
Vergeet jaarhoroscopen. Wend je tot het web en ontdek hoe wij zelf de weg wijzen naar wat de toekomst ons brengt. Van griepepidemieën tot de volgende beurskrach.
Tekst: Shana Ting Lipton Beeld: Luis Mendo
Als Nostradamus nu zou leven, dan zou hij een computer met een breedbandverbinding raadplegen in plaats van een kristallen bol. Internet lijkt de profeet te zijn van het nieuwe millennium. Trendonderzoekers hebben de potentie van het web ontdekt als database van ons collectieve onderbewustzijn om voorspellingen te doen uiteenlopend van griepepidemieën tot natuurrampen.
Klinkt als kwakzalverij? Misschien. Maar zelfs techgigant Google beweegt in deze richting met de aankondiging van zijn meest recente project. Google Flu Trends verzamelt zoekopdrachten die elk jaar tijdens het griepseizoen opduiken. Zo verschijnen opdrachten als ‘griep symptomen’ of ‘rillingen en koorts’ in bepaalde regio’s. Google Flu Trends zet die data om in een tamelijk accuraat monitoringsysteem dat op regionaal niveau in de VS griepepidemieën kan voorspellen ongeveer een week voordat ze een kritische massa bereiken.
De Amerikaanse Centers for Disease Control doen dit ook al volgens een beproefde methode genaamd Contact tracing, die doktoren en patiënten onderzoekt. Google is echter één tot twee weken sneller wat die methode meer een waarschuwingssysteem maakt. Hoewel het zoekbedrijf nog geen specifieke plannen heeft, hoopt het Predict & Prevent team bij Google.org zijn instrument in de toekomst beschikbaar te maken voor andere landen, talen en ziektes.
Valse profeten
Valdis Krebs, oprichter en hoofd onderzoek bij Org.net, heeft ook de voorspellende data-aggregatie koorts te pakken. Zijn computerprogramma InFlow concentreert zich onder andere op tuberculose-epidemieën. Hij heeft zijn expertise in networkmapping ook ingezet om politieke prognoses te maken in de VS.
Voorafgaand aan de presidentsverkiezingen gebruikte hij zijn software om bestedingspatronen bij online warenhuis Amazon te observeren, in het bijzonder de aanschaf van Republikeinse of Democratische boeken. Mid 2008 vond hij patronen van consumenten die boeken uit beide kampen kochten. In oktober was dat patroon verdwenen. ‘Ik kon niet voorspellen welke presidentskandidaat zou winnen, maar ik kon wel zeggen dat ondanks alle berichten over zwevende kiezers de meeste mensen een keuze hadden gemaakt’, aldus Krebs.
Ondanks zijn passie voor IT-gebaseerde voorspellingen waarschuwt Krebs uit te kijken voor valse profeten. ‘We willen niet dat computers voor ons gaan nadenken. We willen dat computers ons helpen na te denken. Er moet altijd een menselijk element blijven.’ Hij maakt de kanttekening dat we voorafgaand aan de financiële crisis, zelfs met de beste technologie en meest briljante wiskundige modellen, de timing, ernst en impact van de beurskrach niet konden voorzien. ‘Als je alleen technologie op het probleem loslaat en de sociologie en context buiten beschouwing laat, dan gaat het geheid mis.’
Aardverschuiving
Cliff High is een softwareprogrammeur uit Olympia, Washington en een pionier op het gebied van voorspellende linguïstiek. In 1997 lanceerde hij een scansysteem voor het web als instrument om bewegingen op de financiële markt te voorspellen. High verwerkte alledaagse woorden en begrippen in een schaal van intensiteit en significantie, ervan uitgaand dat mensen in een willekeurige week maar zoveel woorden gebruiken. Zijn webbot struint internet af op zoek naar afwijkingen, pieken in woordgebruik (in verschillende talen) die buiten zijn lexicon vallen. De afwijkingen gebruikt hij om grote gebeurtenissen te voorspellen, van financiële aardverschuivingen tot echte. Hij interpreteert de resultaten zelf en neemt daar onder andere de politieke en culturele context in mee.
De omslag in Highs geloofwaardigheid kwam toen zijn webbot de tsunami in de Indische oceaan in 2004 voorspelde. Door zijn onderzoek ontdekte hij dat zijn bot voorafgaand aan een aardbeving een piek aangaf in taal gerelateerd aan ‘verbroken huwelijken’. ‘Ik wist dat de aardbeving in China dit jaar een grote zou worden, vanwege alle praat over verbroken huwelijken’, herinnert hij zich.
Onlangs kreeg zijn site Half Past Human, met een kleine schare betalende abonnees, de erkenning de beurskrach van oktober juist te hebben voorspeld. Die eer komt eigenlijk de mensen toe die op weblogs en andere publieke sites reageren. ‘Iedereen is helderziend al weten we dat niet’, zegt High. De techprofeet doet er wel zijn voordeel mee. ‘Wij interesseren ons niet in waar men zich bewust van is’, waarmee High wil zeggen dat wat wij onbewust op het web doen hem juist de hints geven voor aanstaande trends.
Er zijn natuurlijk factoren die zijn analyses van het web kunnen verstoren. ‘Memering’ is er een van, afgeleid van het begrip meme: een cultureel fenomeen dat zich verspreidt als een virus. Het treedt op wanneer bedrijven mensen inhuren die gericht content op sites en blogs plaatsen om de meningen van het publiek over een merk of product te beïnvloeden. Programmeur High heeft echter een manier gevonden om dit te herkennen.
En dan is er nog het geval van de slang die in zijn eigen staart bijt. ‘Dit is een grappige business’, zegt High. ‘Hoe meer mensen zich bewust worden van de webbot, des te minder effectief we hem kunnen maken. Bewustzijn sluipt in hun taalgebruik.’ Vandaar dat High zijn abonneebestand bewust laag houdt, onder de duizend man, en alleen die mensen accepteert die beloven de inhoud van zijn rapporten voor zichzelf te houden. Hoewel hij bescheiden toegeeft er ook regelmatig naast te zitten, heeft hij een trouwe schare gelovigen verzameld, van professionals bij instellingen als Credit Suisse tot een aantal Braziliaanse miljardairs, die zweren bij zijn rapporten.
Naarmate de voorspellingstechnologie groeit in populariteit zal hij onvermijdelijk deel worden van de populaire cultuur die de technologie juist in de gaten houdt. Net zoals barometersites als Digg op hun beurt agendabepalend zijn. Terwijl de toekomst ons blijft uitdagen voorspellingen te doen, zijn High en de zijnen zich bewust van hun eigen ondergang. ‘Mijn dagen in dit werk zijn eindig.’
Dit artikel verscheen in Bright 25.
