Commentaar: Apple loopt ineens voorop met AR
Commentaar

Commentaar: Apple loopt ineens voorop met AR

woensdag 28 juni 2017 19:16

Apple loopt op gebied van augmented reality met het nieuwe ARKit in één klap voorop.

Begin deze maand hield Apple zijn ontwikkelaarsconferentie WWDC. Op het eerste gezicht leek het niet erg spannend, maar WWDC was dit jaar stiekem een slow burner. Apple toonde namelijk een paar presentaties van de nieuwe augmented reality-mogelijkheden van iOS 11, maar na jaren van overdreven demo’s maakt dat niet echt indruk meer.

Zo toont Microsoft bijvoorbeeld al een paar jaar HoloLens-demo’s waarbij het eruit ziet alsof een hele tafel in een Minecraft-level verandert. In de praktijk valt dat door het kleine gezichtsveld van de bril helaas nog behoorlijk tegen.

Korreltje zout

Tijdens WWDC toonde Wingnut AR, de augmented reality-studio van regisseur Peter Jackson, een vergelijkbare demo. Een lege tafel veranderde gezien door het scherm van een iPad in een levendige filmset, waarop een 3d-scène zich op indrukwekkende wijze afspeelde. Tof, maar murw van de vele half-loze beloften van dergelijke demo’s bekijk je dat toch met een korreltje zout.

Dat blijkt volledig onterecht. Direct na de openingspresentatie stelde Apple zijn augmented reality-software ARKit beschikbaar. De software is een framework voor het bouwen van AR-apps, en zorgt er onder meer voor dat de ruimte om je heen via de normale camera van je iPhone of iPad accuraat in 3d in kaart wordt gebracht. Ook kan ARKit rekening houden met lichtbronnen, waardoor 3d-objecten een dynamische en realistische schaduw krijgen.


Indrukwekkend

Snelle probeersels van ontwikkelaars lieten al direct zien hoe krachtig ARKit is. Twitter-account Made With ARKit houdt al die experimenten bij en met de dag wordt dat indrukwekkender. In deze top 5 hebben we dat al op een rijtje gezet, met bijvoorbeeld het virtuele meetlint. De maker laat zien dat hij zijn telefoon kan gebruiken om met dat meetlint heel nauwkeurig dingen in de ruimte om hem heen kan meten.


Demo’s die met planten die levensecht in de kamer zweven en Pokémon die recht naast je staan zijn minstens zo overtuigend. Of neem deze video waarin twee digitale mannen een bal overgooien terwijl de camera er moeiteloos omheen draait. Ze hebben allemaal één ding gemeen: het ziet er veel strakker en stabieler uit dan welke andere AR-demo tot nu toe. Geen gewiebel en de 3d-objecten verspringen niet ineens van plaats als je er omheen loopt, iets dat je toch vaak zag bij andere AR-demo’s.

Alles wijst erop dat er met het verschijnen van iOS 11 een sloot aan handige en minder handige maar vooral indrukwekkende AR-apps in de App Store komt. Apps die het in één keer doen op miljoenen iPhones en iPads, in plaats van op een nieuw apparaat dat mensen nog voor veel geld moeten kopen.

Voortrekker

Zo maakt Apple van augmented reality in één klap een relevante technologie voor een heleboel gebruikers en ontwikkelaars. Bovendien wordt Apple zo ineens de voortrekker van die hele AR-markt, die ineens niet meer draait om luchtfietsen maar om apps die mensen meteen met eigen ogen kunnen zien.


ARKit is op die manier exemplarisch voor alles wat Apple doet: werken met gesloten deuren en niche-technologie in één klap mainstream maken. Google en Microsoft werken al een paar jaar publiekelijk aan augmented reality, maar erg beschikbaar is dat nog niet. Je hebt daar immers speciale gadgets zoals het Google Tango-tablet of de Microsoft HoloLens voor nodig.

Dat openbaar ontwikkelen zorgde er misschien voor dat het leek alsof Apple mijlenver achterliep op de concurrentie. Maar opnieuw verrast Apple met een technologie die indrukwekkender, breder beschikbaar en voor ontwikkelaars ogenschijnlijk simpeler is dan die van de concurrentie. Apple liep niet achter, Apple maakt de markt geschikt om misschien over een paar jaar zelf een AR-bril uit te brengen. Want laten we nooit vergeten: Apple doet niet aan toekomstmuziek.

Top 5: Beste en leukste ARKit-video's tot nu toe

Floris wordt enthousiast van gadgets, films, series en games, maar als er iets slechts tussen zit begint hij al snel te brommen. Wordt daarom door collega's ook wel 'de Maarten van Rossem van de techjournalistiek' genoemd. Die geuzenaam draagt hij met trots.

Nieuwsbrief