
FBI hoeft details over iPhone-hack niet bekend te maken
De Amerikaanse geheime dienst FBI mag geheimhouden welk bedrijf het in 2015 inhuurde om de iPhone van de San Bernardino-terrorist te ontgrendelen.
Dat bepaalde een Californische rechter. De geheime dienst werd een jaar geleden door drie nieuwsorganisaties aangeklaagd om achter de naam van het bedrijf te komen, dat werd ingeschakeld om een iPhone te kraken. Ook wilden de organisaties weten wat de FBI betaalde, maar dat hoeft de opsporingsdienst dus niet te vertellen.
Het gaat over de iPhone 5C van één van de terroristen die in 2015 veertien mensen doodschoten in San Bernardino. Er werd een telefoon gevonden, maar Apple wilde niet meehelpen om de beveiliging te kraken. Het bedrijf was van mening daarmee een precedent te scheppen waarmee de privacy van klanten mogelijk in gevaar zou komen.
'Gevaar voor iPhone-gebruikers'
De FBI klaagde Apple daarom aan, maar voordat de zaak ten einde kwam had de dienst al een oplossing gevonden om informatie van de iPhone te halen. Er zou een cyberbeveiligingsbedrijf zijn ingezet om het toestel te kraken, maar welk bedrijf dat is en hoe de hack plaatsvond, is niet bekend.
De nieuwsorganisaties vonden dat het publiek recht heeft om te weten hoe de overheid geld van belastingbetalers gebruikt. Ook zou het bestaan van een beveiligingslek in de iPhone gebruikers in gevaar brengen. Maar de rechter zegt dat geheimhouding nodig is, omdat de kans op een hack op het bedrijf te groot is.




