
Auteursrecht op ‘AI-kunst’? Niet zonder menselijke tussenkomst
Het Amerikaanse Hooggerechtshof weigert een zaak te behandelen over de vraag of ‘kunst’ gemaakt door AI in aanmerking komt voor auteursrecht. Hierdoor blijft de huidige regelgeving van kracht: zonder menselijke tussenkomst bestaat er geen copyright.
De zaak werd aangespannen door computerwetenschapper Stephen Thaler. In 2019 probeerde hij namens zijn eigen algoritme Creativity Machine het auteursrecht te claimen op het digitale ‘kunstwerk’ A Recent Entrance to Paradise. In de drie jaren daarna wees het copyrightkantoor van de Verenigde Staten de aanvraag herhaaldelijk af, omdat er geen sprake was van menselijk auteurschap, zoals dat zo mooi heet.
In 2023 oordeelde een rechter zelfs dat menselijke creativiteit een fundamenteel vereiste is voor auteursrechtelijke bescherming. En in 2025 bevestigde het hof van beroep dit standpunt, waarna Thaler naar de Hoge Raad stapte. Hij stelde dat het weigeren van copyright een rem zet op creatief AI-gebruik.
Wat verandert er nu?
Nu de Amerikaanse Hooggerechtshof weigert de zaak te heropenen, staat Thaler echter met lege handen. De huidige richtlijnen zijn hierdoor namelijk de standaard geworden. Mocht je zo’n AI-creatieveling zijn, dan is het goed om te weten dat een AI-prompt voor je kunstwerk invoeren niet genoeg is voor copyrightbescherming. De AI wordt immers gezien als de maker en machines hebben geen rechten.
Wel mogen mensen AI-tools gebruiken bij het ontwikkelen van uitvindingen of kunst, zolang de menselijke bijdrage maar substantieel is. De AI mag echter nooit als de officiële “uitvinder” of “auteur” op het papier staan. Dit besloot de Amerikaanse octroairaad (USPTO) al eerder.






