James Bond Forever: 007 wordt vijftig

Vijftig jaar geleden begon de meest succesvolle filmfranchise in de geschiedenis, toen Ian Flemmings personage James Bond in de bioscoop kwam.

De martini drinkende gentleman is door de jaren heen veranderd. Bond is fysieker geworden, leunt minder op futuristische gadgets en heeft zijn cocktail ingeruild voor een biertje.

“Do I look like I care?” Daniel Craigs antwoord in Casino Royale op de vraag of hij zijn wodka martini shaken or stirred wilde hebben, maakte resoluut een eind aan vijfenveertig jaar cocktail nippen. Slimme zet van de makers want zo was meteen duidelijk met wat voor een nieuwe James Bond we te maken hadden. Skyfall, de 23ste Bondfilm die eind oktober in première gaat, gooit de cocktail helemaal overboord: Bond gaat aan het bier. Goed voor Heineken, dat een contract met de makers sloot, en goed voor Bond. Want bij de première van Dr. No in 1962 was de wodka martini nog cool maar in 2012 sta je dan als internationale topspion ergens in de hoek te kwezelen bij de sherry brigade en de jagermeister crowd.

Maar niet alleen de ijzeren wetten van de internationale cocktailconjuctuur maken dat de held van de meest succesvolle franchise uit de filmgeschiedenis met z’n tijd meegaat. Ook al stammen de man-vrouwverhoudingen in de serie volgens feministen nog uit het pleistoceen – ook de Tweede Feministische Golf lukte het niet om Bond op z’n minst ideologisch te castreren – alle andere ingrediënten waarmee een succesvolle Bondfilm wordt gebakken, zijn door de jaren heen vervangen of geperfectioneerd.

Logisch. De Bondfilms zijn een lucratieve industrie met een totaalopbrengst van ruim vijf miljard dollar. And counting. Die ga je niet riskeren door achterover te leunen. En dan moet je af en toe grote risico’s nemen, zoals de keuze voor Daniel Craig als nieuwe Bond. Gelukkig bleek de 44-jarige Brit een gouden greep want de laatste twee Bondfilms – Casino Royale en Quantum of Solace – zijn de meest winstgevende tot nu toe. Ook al waren nogal wat fans teleurgesteld in die laatste.

James Bond is altijd al een combinatie van vooruitgangsgeloof en jongensdroom geweest. Ex-geheim agent Ian ‘Thunderbeatle’ Fleming (die bijnaam kreeg de Brit van z’n vrouw vanwege z’n voorliefde voor de Thunderbird, bouwjaar 1965) schreef begin jaren vijftig de eerste spionageverhalen met Bond als hoofdpersoon. Fleming was een levensgenieter – hij schreef de meeste Bondavonturen in z’n huis op Jamaica – en die voorliefde voor luxe kwam ook in de boeken terecht. Tips om net als Fleming te schrijven zijn volgens kenners 1.Describe food in detail, but make sure it's good food. 2. Have your characters drink plenty of alcohol. 3. Include sensuous details about clothes . 4. Let your characters take time to relax and enjoy themselves now and then.

Dat bleek precies wat het publiek wilde na een halve eeuw ellende. Na de puinhopen van twee wereldoorlogen waren de exotische vergezichten en het joie de vivre uit Flemings boeken een spetterend feest. Tegen de tijd dat twee kleine producenten – Albert R. Broccoli en Harry Saltzman – Flemings Dr. No in 1962 naar het bioscoopscherm brachten, was de eerste mens in de ruimte geweest en beleefde de wereld een technologische en culturele groeispurt.

Bondgirls
De reputatie dat Bondfilms een venster op de toekomst zijn, stamt vooral van de eerste drie: Dr. No, From Russia with Love en Goldfinger. Bond nam toen het vliegtuig in een tijd dat nog bijna niemand had gevlogen. Hij had snellere, modernere auto’s met een autotelefoon (From Russia with Love) en satellietnavigatie (Goldfinger) en had explosieve gadgets lang voor de tegenpartij. Met de groeten van Desmond Llewelyn die als de befaamde Q zeventien films lang die futuristische gizmo’s leverde.

Bond belandde ook bij de mooiste vrouwen in bed. Niet onbelangrijk voor een jongensdroom. Of zij bij hem. Zoals Ursulla Andress (‘ze had beter Undress kunnen heten’, schreef een criticus na de première) die in Dr. No met die grote schelpen uit het water komt. Een scène die trouwens gespiegeld werd in de scène in Casino Royale uit 2006 waarin Daniel Craig als kleerkast uit het water komt. Dat was waarschijnlijk een klein eerbetoon aan Andress, want zoals recent in een Vanity Fair-artikel over de geboorte van Bond te lezen was, waren de makers tijdens de opnamen van Dr. No nogal bang dat het een B-film zou worden (‘de slaapkamerfantasieën van een adolescentenbrein’, had Fleming ooit over zijn eigen werk gezegd, wat in zekere zin klopte want de boeken zijn seksueel veel uitgesprokener dan de films), totdat ze de scène met Andress zagen.

In 2003 kozen kijkers in een poll van het Britse Channel 4 die op de eerste plek van ‘the 100 Greatest Sexy Moments in screen history’. Iedereen kreeg wat ie wilde. Mannen hadden een held om zich mee te identificeren, vrouwen een held om naar te verlangen. Of andersom, in voorkomende gevallen.

In essentie zijn de Bondfilms klassieke sprookjes over de ridder die het monster verslaat. Alleen de verpakking is anders. In de eerste dertig jaar waren de films vooral een billboard voor de westerse cultuur waarop het idee van vooruitgang, luxe en erotiek verkocht werd. Denk alleen al aan de titelsequenties van Maurice Binder met die silhouetten van dansende en trampolinespringende vrouwen. Prachtige camp als je ze in 2012 bekijkt, maar in de eerste helft van de jaren zestig schuifelden legioenen mannen vooral naar de bioscoop om te zien of die silhouetten nou iets aan hadden of niet. De bikini van Ursulla Andress in Dr. No was in 1962 een kleine revolutie.

Namens Fleming predikte Bond de vrije seksuele moraal een paar jaar voor de massa die overnam. De enige keer dat hij trouwde – In On Her Majesty’s Secret Service – werd mevrouw Bond meteen geliquideerd. Want Bond moest ongebonden zijn. Zelfs de ‘Bond girl’ werd een begrip, terwijl actrices in die tijd niks anders hoefden te doen dan zich bevallig over een decorstuk te draperen.

Bond was ook was de perfecte verbeelding van de westerse niet-praten-maar-doen mentaliteit die de wereld na WOII veroverde. Tot het bittere eind trouwens. “Do you expect me to talk”, vraagt Bond aan Goldfinger als hij door een laserstraal gecastreerd dreigt te worden. “No, Mr Bond, I expect you to die.”

Bourne of Bond?
Vijftig jaar later is James Bond de langstlopende en meest winstgevende serie films ooit gemaakt. Het Britse stijlicoon overleefde zelfs het einde van de Koude Oorlog. Omdat de makers de serie durven te vernieuwen.

Want James Bond is wel veranderd. De acteur is vervangen, om maar iets te noemen. Wat dat betreft verkeert de franchise al sinds het begin in een identiteitscrisis. En gelukkig maar, anders zou het saai worden. Sean Connery was stoer, hoewel nogal Schots voor een Engelse geheim agent. Roger Moore was dan wel meer de British gentleman maar die werd helaas oud, een unicum in studiofilms. Timothy Dalton was precies genoeg gentleman maar die had weer te weinig pezzazz. En kwam uit Wales. Pierce Brosnan had juist wel de gewenste bravoure, maar kwam uit Ierland. En had er al snel genoeg van, want een Bondfilm maken is nogal intensief en je zit er al gauw voor tien jaar aan vast. En er was George Lazenby, de man die z’n carrière begon als Bond maar die na één film vertrok. Naar eigen zeggen omdat een Ierse zakenman hem ervan had overtuigd dat het Bond personage passé was en dat hij zijn heil beter ergens anders kon zoeken. Later misschien toch spijt van gekregen.

De casting van Daniel Craig was een meesterzet. Een gok zoals gezegd – al is die vast met een dozijn publieksonderzoeken gemotiveerd – maar die pakte goed uit. Met Craig veranderde namelijk niet alleen de haarkleur van James Blond maar ook het type spion. Bond is veel robuuster geworden. Quick & dirty in plaats van shaken not stirred. Dit is een Bond die met z’n poten in de modder gaat staan als de Aston Martin is opgeblazen. Die gewond raakt en die soms ook niet meer weet hoe het zit. Die, kortom, realistischer is geworden. Fysieker. Meer Bourne eigenlijk dan Bond.

Alles is realistischer geworden aan de franchise. De gentleman spy is een typetje dat het museum in kan. Met Craig is Bond een ongeleid projectiel geworden, iets wat in Skyfall nog meer nadruk krijgt. Dat maakt ook zijn relatie met M spannender, tegenwoordig gespeeld door Judi Dench. Nu voelt het alsof er echt iets op het spel staat. Bond kan z’n pensioenrechten verliezen. Of erger.

Ook de Bondgirls zijn realistischer geworden, al eindigen ze nog steeds in dezelfde positie als in Dr. No. Ze hebben tekst, bijvoorbeeld, en ze zijn niet Grace Jones. Zelfs Bonds tegenspelers zijn niet langer die megalomane wereldveroveraars met vreemde huisdieren en een legertje anonieme bewakers in oranje overalls, maar gewoon internationale criminelen of CEO’s van multinationals. Figuren die we kennen uit de kranten. Die puffer van Le Chiffre kon nog net en was eigenlijk ook wel weer een fijne verwijzing naar de freaks die Bond vroeger tegenover zich had.

Jetpack
Bondfilms zijn ook geen vitrine meer voor futuristische gadgets. In de laatste twee was er niet eens een Q meer. Desmond Llewelyn overleed in 1999 en John Cleese stopte er na Die Another Day mee (zie kader). Logisch dat Bond wat minder speelgoed mee kreeg en dat de toekomst minder prominent aanwezig was. Maar in Skyfall is er eindelijk weer een nieuwe Q, gespeeld door Ben Whishaw.

Maar er zijn ook andere redenen voor die koerswijziging. Productcycli zijn korter geworden. Tegen de tijd dat een film klaar is, kan een prototype al op de markt zijn. Wat betekent futuristisch dan nog? En de wereld is natuurlijk kleiner geworden. Alles is binnen handbereik en dat maakt het voor filmmakers lastiger om aan de andere kant van de wereld onbekende wannahaves te vinden. Misschien passen gizmo’s ook niet zo goed meer bij de fysieke Bond. Die lost problemen liever met z’n handen op dan met z’n laserhorloge.

Maar ook geld speelt een rol bij de keuze om de franchise minder futuristisch te maken. Waarom betalen om een prototype te laten zien dat pas over drie jaar klaar is, als je geld kunt verdienen door Bond in het nieuwste commerciële model te laten rijden? Want dat kunnen mensen meteen kopen. Als ze tenminste in de bovenste goudgerande belastingschijf zitten. De Britse Sunday Times schreef eerder dit jaar dat Bondproducenten MGM en Sony 45 miljoen dollar van het budget van Skyfall wilden binnenhalen met product placement. Daar kunnen de voorstanders van de nostalgische Bond niet tegenop.

Misschien is het idee van mechanische uitvindingen als de jetpack of het laserhorloge of de robothond uit A View to a Kill wel achterhaald. Een oude man in een witte jas die uitvindingen in elkaar knutselt past niet meer bij het onzichtbare nanokarakter van de 21e eeuwse vooruitgang. Bond is a one man guidance system geworden. Wat moet hij nog met al dat speelgoed?

En toch. Toch probeert Skyfall de nerdy uitvinder weer in ere te herstellen. Toch vonden de makers blijkbaar dat er iets miste in de laatste twee Bondfilms. Iets wat de boel wat speelser maakte, wat meer weer die jongensdroom misschien. Nog even wachten, dan zullen we het zien.

In Bright magazine #48 pakken we uit met Bright Bond Gear: onze suggesties van gadgets, horloges en auto's voor Bond. Je kunt 'm online bestellen.

Tekst: Ronald Rovers 
Beeld: Peter van den Hoogen

door , 01-11-2012 16:51 16569 views
The Bright Bunch
inloggen aanmelden

Wie is nu Hier?

Er zijn momenteel 5 Bright Bunch leden en 142 bezoekers online.