15 :: We want more!

tags:
Userpica

De mix van web 2.0 en muziek veroorzaakt een revolutie. De rol van tijdperken en subculturen wordt kleiner, onze honger naar muziek groter en het ontdekken van nieuwe muziek steeds leuker.

door Erwin van der Zande


NB: In het magazine vind je ook portretten van YouTube starlet Esmée Denters en dj/producer Dave Clarke, de 13 beste muzieksites en een overzicht met de bijzonderheden van Nederlandse downloadwinkels. We hebben ook een podcast samengesteld die je hier kunt downloaden: Bright Tracks Volume 1.


Nightmares on Wax. Amon Tobin. Tosca. Stereolab. Een greep uit de bands en muzikanten die ik krijg aangeraden op de muzieksite Last.fm op basis van de muziek die ik de afgelopen week op mijn computer heb geluisterd. Een paar acts kende ik al, de meeste niet. De aanraders komen automatisch voort uit de muziek die ik en de talloze andere Last.fm-gebruikers beluisteren. Niet omdat de stijl van de muziek op elkaar lijkt volgens een catalogus, of op basis van gerelateerde verkoopcijfers, maar omdat de mensen die naar deze muziek luisteren, de beste graadmeter die er is.
Begin vorig jaar verkocht ik al mijn cd’s en restje lp’s bij de Platenboef in Amsterdam. Ze stonden al een tijd stof te vangen, want al mijn muziek staat inmiddels op m’n computer (en iPod). Ik luister ernaar met iTunes. Ik heb bovendien AudioScrobbler geïnstalleerd, een iTunes plug-in die alles wat ik in iTunes luister doorspeelt naar mijn account op Last.fm. De site is daarmee het belangrijkste kanaal voor mij geworden om nieuwe muziek te ontdekken.
Er zijn andere manieren om online nieuwe muziek te vinden. Bijvoorbeeld de ‘Listeners also bought’-aanbevelingslijstjes bij online winkels als Amazon, Bol en de iTunes Store. Ik raadpleeg ook gericht een aantal weblogs en sites als Beatport.com voor nieuwe releases in genres waar ik van hou. Maar Last.fm is de meest geavanceerde manier en het beste voorbeeld van wat wij Muziek 2.0 noemen, of zoals de muzieksite het zelf omschrijft: the social music revolution.

Voorprogramma
Muziek, het meest universele medium ter wereld, vond al snel haar plaats op het web. Begin jaren negentig ging het nog vooral om informatie. Zo onderhield een handjevol mensen de WWW Music Database, een site die voornamelijk bestond uit discografieën. Ook populair in die tijd was de International Lyrics Server. De Zwitserse site werd in 1999 gesloten op verdenking van auteursrechtschending, een van de eerste aanvaringen met de wet die zo kenmerkend is voor de relatie tussen muziek en internet. In hetzelfde jaar nam namelijk Napster een vlucht, het peer-to-peerprogramma dat het delen van muziek tussen internetgebruikers introduceerde. De muziekindustrie schreeuwde moord en brand, maar de ban was gebroken. Napsters netwerk werd afgesloten om in no time te worden opgevolgd door andere p2p-netwerken als Kazaa en later BitTorrent.
Het delen van muziek was mogelijk door de introductie van mp3 – zie ook pagina xx - een bestandsformaat dat de grootte van muziekbestanden dusdanig verkleinde dat uitwisseling via internet, waarvan de bandbreedte ondertussen alleen maar toenam, een fluitje van een cent werd. Het populairste programma om mp3-bestanden op de computer mee af te spelen in die tijd was Winamp. Je kon er playlists in maken en met het zusterprogramma Shoutcast kon je die zelfs via internet ‘uitzenden’, in feite de voorloper van de podcast.
Mp3 werd niet alleen op de computer beluisterd. Speciale walkmans deden hun intrede zodat je je muziek overal kon beluisteren. De Rio PMP300 was in 1998 de eerste betaalbare en wijd verkrijgbare mp3-speler. Hij beschikte over 32 mb geheugencapaciteit, goed voor wel tien nummers. Twee jaar later legde de Nomad Jukebox van Creative, nog vormgegeven als een discman, de lat op 6 gb, goed voor vijftienhonderd nummers. Veel werden er nog niet van verkocht en mp3 was nog een nichefenomeen. Dat veranderde allemaal met de komst van Apples iPod en de witte earbuds in 2001. We herontdekten onze collectie in iTunes (shuffle-functie!) en zagen die alleen maar groeien dankzij de p2p-netwerken. Niks geen gekloot meer met bandjes en de vinger op de rec-knop bij de radio, nee, je zag een leuke clip op TMF (nu YouTube) en een kwartier later stond het nummer al op je computer. In een tijdbestek van tien jaar is muziek gedigitaliseerd en gedemocratiseerd. Nu spelen we overal onze muziek af. Op kantoor op de computer, als dat is toegestaan tenminste, onderweg op een mp3-speler in je oren of aangesloten op de autoradio en thuis wederom op de computer.

Webfilter
Het web zelf is ook aan het veranderen. De groeistuip staat bekend als Web 2.0 (zie ook Bright 06). In een notendop komt het erop neer dat webdiensten computerprogramma’s vervangen, dat we ons hele leven (foto's, contacten, lijstjes, links, ervaringen en persoonlijke smaak waaronder muziek) op zulke sites delen met de rest van de wereld en dat alles en iedereen met alles en iedereen is verbonden – als je mee wilt doen. Essentieel is ook dat we zelf orde in de chaos aanbrengen door middel van tags en door diensten en databases aan elkaar te koppelen, de zogeheten mash-ups. Met de komst van web 2.0 is de enorme database die het web eigenlijk is socialer geworden. Een van de belangrijkste mijlpalen in deze ontwikkeling is de introductie van de PageRank van Google in 1998. Hoe vaker een site of pagina is gelinkt door mensen op andere sites of weblogs, hoe waardevoller Google de site opvat en hoe hoger hij daardoor opduikt in de resultaten bij een zoekactie. De grootste zoekmachine en derde bestbezochte site ter wereld promoveerde met PageRank de websurfer tot webfilter. Onze rol en gewicht als gebruiker, als deelnemer aan het web beter gezegd, nam daarmee toe. Last.fm en vele andere muziek 2.0-sites (zie kader ‘Alle 13 Goed!’) doen feitelijk hetzelfde als Google met PageRank, maar dan exclusief gericht op muziek. Het ontdekken van nieuwe muziek is hiermee zo eenvoudig geworden, dat het inmiddels een vorm van online vermaak op zich is.

Bijverschijnselen
En eigenlijk is het feest pas net begonnen. Muziek 2.0 heeft namelijk een sneeuwbaleffect in zich. Hoe intensiever je eraan meedoet, hoe leuker het wordt. Voor jezelf en voor alle anderen. Ga maar na. Met de komst van mp3, p2p-netwerken en de iPod luisteren we nu vaker naar meer muziek. We raken ook sneller uitgekeken op onze nummers en albums en kijken eerder uit naar weer nieuwe muziek. Web 2.0 maakt het ontdekken van die nieuwe muziek makkelijker, waardoor we in aanraking komen met nog meer muziek. De database aan muziek en muzieksmaken die we samen bouwen, wordt steeds groter, slimmer en toegankelijker.
Dit proces heeft onverwachte bijverschijnselen. We komen tegenwoordig eerder in contact met muziek die we voorheen links zouden laten liggen. Oude muzikale hokjes doen er niet meer toe. Er worden op het web immers elke seconde nieuwe geschapen. Elk nummer, elke artiest is er evenveel waard. Madonna staat gebroederlijk naast de extreme noise-band Wolf Eyes, en de oude rockers van The Who naast piepjonge Britse bands als Arctic Monkeys. Zonder ondergebracht te zijn in aparte niches die enkel ‘gevonden’ kunnen worden door ingewijden. Door alles met elkaar te verbinden houden subculturen eigenlijk op te bestaan.
Nog ingrijpender is het feit dat de tijdsfactor vrijwel geen rol meer speelt. We zijn niet alleen verlost van hokjes, ook van de muziekgeschiedenis. En waarom ook niet? Goede muziek is altijd tijdloos. De bijna veertig jaar oude rock van The Who past uitstekend tussen die van hippe jonge Britse bandjes. Je ziet het fenomeen het sterkst optreden onder jongere muziekliefhebbers. Voor hen is The Who net zo nu als Bloc Party of Franz Ferdinand. Dat mochten ook The Stooges aan den lijve ondervinden. De vijftigers stonden vorig jaar als een van de hoofdacts op Lowlands. Meer veranderingen en verrassingen zullen volgen, want de revolutie is nog in volle gang. We want more.


door Erwin van der Zande, 11-04-2007 21:48 2259 views

The Bright Bunch

The Bright Bunch
aanmelden

Wie is nu Hier?

Er zijn momenteel 8 Bright Bunch leden en 320 bezoekers online.

Classics