
Op Safari
Maarten, een Apple-fan zonder Mac, testte de afgelopen dagen Safari voor Windows.
Hoe bevalt het hem?
De introductie van de Windows-versie van Safari is allesbehalve vlekkeloos verlopen. Er is al het nodige geklaagd over de browser. Zo meldden diverse gebruikers dat andere applicaties na installatie van het programma niet meer werkten. Dat Apple al na een paar dagen een patch moest uitbrengen voor een paar zware beveiligingslekken hielp natuurlijk ook niet echt.

<font size="1">Apple huismerk browser Safari op Windows.</font>
Ook voor mij – iemand die acht jaar geleden van de Mac naar een pc is geswitcht – was het aanvankelijk even wennen. De vormgeving van Safari doet nogal grijs en industrieel aan: niet direct wat je bij een Windows-applicatie verwacht. Nog veel meer dan iTunes voor Windows is de Safari-bèta voor Windows een typisch Apple-programma dat je nu toevallig ook op een pc kan draaien. Misschien is het een kwestie van wennen, maar het heeft iets goedkoops: dat grijs van die Apple-browser is opeens wel heel grijs in vergelijking met die kleurenkermis die Windows nu eenmaal is.
Het eerste wat in het oog springt als je de browser voor de eerste keer opstart, is dat de statusbalk onderin het browserscherm ontbreekt. Lekker onconventioneel, denk je aanvankelijk. Maar het begint me al na een paar minuten te ergeren: waarom kan ik niet direct onderin het scherm zien wat de url is van de link waar ik nu met mijn muis opsta? Gelukkig kun je de statusbalk eenvoudig toevoegen.
Wat verder meteen opvalt, is dat de standaard opstartpagina in Safari niet zo snel binnenkomt. Het is niet zo dat opeens de tijden herleven dat ik met een 14K4-modem de Netscape-homepage binnenhaalde, maar toch: het duurt even voordat de pagina op mijn scherm staat.

<font size="1">De startpagina in Safari, let ook op het contrast met de Windows-taakbalk.</font>
En dat valt toch wat tegen als je leest dat Safari volgens Apple twee keer zo snel is als Internet Explorer 7 en 1,6 keer sneller dan Firefox 2. Niet dat Safari traag is, want afgezien van die rare opstartpagina komen de meeste sites lekker snel binnen. De Apple-browser is wellicht iets sneller dan Internet Explorer of Firefox, maar niet zoveel sneller dat je onmiddellijk wilt overstappen – wellicht omdat het meest irritante wachten op websites sowieso niet door de browser wordt veroorzaakt, maar door trage verbindingen of brakke servers.
De Apple-browser heeft verder alles wat een mens tegenwoordig van een browser mag verwachten: tabbed browsing, goede RSS-ondersteuning en een lekker intuïtieve en overzichtelijke bediening. Het browsen gaat dan ook prima. Van de instabiliteit en crashes waar diverse Bright-lezers last hadden, heb ik weinig gemerkt.

<font size="1">De Telegraaf-site is dankzij de anti-aliasing nog drukker dan normaal.</font>
Maar er is iets geks: de weergave van teksten in de browser. De letters zijn vaak vetter en dichter op elkaar geplakt. Dat is volgens MacWorld het gevolg van het gebruik van de anti-aliasing uit Mac OS X in plaats van Windows ClearType. Als er iets is wat Apple bij het uitbrengen van de definitieve versie in oktober moet rechtzetten, dan is dat het wel.
Tot die nieuwe verbeterde versie er is, ga ik maar weer terug naar Internet Explorer en Firefox, want tot nu toe heeft Safari me nog niet volledig overtuigd.




