
Autobahnen in een Jaguar XJ
Rutger reed nog niet eerder met de Jaguar XJ. Een retourtje Koblenz was een goede aanleiding.
Ik heb op de Autobahn gereden in alles van een Mini Cooper uit '95 tot een Audi A5 Sportback. Maar wat zou eigenlijk de ultieme Autobahn auto zijn?
Op papier is die discussie nog leuker dan in een vergelijkende test. Want de vraag is vooral: waar ben je eigenlijk naar op zoek? Een Porsche 911 wordt pas spannend bij gevaarlijke snelheden, dus alleen snelheid gaat het niet om. Een A6 is te dertien in een dozijn op de Duitse snelweg. Een Rolls Royce te opzichtig. Ik wil comfort, zonder te veel bling, maar een beetje indruk maken kan geen kwaad.

Wij kozen voor ons retourtje Koblenz voor een Jaguar. Stijlvol, snel, comfortabel en niet te schreeuwerig. De XJ met lange wielbasis werd het. Extra onvermurwbaar. De diesel uiteraard. Hoe leuk zo’n 5 liter supercharged V8 ook klinkt. Want wie eenmaal in de Jaguar zit, wil er het liefst niet meer uit. Zeker niet om in de vrieskou benzine te tanken. De 3 liter diesel levert 275 pk en dat is voor beschaafde inhaalacties meer dan genoeg. Koblenz op en neer moet op één tank lukken.

De XJ blijft een bijzondere verschijning. Het is geen ontwerp dat iedereen kan waarderen, maar de pennenstreken van Ian Callum leveren uit elke hoek een fascinerend plaatje. Het is een auto waar je niet zomaar aan went. De ranke lichten, het glas dat om de auto heen gevouwen zit en de verhoudingen vormen nooit echt een logisch geheel, maar detoneren ook niet. Zoals een supermodel geen voorspelbaar dertien in een dozijn hoofd heeft, zo is de XJ ook karaktervol en uitdagend in zijn uiterlijk. Er is nóg een overeenkomst met supermodellen. De XJ is namelijk van aluminium gemaakt en dus bijzonder licht voor zijn formaat.
Wachtend op de fotograaf die met mij mee zal rijden bestudeer ik de auto. Er is subtiel omgesprongen met licht. Met de deur van de auto open lonkt het interieur. De deuren schijnen kleine bundels op de straat. Jaguar licht blauw op in de dorpels. Het zwarte leer glimt in de gloed.

Ik ga achterin zitten alsof ik een chauffeur heb. Het interieur is modern Brits. Blauw licht omlijnt de middenconsole en de individuele knopjes. Klassiek gevormde chromen ventilatieopeningen glimmen je tegemoet en er is ruimte om je heen. Het dashboard bestaat uit één groot scherm in plaats van losse klokjes. Vreemd genoeg zijn de graphics op dat scherm dan wel weer net als dat van traditionele klokjes en kun je ook niet aanpassen. Misschien om niet te veel af te wijken van de middenconsole. Dat touchscreen is wat traag en de graphics zijn niet al te modern. Een kleine smet op een verder bijzonder aantrekkelijk interieur.

Voor een roadtrip rond het vriespunt is de Jag bijzonder geschikt. We hebben stoelverwarming die zelfs in de laagste stand nog een licht branderige sensatie geeft en er is zelfs stuurverwarming beschikbaar. Feestelijk. Het is dan ook geen auto waarin je de jas aanhoudt.
In het panoramadak zie ik het blauwe licht en de monitor reflecteren. Van voor tot achter voelt dit als een moderne auto, zonder dat de techniek de overhand lijkt te krijgen. Waar een BMW of een Audi steriel kan zijn, heeft de Jaguar wat meer profiel, meer karakter.

Met 170 vliegen we de Autobahn over. Ergens tussen magic carpet en voorzichtig sportief zou ik zeggen. Op geen enkel moment voelt het alsof de auto de snelheden niet aankan, maar gelukkig verwijdert hij me ook niet te veel van wat er gaande is. Ik ben nog steeds aan het sturen.
Na vijf uur non-stop rijden, stap ik net zo fris uit de auto als dat ik ben ingestapt. Ik ben niet in slaap gevallen uit verveling, maar ook niet moegetrild dankzij een sportonderstel.

In Koblenz aangekomen zetten we de auto even langs de kant van de weg om het hotel te zoeken. Als we terug komen lopen staan er twee mannen te kijken naar onze limo. Niet met de mond open van verbazing, of kwijlend van admiratie. De Jaguar heeft het effect van een goed maatpak met de juiste kleurstelling in combinatie met exact de goeie schoenen en het goede shirt. Niet iedereen kijkt, maar de kenners zien het.
Na een dag terug moeten rijden is dan ook geen straf. De XJ L omsluit als een cocon, leidt ons de stad uit en zet zich schrap voor de Autobahn. Daar gaat het rap weer richting de 200, terwijl we Fruitbreaks eten en Miles Davis afwisselen met Cypress Hill.

Foto's: Martijn van Egmond




