©Bright

Duurtest Alfa Romeo Junior: de conclusie
Onze autotester Rutger reed een maand in een elektrische Alfa Romeo. Gaan de gloriedagen terugkomen, of kun je deze beter laten staan voor een Peugeot of Opel?
Kan het? Een compacte, elektrische cross-over bouwen op een basis die je deelt met een Peugeot en een Opel, en er toch een échte Alfa Romeo van maken? De scepsis was groot, ook bij mij. Een Alfa, dat is toch passie, geluid, een tikkeltje onpraktische schoonheid en vooral: een hart dat klopt op benzine? Na een maand sturen, laden en leven met de Alfa Romeo Junior kan ik die scepsis met een gerust hart parkeren. Alfa Romeo is erin geslaagd een echte Alfa te bouwen, die toch elektrisch is.
Design, gevoel en karakter
In de afgelopen weken hebben we de Junior vanuit alle hoeken bekeken. We begonnen met het design, dat na een roerige naamswijziging (van Milano naar Junior) direct de tongen losmaakte. En terecht. Waar je ook kijkt, van de iconische ‘Scudetto’-grille tot de scherpe achterlichten en de ‘Telefoon’-velgen, dit is een auto die verwijst naar het Alfa Romeo verleden zonder kitscherig te worden. Hij is onmiskenbaar Italiaans, met een aandacht voor detail die je in dit segment zelden ziet. Ook niet bij de Stellantis broertjes en zusjes.
Vervolgens stapten we achter het stuur en ontdekten we misschien wel het belangrijkste: hij rijdt als een Alfa. Het stuurgevoel is opvallend direct en precies. Je voelt een connectie met de weg die concurrenten vaak missen in hun jacht naar comfort. Dit is geen veredelde e-2008; Alfa’s ingenieurs hebben het onderstel en de besturing merkbaar aangescherpt voor een sportievere ervaring.
En dan het interieur. De Sabelt-sportstoelen in onze testauto waren een perfecte metafoor voor de hele wagen. De eerste keer dat je gaat zitten, voel je die opvallende gaten achter je rug en denk je: wat is dit? Maar na een paar minuten voelt het vertrouwd, ondersteunend en precies goed. Precies wat je van een Italiaan verwacht: het verleidt je met karakter, niet met alledaagse vanzelfsprekendheid.
De nuchtere cijfers
Natuurlijk is passie niet alles. Een auto moet ook op papier kloppen. Laten we de Junior dus even door de nuchtere Hollandse bril bekijken.
- Aandrijving en prestaties: De standaard ‘Elettrica’ heeft 156 pk (de onze dus ook), de sportieve ‘Veloce’-versie schopt het tot 240 pk. Beiden hebben een 54 kWh-accupakket. De 156 pk-versie doet 0-100 km/u in een nette 9,0 seconden. De Veloce is met 6,0 seconden aanzienlijk sneller.
- Rijbereik en laden: Alfa Romeo claimt een WLTP-bereik van 410 kilometer voor de standaardversie. In de praktijk, met een mix van snelweg en stad, moet je rekenen op zo’n 320 kilometer. Snelladen kan met maximaal 100 kW, waarmee je de accu in een kleine 30 minuten van 10% naar 80% brengt. Thuis aan de 11 kW-lader duurt het een nachtje. Prima cijfers, maar geen recordbrekers.
- Praktisch gemak: De kofferbak is met 400 liter verrassend ruim voor dit segment. Daarmee verslaat hij direct een aantal belangrijke concurrenten. Een trekhaak is helaas niet mogelijk. Dat wil je misschien ook niet achter een Alfa Romeo, maar ik heb ook wel eens een Porsche 928 met trekhaak gezien, dus er is vast een hele kleine markt voor.
- Prijs: De Junior Elettrica begint bij € 39.000 (of € 41.500 voor de rijk uitgeruste Speciale-introductieversie die wij reden). De snelle Veloce kost € 48.000.
De concurrentie: dapper tegenover braaf
In dit drukbezette segment vecht de Junior om aandacht met twee totaal verschillende rivalen: de Volvo EX30 en de Mini Aceman.
De Volvo EX30 is de logische, brave keuze. Hij wordt enorm goed verkocht. Hij biedt veel waar voor zijn geld, een groter bereik in de duurdere versies en de premium uitstraling van het merk Volvo. Het is de verstandige aankoop. Maar naast de Junior oogt hij ook wat anoniem.
De Mini Aceman is, net als de Junior, een auto die de grenzen van zijn merkimago opzoekt. Hij is speels om te rijden en een tikkeltje eigenzinnig. Het rijgedrag is weer dik in orde, zoals we van Mini gewend zijn. De keuze tussen deze twee komt uiteindelijk neer op smaak en (heel belangrijk) prijs. Met vergelijkbare opties is de Junior de voordeligere van de twee, zonder ook maar een greintje minder bijzonder te zijn.
Conclusie
De Alfa Romeo Junior is meer dan een optelsom van Stellantis-onderdelen. Het is een auto met een eigen trots karakter. Hij bewijst dat de overstap naar elektrisch rijden niet het einde van rijplezier of onderscheidend design hoeft te betekenen.
Is hij perfect? Nee. De laadsnelheid had hoger gemogen en puristen zullen altijd iets te mopperen hebben. Maar de Junior is geslaagd in zijn belangrijkste missie: hij biedt een begeerlijk, sportief en uniek Italiaans alternatief in een zee van eenheidsworsten. (Sorry beelddenkers). Hij is niet de meest verstandige keuze, maar misschien wel de leukste. Is dat niet precies waar Alfa Romeo altijd al voor stond?
Rutger test elke maand een andere auto, volg het in de Bright Duurtest.