©Unsplash

©Unsplash

Nederlandse wetenschappers maken bioplastic van maïs door spinnen

Praat mee!
Redacteur

Het is Nederlandse en Chinese wetenschappers gelukt om een zijdeachtig biopolymeer te maken van maïs. Een techniek die we te danken hebben aan spinnenrag. Het eindresultaat is een biopolymeer dat duurzamer is dan plastic uit fossiele brandstoffen. 

Maïs werd omgezet in plastic via een methode die op spinnenzijde is gebaseerd. Er is geen olie en gas nodig, maar het is moeilijk om met een biologisch afbreekbaar plastic te komen dat goed genoeg is als verpakkingsmateriaal. Ze zijn vaak zwakker en houden vocht en zuurstof onvoldoende tegen. Het team van onderzoekers heeft daarop besloten om dat op te lossen en met een maïseiwit te experimenteren dat zeïne heet. Het is een bijproduct van processen in de maïsverwerking. 

Plantymer

Het is biologisch afbreekbaar en hernieuwbaar, maar op zichzelf erg zwak. De onderzoekers keken vervolgens naar spinnenzijde dat biologisch afbreekbaar is, maar ook enorm sterk. Als ze zijde spinnen, dan verwerken spinnen eiwitten op een bijzondere manier: de klieren in hun achterlijf veranderen het watergehalte, de zuurtegraad en de eiwitten, waarbij moleculaire verbindingen een nieuwe opbouw krijgen. De interne structuur is heel sterk en kent een van de hoogste treksterktes ter wereld. Op die manier hebben de wetenschappers de eiwitmoleculen ook aangepast en bonden ze beter, waardoor een nieuw, sterk biopolymeer ontstond.

Ze noemen het plantymer en het werkt als een uitstekende barrière tegen water en zuurstof 80% ervan kan bovendien binnen een maand worden afgebroken. Maar, hoe veelbelovend het ook klinkt, het is nog een experiment want er moeten nog veel dingen worden getest. Kan er bijvoorbeeld wel genoeg worden geproduceerd en hoe duurzaam is het op de lange termijn? Het is in ieder geval slim om inspiratie uit de natuur te halen, want daar is al veel uitgevonden waar we van kunnen leren. En waar we dus misschien zelfs bioplastic van kunnen maken. Lees meer over het onderzoek in Nature Communications.

Video