
Duurtest Polestar 4 (deel 3): Stil, zuinig maar toch mist er iets
Onze autotester Rutger rijdt een maand met de Polestar 4. Die ene zonder achterruit. Tijd om te ontdekken hoe deze 2.230 kilo wegende Zweedse tank presteert in de praktijk. We trekken over de provinciale wegen rond Winsum en de Nederlandse snelwegen om het verbruik, het comfort en de aandrijflijn van de Polestar 4 Single Motor te fileren. En we ontdekten een paar opvallende karaktertrekjes.
Laten we beginnen met de cijfers. Onze testauto heeft achterwielaandrijving en levert 272 pk. Ik had nooit gedacht dat ik dit hardop zou zeggen, maar: die 272 paardenkrachten houden in deze auto niet over. Voor het dagelijkse, normale verkeer is het vermogen ruimschoots voldoende. Maar ben je een verwende elektrische rijder die gewend is aan die oneindige duw in de rug? Dan is dit adequaat, meer niet. Toen ik onlangs op een provinciale weg een treintje van twee auto's en een tractor wilde inhalen, merkte ik dat 100 pk extra hem absoluut niet zou misstaan. Traag is de auto zeker niet, maar hij mist de bekende elektrische overmacht zodra je hem op zijn staart trapt.
Range en de online overwinning
Gelukkig springt de Polestar wel netjes om met zijn energie. Onder de vloer ligt een riant accupakket van 94 kWh netto. Tijdens mijn testperiode noteerde ik een gemiddeld verbruik van 18,4 kWh per 100 kilometer. Dat is een keurige score voor een auto van dit formaat en gewicht. Al moet ik er bij zeggen dat er relatief weinig snelwegkilometers tussen zaten. In de praktijk betekent dit dat je een actieradius overhoudt van zo'n 500 kilometer.
Er is bovendien digitaal nieuws onder de zon: ik heb de auto inmiddels online gekregen! Het had wat voeten in de aarde – ik moest via een hoop administratief gedoe als hoofdeigenaar worden toegevoegd, de boel volledig resetten en me aanmelden bij Vodafone voor een gratis databundel – maar de navigatie is eindelijk voorzien van live file-informatie, de Spotify app draait zonder mijn telefoon aangesloten én ik kan de sleutel thuislaten. Mijn telefoon doet nu dienst als sleutel. Voor een Tesla-rijder oud nieuws, maar voor veel andere merken nog relatief nieuw. Ook fijn: als ik nu een laadpunt instel in de navigatie, wordt de auto vast voorbereid voor het snelladen op weg daar naar toe.
Hoewel deze Polestar zijn platform deelt met de nieuwste modellen van Smart en Zeekr, maakt deze auto geen gebruik van een razendsnel 800-volt systeem. Polestar heeft vastgehouden aan een traditionele 400-volt architectuur. Mocht je dus zijn neef van Zeekr aan de snellader hangen, dan zal die aanzienlijk sneller volstromen dan deze Polestar, die piekt op 200 kW.
Muisstil op Porsche-niveau
Waar de auto punten scoort, is het comfort en de geluidsisolatie. Wat is dit ding stil. In officiële tests tikt de cabine bij 110 km/u slechts 63 dBa aan. Dat is exact even stil als de duurdere Porsche Macan Electric die we eerder in de duurtest hadden. Windgeruis en bandenrumoer worden nagenoeg perfect buiten de deur gehouden. Je reist in een oase van rust.
Die rust wordt helaas af en toe ruw verstoord door de rijhulpsystemen. Het befaamde One Pedal Driving van Polestar werkt op zichzelf uitstekend; je kunt de auto feilloos met alleen het stroompedaal doseren en tot stilstand brengen. Maar de samenwerking tussen de mens en de computer op de cruise control is een ander verhaal.
Zodra je de cruise control met een subtiel tikje op de rem uitschakelt, wil de auto soms direct fors in de ankers gaan. Nog irritanter is het wanneer je met ingeschakelde cruise control even gas bijgeeft om vlot in te halen. Zodra je daarna je voet van het pedaal haalt om de auto te laten uitrollen naar de ingestelde snelheid, raakt de computer in paniek. De Polestar remt dan met veel geweld af om zo snel mogelijk weer exact die ingestelde snelheid te bereiken. Dat is een behoorlijk abrupte reactie waar je de eerste paar keer flink van schrikt. Bij het overnemen is het dus goed om de cruise control met de X op het stuur even uit te zetten.
Balans na deel 3
Al met al is de Polestar 4 een indrukwekkend zware machine om mee onderweg te zijn. Het is een comfortabele, fluisterstille tank die op de weg ligt als een blok beton, maar wel met de nukken en het gewicht die je bij zo'n kolos verwacht.
In deel 4 (de conclusie): Maken we definitief de balans op. Weegt die fantastische rust en het prachtige design op tegen het gebrek aan een achterruit en de gevechtjes met de cruise control? En hoe verhoudt hij zich qua prijs-kwaliteit (€ 65.400) tot de concurrentie? We trekken de eindconclusie volgende week.
















