
DAG-column: Wifi
Vorige week vloog ik voor Bright naar Londen, om aanwezig te zijn bij de presentatie van Apple's nieuwe serie iPods.
Mijn laptop zou ik sowieso meenemen om verslag te kunnen doen van de persbijeenkomst, dus een internetaansluiting op de kamer zou ik goed kunnen gebruiken. Bij aankomst in het hotel besloot ik het maar gelijk te proberen. Mijn laptop vond geen wifi-signaal op de kamer. Wel stond er een grijze modem met een grote gele sticker erop. "High speed internetacces 15 pond." Vijftien pond, dat is omgerekend 22 euro, voor een beetje internet!
In de lobby van het hotel was wel wifi-bereik. Ook niet gratis. Daar betaalde je 5 euro voor een handjevol minuten. Voor de gemiddelde zakenman natuurlijk geen probleem, want met de bedrijfscreditcard is alles te declareren, maar waarom zouden hotels internet nog steeds als extraservice zien? Je neemt een snelle aansluiting en verspreidt dat met wifi door het hele hotel. Geen gedoe met kabels en voor veel extra werk voor het personeel zorgt het vast niet. Wil je de kosten van de aansluiting perse terugverdienen, of er zelfs geld op maken, dan schroef je gewoon de kamerprijs wat op. Gratis wifi als superservice van de zaak. Een service die je graag aan al je vrienden vertelt.
In Amsterdam heb ik wel eens getest hoeveel wifi-signalen ik kon ontvangen tijdens een ommetje in de buurt. Mijn mond viel open van verbazing. Op een bankje aan de gracht, op een speelplaats of gewoon zittend op de stoeprand halverwege een straat, met mijn laptop kon ik via het wifi-signaal van anderen zo op internet. Keuze genoeg, al dringt het wel tot steeds meer mensen door dat ze hun draadloos netwerk moeten beveiligen met een wachtwoord.
Ik had natuurlijk ook met mijn laptop onder mijn arm in de buurt van het hotel kunnen gaan rondzwerven voor gratis wifi. Maar Londen at night, met een glimmenden MacBook onder mijn arm, dat leek me toch niet zo prettig.
Zo zuinig ben ik nu trouwens ook weer niet, naar het thuisfront stuurde ik gewoon een sms’je voor het slapen gaan.