aan. Macromedia verwerkt de mp3-technologie in Shockwave. Brandenburg en zijn medewerkers besluiten om het coderingsprogramma te verspreiden via Shareware, zodat collega’s ermee kunnen experimenteren. Dat gaat dan nog niet in realtime: ‘Je moest een muziekfile hebben (wav) en daar moets de computer een nacht lang op rekenen voordat je één mp3-file had’, lacht Brandenburg.
Een slimme student uit Karlsruhe rommelt wat met het programma en schrijft een uitstekend decoderprogramma. ‘Dat was echt heel goed, sneller dan alles wat we tot dan toe in huis hadden. In plaats van die aan te bieden als Shareware, schreef hij ons een brief waarin hij vroeg of we interesse hadden. We hebben hem toen tamelijk veel geld betaald om voor ons te komen werken als zelfstandig programmeur. En tot op heden krijgt hij nog opdrachten van ons. Zijn werk was de basis voor Winplayer, de eerste mp3-speler voor Windows.’
Eerste rechtszaken
Kort daarna krijgt Brandenburg bezoek van een Engelse IT’er van Indiase afkomst, de eigenaar van Cerberus Sounds die wel brood ziet in mp3. Hij heeft een vooruitziende blik: ‘Weet je wel dat je de muziekindustrie om zeep zal helpen?’, vraagt hij Brandenburg. ‘Dat was begin ’95. We hebben echter nooit het doel gehad om de muziekindustrie te vernietigen. We hadden zoals nu nog steeds, het doel commerciële toepassingen te ontwikkelen.’
Het coderen gaat steeds sneller, Microsoft toont interesse en studenten beginnen muziek-cd’s te rippen en uit te wisselen via internet. De Recording Industry Association of America (RIAA) eist dat de sites gesloten worden. ‘Er verscheen een artikel in USA Today, waarin stond dat er rechtszaken liepen tegen drie universiteiten vanwege gratis mp3-programma’s waarmee je muziek kon comprimeren en illegaal over internet versturen. Er stond ook dat de kwaliteit uitstekend was, dus dat dit een groot gevaar betekende voor de muziekindustrie. Lezers hebben het woord illegaal helemaal niet gezien, maar wel de woorden gratis en uitstekende kwaliteit’, gniffelt Brandenburg met verdekte trots.
Diefstal leidt tot doorbraak
Verantwoordelijk voort de grote doorbraak van mp3 op internet is een Australische hacker. Brandenburg noemt zijn naam niet. Met een in Taiwan gestolen creditcard koopt hij in Erlangen de software om mp3 te coderen. Hij analyseert de software, schrijft er zelf een nieuwe interface voor, plakt die over de software van Brandenburg heen en zet het programma op een ftp-site waar iedereen het gratis kan downloaden.
‘In de readme stond: Deze freeware kwam tot stand met dank aan het Frauenhofer Institut. Binnen een dag kregen we e-mails die vroegen of onze software nu gratis was. Ik was eerst witheet van woede. De knaap werd opgespeurd, want hij had zijn sporen niet goed uitgewist, en aangeklaagd wegens diefstal. Maar het programma was losgelaten en al snel was het bestand overal te vinden. Iedereen die het verspreidde kreeg van ons een e-mail waarin we dreigden met juridische stappen. De Amerikaan Michael Robertson (beheerder van de site www.mp3.com in die tijd, red.) schreef over het programma dat het niet legaal was maar gaf wel een link naar een site waar je het kon downloaden. Hahahaha.’
Brandenburg kan er inmiddels hartelijk om lachen. Juist dankzij deze diefstal is er nu zo veel vraag naar mp3-programmatuur dat het Frauenhofer Institut vorig jaar honderd miljoen euro binnensleepte aan licenties. Advocaten van de RIAA krijgen woede-uitbarstingen als ze het woord mp3 horen. En Brandenburg zelf? Hij doet nog steeds onderzoek, al stuurt hij nu vooral de ideeën aan en laat hij het handwerk over aan zijn studenten en promovendi. Rijk is hij er niet van geworden, maar dankzij een Duitse wet die werknemers van uitvinders beschermt, krijgt hij jaarlijks een aangename royalty uitbetaald. ‘Gelukkig’, zegt hij nu.
Er staan 25 patenten op Karlheinz Brandenburgs naam. Ja, de man is tamelijk geniaal, maar hij laat geen mogelijkheid onbenut om te benadrukken dat hij niet de enige geestelijke vader van mp3 is. Hij struikelt zo af en toe bijna over de lijst met betrokken personen, bedrijven en instituten van Philips en Thompson tot de apparatenbouwer van het Frauenhofer Institut en zijn collega’s Harald Popp, Stefan Krägeloh, Hartmut Schott, Bernhard Grill, Heinz Gerhäuser, Ernst Eberlein en Thomas Sporer. Bang om er een over te slaan, lijkt wel. ‘Het is altijd zo in de wetenschap dat je voortbouwt op wat anderen al hebben bedacht en ontwikkeld’, zegt hij op bescheiden toon. Hoewel het lijkt alsof Brandenburg met een groot plan te werk is gegaan, denkt hij dat het allemaal toeval is geweest. Al geeft hij toe dat hij als kind al niets liever deed dan boeken lezen over de grote uitvinders. En zelf radiootjes in elkaar sleutelen met zijn techniekdoos.
