Deze week is het zover. Voor Amerikanen dan. Vrijdag start in de VS de verkoop van de Apple iPhone, het meeste gehypte product van het jaar. De aanloop is lang geweest. Twee jaar geleden al vroegen Apple-fans wereldwijd zich hardop op internet af waar toch die 'iPod telefoon' bleef. Ijverige 3D-ontwerpers speculeerden over het uiterlijk met zelfgemaakte designs. Apple-voorman Steven Jobs hield lang de boot af.
Niet helemaal verwonderlijk. Mobiele telefoons zijn een hele andere markt dan computers of mp3-spelers. Jobs haalde echter bakzeil. Zelfs een marktaandeel van slechts 1 procent betekent een afzet van heel veel telefoons. Bovendien dreigen muziektelefoons de suprematie van de iPod als draagbare digitale muziekspeler te ondergraven. In januari brak Jobs de ban en kondigde de iPhone aan. Vrijdag gehts los. Europa moet nog tot het vierde kwartaal wachten op het toestel.
Apple belooft een revolutionaire interface. Er zitten nauwelijks knoppen op het toestel, je bedient 'm met je vingers via het scherm. Er is een uitvoering met 4 gb en een met 8 gb wat de iPhone een prima vervanging maakt voor je iPod shuffle of nano, niet voor de grote iPod. De 2 megapixel camera en het ontbreken van ondersteuning voor snelle mobiele netwerken (lees: mobiel internet) stellen echter teleur.
De iPhone zal naar verwachting 500 euro gaan kosten. Mits je een tweejarig abonnement afsluit met een operator die Apple in Europa nog moet kiezen. Ik vermoed dat dat Vodafone, T-Mobile of een andere pan-Europese partij zal zijn. Dat helpt allemaal ook niet.
En toch wil ik er een. Zal m'n Apple-tik zijn. Maar waarschijnlijk wacht ik beter totdat hier de simlock-vrije 3G-versie verkrijgbaar is. Dat zal wel 2008 worden. Op z'n vroegst. Een eeuwigheid voor een telefoon. Zelfs voor Apple.
Bright levert wekelijks op dinsdagen een bijdrage aan gratis dagblad DAG. Deze column is uit de editie van vandaag.
