
Duurtest: Alfa Romeo MiTo QV, deel 1: ingetogen Italiaan
Na een weekje met zijn grote broer, rijden we nu in een wat beschaafdere Italiaan: de Alfa Romeo MiTo QV.
Het is fijn om in deze vakantieperiode wat mediterrane cultuur op te snuiven. Vandaar dat we een Alfa Romeo rijden. Eentje met het legendarische klaverblad op de flank. Een Quadrifoglio Verde. De Alfa-coureur Ugo Sivocci schilderde het in 1923 op zijn racewagen tijdens de legendarische Targa Florio wegrace in Sicilië. De ene na de andere race waarin hij reed met dit embleempje op zijn auto won hij. Toen hij het niet op z'n motorkap schilderde verongelukte hij.
Sindsdien siert het Quadrifoglio Verde-embleem alle Alfa Romeo-racewagens, waarbij ter nagedachtenis aan Sivocci de vierkante achtergrond werd vervangen door een driehoek, waarvan de ontbrekende zijde zijn afwezigheid symboliseert.
Behalve de racewagens krijgen ook de sportieve auto's voor op de weg een groen klavertje vier mee. Zo prijkt hij ook op onze matgrijze MiTo QV.
De bescheiden Italiaan
Waar de Alfa Romeo 4C het stereotype van de kleine schreeuwerige Italiaan belichaamt (Berlusconi is 1 meter 65), is de MiTo een complexer type. Ondanks de sportieve pretenties, is het een ingetogen type. Het motorblok levert 170 pk en krijgt het kleine autootje dus best vooruit, maar haast zich alleen als het echt moet.
Als gevolg is het meer een lange afstandsporter dan een sprintmonster. De auto is eerder comfortabel dan sportief geveerd en het motorgeluid bestaat uit een subtiele rooooooooorrrrrrr.


De vraag is nu: is de MiTo QV vlees noch vis? Of is het een fris nieuw archetype? Daar hopen we de komende twee weken achter te komen.




