
De opkomst van de huis-tuin-en-keukengenetica
Lone Frank schreef een boek over de opkomst van de betaalbare DNA-testen en wat je daar aan kan hebben.
Inzicht in onze genen moet helpen preventief te handelen bij aanleg voor een slechte geestelijke en lichamelijke gezondheid. In het boek Mijn Supergenen - deze week verschenen bij Maven publishing - beschrijft de Deense schrijfster Lone Frank de opkomst van de huis-tuin-en-keukengenetica. Tegenwoordig kunnen we ons namelijk laten koppelen aan een partner op basis van ons DNA, het toekomstige beroep van onze kinderen genetisch bepalen en natuurlijk de kans berekenen dat we een enge ziekte krijgen die onze oogballen doet uitvallen en je drie extra oren bezorgt.
Morgenavond neemt Frank het op tegen twee Nederlandse hooggeleerden in Studio/K in Amsterdam. Ze betoogt waarom het belangrijk is dat we in ons eigen DNA kunnen speuren.
Waardoor ben je gaan schrijven over dit onderwerp?
Ik was geïntrigeerd door het feit dat genetica zich op de consumentenmarkt ging bevinden. Het was lange tijd iets voor experts. Iets wat veel geld kostte en ergens in een lab gebeurde. Maar in 2008 kwamen onderzoeksbedrijven plotseling met persoonlijke testen. Nu kunnen we voor 200 euro een genetische test laten doen. In een jaar of twee zullen heel veel mensen zich laten testen. Ik wil graag een verhaal vertellen dat mensen aanspoort om meer over hun genetica te weten te komen.
Waarom is dat belangrijk?
Kijk, de testen die we nu zien zijn aardig. Het is een leuke gadget. Maar het product dat we in de toekomst gaan zien zal alles beïnvloeden van gezondheidswetenschap tot het dieet dat bij jou past.
Kunnen we ons dieet bepalen op basis van ons DNA?
Ik weet zeker dat dat in de toekomst kan. Als we deze revolutie goed op gang brengen, door mensen te interesseren. De technologie is erg goedkoop. En ook al kunnen we nu niet alle mogelijke toepassingen en applicaties zien, dit is de manier waarop het in de toekomst gaat. Daarom probeer ik ook zoveel mogelijk doorsnee mensen te beïnvloeden met mijn boek. Ik wilde geen saai, wetenschappelijk drukwerk produceren. Mensen moeten denken: wat haal ik er uit? Hoe voelt het om dit soort kennis te hebben? Daarom heb ik me opgeworpen als een soort proefkonijn. Ik heb een aantal tests laten doen en leg uit waar ik die zelf voor kan gebruiken.

Maar de vraag is natuurlijk ook of mensen überhaupt wel willen weten hoe ze in elkaar zitten en welke risico’s ze lopen?
Ik ben het soort persoon: als er informatie over mij is, wil ik het weten ook.
Maar hoever wil je daarin gaan? Als je weet dat je zoveel procent kans hebt op een nare ziekte, word je daar niet paranoia van?
Helemaal niet. Het geeft mensen een handvat hun leven op een bepaalde manier in te delen. Als je genen op bepaalde punten heel slecht zijn, betekent dat niet dat je ook ongezond bent. Het is altijd een combinatie van aanleg en hoe je je leven leidt. Als er een aantal punten uitspringen bij een genenonderzoek, kun je kijken wat je moet doen om bijvoorbeeld ziekten te voorkomen. Als mensen zich druk gaan maken heeft dat meer te maken met hun persoonlijkheid. Ook iets wat te maken heeft met je genen trouwens.
Zelfs persoonlijkheid?
Ja. Je hebt altijd van die mensen die zeggen ‘ik ben zo vanwege mijn slechte jeugd. Die drie slechte jaren hebben me echt genekt. Ik kan er niks aan doen’. Dat is onzin. Je kunt je ouders ook niet kwalijk nemen hoe jij bent. Dat zit in je genen. Daarom is het ook goed als we dat inzichtelijk kunnen maken. Zo komen ouders ook van hun schuldgevoel af.
Dat doet me denken aan de eeuwige nature–nurture- discussie.
Ik denk dat we die hele discussie aan de kant moeten schuiven. Delen van onze persoonlijkheid zijn bepaald door onze genen en delen zijn bepaald door onze persoonlijke ervaringen. Het is een uiterst complexe wisselwerking. Maar door gedrag aan genetica te koppelen, help je mensen om het te herkennen. Bijvoorbeeld: ik was een keer op werkbezoek in Washington en een familie vroeg of ik bij ze kwam eten en logeren. Uit mezelf zei ik dat ik wel een hotelkamer zou boeken. Dat zit erin, mezelf afsluiten van anderen en me dan vervolgens gaan zitten vervelen op een hotelkamer. Als je begrijpt waar het aan ligt, helpt je dat veranderen.
Is er ook een persoonlijke reden dat je dit onderzoek hebt uitgevoerd?
Als een soort voorwaartse motor in het boek vertel ik over mijn familie. Er zit heel veel depressie bij mij in de familie. Ik heb drie familieleden verloren aan zelfmoord. Zelf ben ik vier keer klinisch depressief geweest. Verbazingwekkend genoeg is dat ook te zien in mijn genetica. Ik heb echt hele crappy genen op dat gebied, haha. Dat was geen verassing, maar het helpt je manier van denken. Je hebt alles netjes op een rijtje. Je weet dat het niks te maken heeft met de stress of slecht eten of iets dergelijks. Je denkt gewoon, oké, de komende tijd denk ik even anders.
Het laatste hoofdstuk van je boek heet homo sapiens 2.0. Hoe ziet die eruit?
Haha, het gaat meer om de manier van denken. De manier waarop je je leven leeft. We leven nu met het idee dat de ziel en gedachten niet biologisch zijn, maar dat is niet waar. Er moet een revolutie komen die vergelijkbaar is met de komst van de computer. Het kleinste kind is nog beter met een computer dan ik. Er moet een generatie overheen gaan. Er moeten lessen worden aangeboden in het eerste jaar van de middelbare school op het gebied van genetica, want zo moeilijk is het niet. Nadenken over je eigen genetica moet onderdeel worden van je leven.
Hoe ziet de perfecte situatie over dertig jaar eruit?
Ik geloof wel in een aanpak in de vorm van crowdsourcing. Maak overal databases met medische en genetische gegevens die we kunnen raadplegen.
Daar zie ik een ernstig privacyprobleem. Wat als mijn toekomstige werkgever gaat kijken hoeveel kans ik heb op een ernstige ziekte?
Geen enkele revolutie gaat zonder horten of stoten. Er zal ongetwijfeld een tijd komen dat er misbruik gemaakt wordt van medische en genetische gegevens. Uiteindelijk komt er een wet die dit verbiedt en dan volgt meer wetgeving. Zo gaat dat.




