Cocoandwifi, Pixabay

Met deze praatclub wil Europa digitaal loskomen van de VS en China
Hoe kan Europa minder afhankelijk worden van technologie uit de VS en China? Met de huidige, oplaaiende spanningen wordt deze vraag steeds vaker gesteld. Nederland begint daarom samen met Duitsland, Frankrijk en Italië een samenwerking die daar een antwoord op moet bieden.
Open je telefoon, laptop, tablet of iPad en je zult merken: bijna alles wat digitaal is, is van buiten de grenzen. Dat maakt Europese overheden, bedrijven en organisaties enorm kwetsbaar. Dat moet anders, vinden de vier landen, en daarom starten ze het European Digital Infrastructure Consortium (EDIC) voor Digitale Gemeenschapsgoederen. Een praatclub, zo zou je het kunnen noemen. Maar wel een praatclub met een groot en belangrijk doel: “Europa digitaal autonoom maken”, aldus demissionair staatssecretaris Eddie van Marum (Digitalisering) tegen de site NU.nl.
Wat houdt het in?
Concreet betekent het dat deelnemende landen samenwerken aan Europese technologie: kennis delen, middelen combineren, en eigen alternatieven bouwen. Een voorbeeld is het Nederlandse Mijn Bureau, een alternatief voor Microsoft 365.
Afhankelijkheidsrelatie verminderen
Waar we vroeger blind vertrouwden op onze grootste bondgenoot, de VS, laaien de spanningen onder president Trump nu op en laten ze onze relatie met het land wankelen. Daardoor rijst de vraag: “Wat gebeurt er als onze afhankelijkheid een probleem wordt?” Dat vraagt Dave Maasland van cybersecuritybedrijf ESET Nederland. “Stel dat je buurman de keuken beheert, maar opeens weigert te koken. Dan moet je zelf leren koken.”
Experts positief gestemd
Maasland ziet kansen voor de praatclub: “Europa is een continent van uitvinders.” Alternatieven maken moet dus makkelijk kunnen. Het enige is dat we meer moeten investeren, want de VS hebben geleerd uitvindingen op te schalen zodat je er bijna niet omheen kunt.
IT-expert Bert Hubert is ook voorzichtig optimistisch: “Het wordt een praatclub. Met een praatclub kun je mooie dingen bereiken, maar het mag niet bij praten blijven.”