
Eerste indruk: Untraceable
Je zult niet vaak een film in deze recensierubriek aantreffen, maar voor Untraceable maken we graag een uitzondering.
De thriller ging afgelopen donderdag in première in de Nederlandse bioscopen. Een seriemoordenaar ontvoert zijn slachtoffers en brengt ze in een dodelijke situatie die wordt bespoedigd naarmate de
website, waarop het slachtoffer live is te zien, drukker wordt bezocht. Aan de FBI de taak hem te traceren en te stoppen, maar dat verloopt aanvankelijk zoals de titel doet vermoeden lastig.

Het gegeven van een bloeddorstig internetpubliek, dat zich laat sturen door zijn onderbuik, is aardig gevonden, maar Untraceable is als thriller geen uitblinker. Waar de film wel goed scoort, is de rol van internet. Hollywood heeft er een handje van computers en internetverbindingen de meeste spectaculaire en vooral visuele dingen te laten doen die niets met de werkelijkheid hebben te maken. Wanneer een kwaadaardig computervirus zich een weg vreet door iemands data, dan is dat in Hollywood films, zoals The Net, doorgaans op het scherm van de computer te volgen. Het slachtoffer en de kijker zien meestal ook waarschuwingen in beeld (Sneakers), soms zelfs met animatie (Hackers).

Untraceable is wat dat betreft technologisch correct. Als de personages het hebben over spoofing, traceroute, IP-adressen, keyloggers, mirrors en botnets, dan gebruiken ze de juiste termen in de juiste relatie tot elkaar. Zelfs manier waarop een trojan op de computer van de hoofdrolspeelster van de FBI wordt geplaatst, via social engineering, is geloofwaardig. En op de computerschermen van de FBI dit keer ook geen absurde satellietverbindingen en vizieren die een kaart afspeuren, maar vensters met saaie logbestanden. Je zou bijna kunnen zeggen dat de technologie in de film realitischer is dan het plot en dat is meestal andersom.




