Review Oculus Go VR-bril
Getest

Oculus Go maakt VR eindelijk mainstream

Update: 5 mei 2018 om 15:27
PRAAT MEE!
Eindredacteur

Virtual reality zoemt nu alweer jaren rond, maar de Oculus Go maakt de techniek eindelijk geschikt voor iedereen.

Als je de hele dag met gadgets bezig bent, dan ligt beroepsdeformatie op de loer. Bij Bright slingeren er tientallen VR-brillen over de redactie en ze doen allemaal grofweg hetzelfde. Daarom zou je denken dat nieuwe VR-bril niet meer zo snel imponeert. Als je het een paar keer gezien hebt, weet je precies wat je kan verwachten.

Toch is de nieuwe Oculus Go anders, maar niet om de dingen die de bril laat zien. Het gaat vooral om de manier waarop. Oculus Go is vele malen laagdrempeliger dan alle andere VR-headsets die we tot nu toe hebben gedragen. Dat viel me niet meteen op: ik was er eigenlijk al aan gewend geraakt dat virtual reality altijd een beetje gedoe is.

Twee smaken gedoe

Het huidige aanbod brillen is grofweg onder te verdelen in twee categorieën, allebei met hun eigen lastige punten. De 'goedkope' brillen leunen op smartphones, die je in een bril van karton of plastic moet vouwen. Vervolgens moet 'ie er een paar keer uit omdat je nog wat op het scherm moet aantikken, en de batterij loopt razendsnel leeg zodat je daarna niks meer aan je telefoon hebt. Bovendien nemen VR-apps vaak meer opslag van je telefoon in dan je zou willen.

De andere categorie is de high-end VR-bril, zoals de Playstation VR, HTC Vive en Oculus Rift. Die brillen werken alleen wanneer je er een ander duur apparaat aan hangt, in het eerste geval een PS4 en in de andere gevallen een pc. Zo'n pc kost al snel duizend euro, en het aansluiten een instellen van die brillen is zeker niet het eenvoudigste dat er bestaat.

In beide gevallen ben je voor een potje VR al snel vele honderden euro's en een hoop gedoe verder. De Oculus Go biedt een vergelijkbare VR-ervaring, maar is stukken gebruiksvriendelijker. Dat begint direct na het uitpakken. Zet de bril aan, koppel 'm aan de Oculus-app op je telefoon en je kan eigenlijk meteen aan de slag. En goedkoper wordt het niet: de Oculus Go kost maar 220 euro.

Alles in één

Die alles in één-aanpak maakt alle verschil. Navigeren doe je met de bijgeleverde controller, die in al zijn simpelheid precies veelzijdig genoeg is. Je kan ermee zwaaien en wijzen in VR, waarbij je ook een virtuele versie van de controller ziet op de plek waar je 'm in de echte wereld vast hebt. Dankzij een thuisknop bovenop de controller raak je nooit verloren, met een touchpad bovenop veeg je door de interface en met een trekker bevestig je keuzes, of schiet je in games bijvoorbeeld met een wapen.

Het scherm van de Oculus Go is met een resolutie van 2560 bij 1440 pixels één van de scherpste op de markt. Ter vergelijking: de duurdere Oculus Rift heeft een resolutie van 2160 bij 1200 pixels. Die resolutie is nog niet genoeg om van het 'hordeur-effect' af te komen, waardoor alles er een beetje geblokt uitziet. Dat houd je echter totdat er schermen met een bijzonder hoge resolutie beschikbaar zijn, met bovendien een processor die daar beelden voor kan verzorgen.

De beelden van de Oculus Go ogen wel wat prettiger dan die van een scherm met dezelfde resolutie in de Samsung Gear VR, die in samenwerking met Oculus is ontwikkeld. Oculus gebruikt in deze Go dezelfde hoogwaardige lenzen als in de Oculus Rift, waardoor het beeld minder vertekend raakt.

De bril heeft speakers die in de hoofdband zitten gebouwd, wat op zich prettig werkt. Je hoort zo ook nog je omgeving zodat de overgang naar de soms claustrofobische virtuele wereld niet zo abrupt is. Voor op de bril zit ook een koptelefoonaansluiting, voor als je je toch wat meer in de VR-wereld wil onderdompelen.

Soepel en snel

De Oculus Go gebruikt een Qualcomm Snapdragon 821-chip, dezelfde processor als in enkele high-end smartphones van twee jaar geleden. Oculus zegt echter dat het de chip en de toepassingen heeft geoptimaliseerd. Dat is te merken: apps en games zien er minstens zo goed uit als bij bijvoorbeeld de Samsung Gear VR, een systeem dat al snel zo'n vier keer zo duur is als de Oculus Go.

Laadtijden zijn gering, en de bril kan volledig zelf apps downloaden en installeren. De beelden worden weergeven op een vloeiende 60 of 72 beeldjes per seconden. Dat kan de bril ook prima bijbenen: bij verschillende drukke actiegames kon ik geen noemenswaardige haperingen detecteren. De ingebouwde batterij van de Oculus Go kan volgens Oculus zo'n drie uur mee op één lading, en daar kwamen we in de praktijk ook wel ongeveer aan.

Voor iedereen

Verder biedt de Oculus Go eigenlijk een ervaring die goed te vergelijken is met andere VR-brillen. De beelden zijn niet zo mooi als bij de dure modellen en de hoofdtracking is door gebrek aan externe sensoren niet zo goed. Maar juist dat is de kracht van de Oculus Go. Dit is geen bril voor het type mens dat zijn woonkamer uitrust met bewegingssensoren. Dit is juist de bril voor het type mens dat terecht afhaakt bij een installatieproces van drie stappen of meer.

De Oculus Go biedt voor de doorgewinterde VR-gebruiker eigenlijk niks nieuws onder de zon, maar maakt de ervaring die zij al jaren hebben eindelijk mainstream. Dit is de eerste VR-bril die ik ook mijn ouders zonder verdere toelichting zou durven aan te raden, toch de lakmoesproef van elk stukje nieuwe technologie.

De Oculus Go is precies wat de niche-wereld van de ogenschijnlijk geflopte VR-bril nodig heeft.

Review Oculus Go VR-bril