Nederlandse eilanden worden C2C

Nederlandse eilanden worden C2C

Update: 29 april 2018 om 12:45
Praat mee!

De eilanden voor de kust zijn afhankelijk van grondstoffen die van het vasteland komen. Dat kan anders met Cradle 2 Cradle.

Wanneer ik aan Ameland denk, dan denk ik aan hijgend tegen de wind in fietsen en verkleumd aankomen bij vakantiehuisjes die 'Martha' of 'Johanna' heten.

Michael Braungart

, grondlegger van de Cradle to Cradle (C2C) gedachte, denkt aan heel andere dingen: die ziet elektrisch transport, zonnepanelen, huisjes van stro en ingewikkelde watersystemen. In 2030 moet het eiland namelijk Cradle to Cradle zijn, of om precies te zijn bijna alle eilanden in de Wadden- en Noordzee, tien in totaal. Op Texel en Ameland beginnen ze dit voorjaar al met de eerste tests.

Je denkt er nauwelijks over na, maar anno 2009 zijn de eilanden voor hun grondstoffen nog steeds afhankelijk van het vasteland. Ook zoet water is geen vanzelfsprekende zaak. Dus hoe meer je op het eiland kunt hergebruiken, hoe minder je heen en weer hoeft te slepen. Duidelijk verhaal. En een logische reden om het Cradle to Cradle Islands (C2CI) project te starten.

Geen klein klusje. Want hoewel ik Ameland hier even als voorbeeld neem omdat het project wordt getrokken door de provincie Friesland, draait het van Shetland Eilanden tot de Nederlandse TV-TAS. Zes landen en 22 partijen werken samen aan een Cradle to Cradle benadering van water, energie en materialen. Er is geen ander project in de wereld waar zo veel verschillende culturen tegelijk samenwerken aan C2C.

Een van de 22 partners is de TU Delft. Marcel Crul, project manager design for sustainability, vertelt: 'Natuurlijk denk je bij een project als dit al snel aan elektrisch vervoer zoals een opvouwbare elektrische scooter. Binnenkort komt ons testmodel beschikbaar. Handig mee te nemen in trein, bus en boot. Maar we hebben bijvoorbeeld ook het prototype klaar van de re-bicycle, een fiets die nu al voor 70 procent bestaat uit hout, vlas en distel, de eerste exemplaren zullen dit voorjaar getest worden op Ameland.'

Een van de andere sprekers tijdens de bijeenkomst is Heleen Sombekke, project manager bij Wetsus. Bij waterwetenschappers zit je altijd goed voor poep- en plasverhalen. Ook Heleen kan er wat van: 'De vraag naar water op de eilanden neemt voortdurend toe, vooral door de toename van toeristen. Bijkomend probleem is dat de waterbehoefte altijd het hoogste is als het aanbod het laagst is: midden in de zomer. Dan moet je goed kijken naar je voorraden. Verdere uitbreiding van de grondwaterwinning is niet zo maar mogelijk, maar je kunt bijvoorbeeld wel aparte urine-toiletten maken. Of gebruik maken van een vacuümtoilet. Dat is héél interessant omdat je de urine en fecaliën dan geconcentreerd kunt houden, er zitten heel nuttige voedingsstoffen als fosfaat en stikstof in. Zonde om dat te verdunnen met water.'

Heleen vertelt gelukkig niet alleen wc-verhalen. Ze vertelt ook over energie uit water: 'In de winter wordt er heel veel gezuiverd rioolwater geloosd op het wad. Onhandig eigenlijk, want met zó veel zout water om je heen heb je de twee ingrediënten voor ‘blue energie’ binnen handbereik: het opwekken van energie door het mengen van zout en zoet water. Daar zitten grote mogelijkheden.'

En over wormen bijvoorbeeld. 'Die wormen kun je inzetten om slib te reinigen uit het afvalwater. Op dit moment wordt dit slib (wat eigenlijk gewoon restafval is) getransporteerd naar het vasteland, naar Maastricht zelfs, terwijl we het ter plekke kunnen verwerken met de hulp van wormen. Als we die inzetten om een groot deel van dat slib op te eten...'

De komende vier jaar zal met C2CI in een moordend tempo worden getoond wat er nú en in de toekomst allemaal kan op milieugebied. Kleinschalig, maar met wereldambities; de Noordzee-eilanden als voorbeeld voor de rest van de wereld. Prima plan; de volgende keer trap ik niet meer tegen de wind in, maar pak ik die elektrische scooter.

Video

Nederlandse eilanden worden C2C