© Unsplash

Werkgevers komen terug op AI-gebruik, want het kost toch wel veel geld
De tijd van ongebreideld AI-gebruik op menig werkvloer lijkt langzaamaan ten einde te komen. Voorheen dwongen werkgevers veel werknemers, zoals developers, om AI-agenten in te zetten voor hun werkzaamheden, maar daar hangt nu een fors prijskaartje aan. Ai.
Het liep ook wel een beetje de spuigaten uit. Zo houdt Amazon leaderboards bij van medewerkers die AI gebruiken op de werkvloer, terwijl Meta prestatiebeoordelingen hieraan koppelt. Veel van de gebruikte tools waren voorheen gratis, maar mettertijd zijn aanbieders daar geld en vervolgens steeds méér geld voor gaan vragen.
De cijfers liegen er niet om: volgens de Ramp AI Index spenderen de bedrijven die volop wedden op kunstmatige intelligentie gemiddeld zo'n 7.500 dollar (6.500 euro) per werknemer per maand aan tokens. Ook is er een bedrijf dat in één maand een half miljard dollar aan Claude-fees erdoorheen joeg.
Kijken en luisteren
Het is dus tijd voor een financiële koerswijziging, waardoor de focus mogelijk verschuift van kwantiteit naar efficiëntie. Bedrijven zoals Uber voeren inmiddels tokencaps in en stappen over op compactere, goedkopere taalmodellen, omdat de productiviteitswinst niet opweegt tegen de kosten. En als bedrijven ergens naar kijken en luisteren, dan zijn het wel de kosten.
Mogelijk betekent dit ook slecht nieuws voor modelbouwers zoals OpenAI en Anthropic. De huidige tarieven zijn namelijk kunstmatig laag door durfkapitaal en subsidies. Daardoor leeft de vraagt nu of dit soort businessmodellen op de lange termijn levensvatbaar zijn zonder de tarieven te verhogen. Dit kan een belangrijk kantelpunt voor AI gaan worden.
















