©Unsplash

Gen Z krijgt steeds grotere hekel aan AI, maar kan er niet mee stoppen
Voor jongeren is het vaak makkelijker om nieuwe technologieën eigen te maken. Dat geldt ook voor AI, maar dat betekent niet dat ze er ook echt op zitten te wachten. Vooral onder Gen Z neemt het enthousiasme snel af. Uit nieuw onderzoek blijkt dat de frustratie en argwaan toenemen, terwijl deze generatie er ondertussen ook bijna niet meer zonder kan.
Dat blijkt uit onderzoek van Gallup onder 1.572 Amerikanen van 14 tot 29 jaar. Eenzelfde onderzoek werd een jaar geleden ook al uitgevoerd, maar de uitkomst is dit keer behoorlijk anders. Gen Z gebruikt AI nog steeds veelvuldig, maar het gevoel dat jongeren daaraan overhouden is een stuk minder positief geworden.
Het vertrouwen daalt, de irritatie groeit en het enthousiasme neemt snel af. Gen Z verliest zijn geloof in AI, maar kan er desondanks niet meer omheen. De technologie is inmiddels stevig verweven met school, werk en het dagelijks leven. Wat overblijft, is een soort haat-liefdeverhouding.
Gen Z verliest het vertrouwen in AI
De grootste verandering zit in hoe jongeren zich voelen bij AI. Waar vorig jaar nog 36 procent zei enthousiast te zijn over de technologie, is dat nu gedaald naar 22 procent. Het aandeel dat zich hoopvol voelt, zakte in dezelfde periode van 27 naar 18 procent. Tegelijk nam het percentage jongeren dat boos is over AI juist toe van 22 naar 31 procent. Angst blijft ondertussen ongeveer gelijk op 42 procent.
In korte tijd is de kijk van Gen Z op AI dus flink veranderd. Daarnaast zijn jongeren er ook minder van overtuigd dat AI leren en werken echt beter maakt. Nog 56 procent zegt dat AI helpt om werk sneller af te krijgen, maar dat is wel 10 procentpunt minder dan een jaar eerder. Ook het aandeel jongeren dat denkt dat AI het leren versnelt, daalde naar 46 procent. Vooral dat laatste is al langer een punt van zorg binnen het onderwijs. Ook leraren waarschuwen hiervoor.
Er is geen weg meer terug
Die uitkomst komt overigens niet helemaal als een verrassing. De wittebroodsweken lijken simpelweg voorbij. Lange tijd keken we vooral naar de voordelen en genoten we van alle gemakken, maar inmiddels worden ook de nadelen van deze ontwikkeling steeds zichtbaarder.
Het probleem is alleen dat AI inmiddels zo’n groot onderdeel van het dagelijks leven is geworden, dat stoppen nauwelijks nog een optie lijkt. Dat blijkt ook uit de gebruikscijfers. Volgens Gallup zegt 51 procent van Gen Z AI minimaal wekelijks te gebruiken. Daarvan gebruikt 22 procent het zelfs dagelijks. Dat is slechts een klein beetje minder dan een jaar geleden. Gallup spreekt daarom niet van een echte terugval, maar eerder van een plateau: AI is inmiddels zo ingeburgerd dat veel jongeren er wel mee blijven werken, ook als ze er steeds kritischer over worden.
Kritische houding juist belangrijk
Het lijkt er dus op dat AI voor Gen Z steeds meer voelt als een noodzakelijk kwaad. Dat klinkt somber, maar er zit ook een positieve kant aan. AI is een geweldige uitvinding, zolang we er verstandig mee omgaan en kritisch blijven. En juist dat lijkt bij deze generatie behoorlijk goed te zitten.
















