
Toekomst van 3d-printen begint bij de zijderups
Onderzoekers van MIT zijn van plan een paviljoen van drie meter hoog te bouwen met dank aan de bewegingen van zijderupsen.
De onderzoekers van het prestigieuze Massachusetts Institute of Technology (MIT) zijn er van overtuigd dat het in de toekomst mogelijk wordt om hele gebouwen te 'printen', net zoals de Nederlander Janjaap Ruijssenaars van plan is.
Maar daarvoor moet wel worden afgestapt van het huidige idee van 3d-printen, zegt architect en leider van het onderzoek Neri Oxman tegen Dezeen. "Het traditionele 3d-printen heeft het beperkende portaalkraan-systeem, het werkt maar met drie assen, en het materiaal waarmee gewerkt kan worden is beperkt. Als we het op een robotarm plaatsen, laten we deze beperkingen los." Een beetje zoals de 3Doodler, maar dan veel groter. "Als we een boomarm gebruiken met een bereik van twintig meter kunnen we niet alleen de variaties van eigenschappen controleren, maar ook hoe we de verschillende onderdelen gaan monteren."
Om dit mogelijk te maken hebben de onderzoeker gekeken naar de zijderups. Voor één cocon maakt de rups een kilometer zijde aan. Door magneetjes op de rups te plaatsen, konden de bewegingen getraceerd worden. "Deze data hebben we vertaald naar een 3d-printer die verbonden is aan een robotarm."
De eerste testen zijn inmiddels gedaan, MIT overweegt nu het materiaal shrilk te gaan gebruiken. Dit materiaal is ontworpen aan de Harvard University en bestaat uit weggegooide garnalenschalen en de extracten van zijde. Het drie meter hoog paviljoen is onderdeel van het onderzoek en zal op 22 april geprint worden met een KUKA-robotarm.
Maar voordat we echt een heel huis kunnen printen, zijn we volgens Oxman wel even verder. "Maar waarschijnlijk zullen we het de komende decennia in meubels, producten en onderdelen van huizen terugzien."





