
Duurtest: Ford B-max (week 4)
Hoor ik daar een piepje? Of is het een rateltje? Hoe stevig is de Ford B-Max eigenlijk?
Het zal ergens eind twingtigste eeuw geweest zijn dat automakers opeens 'perceived quality' hoog op de agenda zetten. Perceived quality is de perceptie die de gebruiker heeft van de kwaliteit van een product. Een bekend voorbeeld is het geluid dat de deur maakt als je hem dicht gooit. Is dat een fijne BWWAAP? Een onaangename KLENG? We menen daarmee veel te kunnen zeggen over de kwaliteit van de totale auto. Wie dus veel aandacht besteedt aan het goed laten klinken, voelen en uitzien van de gedeeltes van de auto die vaak gezien worden is spekkoper. Met name de Duitse automerken zagen dat in. Eerst de luxemerken, maar ook Volkswagen maakte dankbaar gebruik van dit inzicht en ontsteeg zijn plek in de markt.

Ford liep niet voorop als het om perceived quality ging. Het merk stond eind vorige eeuw niet bekend als bijzonder betrouwbaar of luxe. In het onderzoekscentrum in Aken wordt daar echter hard aan gewerkt. Toen ik daar vorig jaar op bezoek was werd een robot getoond die kan meten hoe de kwaliteitsperceptie is van knoppen waaraan gedraaid wordt, maar er is zelfs een meting van verschillende materialen en hoe 'premium' die aanvoelen. Het bizarre is dat een stuk plastic, metaal en hout van exact dezelfde temperatuur een heel andere temperatuurbeleving geven. Metaal voelt altijd kouder aan. Als plastic die temperatuurbeleving ook kan geven, voelt dat luxer aan. Raar maar waar.
In hoeverre zien we de pogingen van Ford om de perceptie te verbeteren al terug in de B-max? De draaiknopjes van de airco lijken op en voelen als die in een Audi A3. Dat is geen verkeerde benchmark. De materialen die voor het dashboard en de cupholders zijn gebruikt mogen dan niet het idee geven dat er een diersoort voor is uitgestorven of dat ze onverwoestbaar zijn, in een auto die kaal onder de twintigduizend euro kost is het allemaal prima voor elkaar.

Maar twee kleine dingetjes knagen aan mijn overtuiging dat dit een goed gebouwde auto is. Als ik over een hobbeltje ga in een bocht piept er soms iets achterin de auto. Naast de achterbank. Het klinkt alsof het kunststof daar een beetje teveel speling heeft. Dat zou allemaal heel verklaarbaar zijn aangezien de torsiestijfheid van een auto zonder b-stijl altijd lager zal zijn. Maar het is zo'n piepje waar ik naar blijf luisteren.
Nog vervelender vind ik dat de muziek af en toe een halve seconde wegvalt of even stoort. Niet op de radio, maar als ik mijn iPhone aangesloten heb via usb.
Niets van deze kleine ongemakken zou mij het idee moeten geven dat ik in een slechte auto rijd, maar de waardering wordt toch iets minder.




