Nederland haalt minimaal 5 gouden plakken op de Olympische Spelen

tags:

Economische factoren, WK-resultaten en sportcultuur zijn van invloed op onze medaillekansen. Wie voorspelt beter: economen of sportexperts? 

Tijdens het WK voetbal in 2010 bleken de uitslagen tot de finale toe nauwkeurig voorspeld te zijn. Door een octopus. Toeval? Er zijn ook mensen die helemaal niets van sport weten en die toch heel nauwkeurig prestaties kunnen voorspellen. Zo voorspelt de Amerikaanse econoom Daniel Johnson iedere vier jaar de uitkomsten van de Olympische Spelen, enkel aan de hand van economische en geografische factoren. Hij is daarmee de grote concurrent van de sportexperts, die alle ontwikkelingen minutieus bijhouden. En ook in eigen land schuilt een wereldautoriteit die van beide walletjes eet.

Voorspellen zonder sportkennis
Daniel Johnson, professor aan de Universiteit van Colorado, doet zijn voorspellingen als sinds 2000 op basis van wiskundige modellen. Zijn vakgebied is dan ook econometrie, de tak van de economie waarin fenomenen op grote schaal in formules worden gevat. Johnson gebruikt variabelen als hoofdelijk inkomen, bevolkingsaantal en ligging ten opzichte van het gastland. Beeld je maar in: een rijk land (met een hoog hoofdelijk inkomen) kan zich de training en uitzending van de sporters beter veroorloven. En een land met veel inwoners, zoals China, heeft een grote poule om zijn sporters uit te selecteren. Ook heeft een land dicht bij het gastland minder transportkosten en ervaren de sporters weinig klimatologisch verschil met thuis.

Twee factoren in het model zijn dit jaar nieuw. Ten eerste is er de invloed van het organiseren van de voorgaande, huidige, of aankomende Olympische Spelen. Als een land minstens 6 jaar van tevoren weet dat het gastland wordt, maakt het zijn atleten en infrastructuur daar tijdig voor klaar. Bovendien krijgt het gastland tijdens het jaar van organisatie de gelegenheid veel meer sporters in te zenden. Verder heeft het land in de jaren daarna nog profijt van de ervaring en faciliteiten. Om die reden mogen we goede prestaties verwachten van China, dat in Beijing vier jaar geleden de Spelen hield, en Brazilië, waar over vier jaar de Spelen in Rio de Janeiro gehouden zullen worden.

Het geheim van Johnsons model schuilt in de laatste factor: een ‘specifiek nationaal cultureel effect’. Dat omvat alle onmeetbare eigenschappen en gebruiken die uniek zijn voor een land, zoals sponsoring van atleten, dopingbeleid, overheidssteun en kennisoverdracht van andere topsporters. Het is, kortom, de factor die beschrijft hoezeer er een sportcultuur leeft in het land. Die kan van heel grote betekenis zijn: Nederland dankt dit jaar volgens het model tien extra plakken aan deze factor. Maar België staat hierbij in de min en verliest hieraan drie medailles.

De Nederlandse zwemploeg

Nederlandse voorspellingen
Onze ‘eigen', Nederlandse voorspellers Gerard Kuper en Elmer Sterken van de Rijksuniversiteit Groningen hebben een model dat ook gebaseerd is op economische factoren, maar tegelijkertijd let op WK-prestaties uit het voorgaande jaar. Zij berekenen eerst het aantal deelnemers per land aan de hand van een aantal factoren die Johnson ook gebruikt en door middel van een analyse van de disciplines waaraan landen traditioneel meedoen. Logisch, want Nederland doet bijvoorbeeld al sinds jaar en dag uitgebreid mee aan het zwemmen, maar niet aan het sabelschermen.

Wat Kuper en Sterken toevoegen, in tegenstelling tot Johnson, is een beetje sportkennis. Zij kijken namelijk ook naar het aantal medailles dat een land in het voorgaande jaar won tijdens de wereldkampioenschappen in de betreffende disciplines.

De nieuwste factor die Kuper en Sterken hebben toegevoegd aan hun model is de invloed van gastland zijn in de vorige of volgende Spelen. Ze lijken hierbij geïnspireerd te zijn door Johnson. Maar er zijn ook verschillen, vertelt Kuper: “Johnson neemt een aantal variabelen op die wij niet opnemen. En dat is prima, want als iedereen hetzelfde doet is het minder interessant.” Eén zo’n variabele is bijvoorbeeld de genoemde ‘buurlandfactor'. “De bijdrage van deze variabele is bij ons nihil.”

Johnsons schattingen kwamen van 2000 tot 2010 gemiddeld voor 93 procent overeen met de werkelijkheid. Gerard Kuper drukt zijn successen liever anders uit: “Een correlatie is niet zo informatief. Kijk liever naar de gemiddelde afwijking ten opzichte van de werkelijkheid”.

Wie voorspelt het best?
Terugblikkend op Beijing bleek het model van Kuper en Sterken het best – in nauwkeurigheid en foutafwijking versloegen ze Johnson. Het meest nauwkeurig blijven echter de sportexperts van USA Today en Sports Illustrated, die zeer kort voor de Spelen toch het meest nauwkeurig weten te voorspellen hoe de medaillespiegel is samengesteld. Leggen we hun resultaten naast de uitkomsten van de economische modellen, dan krijg je een interessante vergelijking. Sportjournalisten verwachten bijvoorbeeld dat Kenia beter gaat presteren dan Nederland in Londen, terwijl de economen Kenia, met een klein hoofdelijk inkomen, aanzienlijk lager inschatten.

Het antwoord op de vraag op wie je je geld dan moet zetten, hangt af van wanneer je inzet. De specialistische sportbladen kennen de uitkomsten erg nauwkeurig, maar pas kort tevoren. Wat voor de economen pleit, is dat ze al veel eerder resultaat opleveren. Het feit dat Johnson ruim een half jaar voor de Spelen al vrij nauwkeurig kan vertellen hoe het klassement en de medailleverdeling eruit gaan zien, zonder enige kennis van de sporters, blijft hoe dan ook een bijzondere prestatie.

Johnson zelf hoopt stiekem altijd dat hij er dramatisch naast zit. "De Olympische Spelen zijn een viering van het exceptionele", vertelt hij, "en het feit dat een economisch model de medailletotalen zo nauwkeurig kan voorspellen wijst simpelweg op het feit dat er onderliggende patronen zijn die het ene land een voorsprong geven op het andere. Ik ben op zoek naar excellentie, waar het ook voorkomt, en ik juich het hardst als die onvoorspeld is."

Medaillespiegel Nederland
Op het moment van schrijven plaatst USA Today Nederland op de 16de plaats met 16 medailles, waarvan 6 goud. Johnson denkt dat we als 12de eindigen en Kuper en Sterken zetten ons op de 11de plaats. USA Today en Kuper en Sterken vermoeden dat China de Spelen gaat winnen, Johnson gokt op de VS.

Voor het Nederlands Olympisch Comité NOC*NSF, dat hoopt het totaal van 16 medailles in Beijing te verhogen, is dit goed nieuws. Het comité gebruikt voorspellingen voornamelijk om de plaats ten opzichte van andere landen te bepalen, vertelt woordvoerder Geert Slot. “Het is interessant om met vaak minder middelen dan de omringende landen op de lijst, toch de voorspellingen uit de econometrie waar te maken of zelfs te ‘verslaan'.”

Ook kunnen zulke voorspellingen nuttig zijn voor het NOC*NSF om de kans op een plaats in de top 10 in te schatten. Slot vertelt: “Het is interessant om te zien of het de economen lukt te achterhalen wat essentiële factoren zijn voor het behalen van medailles.” Aan sommige factoren, zoals buurland zijn, valt natuurlijk weinig te veranderen. Maar als je bedenkt hoe belangrijk volgens Johnson het ‘specifiek nationaal cultureel effect’ is, kan investering in sportbeleid ertoe leiden dat Nederlands olympische uitslagen zelfs de stoutste voorspellingen van Paul de Octopus overtreffen.

Door: Roeland Heerema en Willemijn Sneep

door , 18-07-2012 12:27 4679 views
The Bright Bunch
inloggen aanmelden

Wie is nu Hier?

Er zijn momenteel 4 Bright Bunch leden en 146 bezoekers online.