©Peter Cuneo

©Peter Cuneo

Deze avonturiers vlogen de Atlantische Oceaan over in een waterstofballon

Update: 23 juni 2026 om 08:37
Praat mee!
Redacteur

Drie ballonvaarders uit de VS en het VK hebben in juni een trans-Atlantische vlucht voltooid in een luchtballon. Het was de eerste trans-Atlantische ballonvlucht op waterstof. Daarnaast zetten ze een recordtijd neer: 70 uur en 11 minuten. 

De vlucht vertrok vanuit Maine in de Verenigde Staten en landde drie dagen later in Luxemburg. De overbrugde afstand was daarbij maar liefst 2.852 nautische mijl, ofwel 5.282 kilometer. Aan boord waren Bert Pedelt en Peter Cuneo uit de VS, en Alicia Hempleman-Adams uit het VK.

Eerdere pogingen mislukte

Om tot een succesvolle vlucht te komen, moesten er eerst behoorlijk wat obstakels worden overwonnen. Het team heeft voor dit succes namelijk al drie keer eerder de overtocht gewaagd, maar steeds gooide moeder natuur roet in het eten. Vier keer is scheepsrecht dus. Of misschien wel ballonrecht.

Normaal gesproken gebruiken luchtballonnen hete lucht om op te stijgen, maar een waterstofballon werkt anders. Deze is volledig afgesloten en gevuld met waterstof, dat het geheel lichter dan lucht maakt. Door ballast af te werpen of gas uit de ballon te laten ontsnappen, kan deze stijgen of dalen. Om in de goede richting te vliegen maakte de bemanning gebruik van luchtstromen.

Zwaar weer en zuurstofgebrek

Daarvoor moesten ze wel tot grote hoogten stijgen. Zo hoog zelfs (7,6 km) dat ze aan de zuurstof moesten om de vlucht te overleven. Ter vergelijking: de dode zone op de Mount Everest ligt rond de 8.000 meter. Daarnaast zaten ze in een open aluminium bak, blootgesteld aan de elementen. Ze moesten temperaturen tot -30 graden doorstaan, gepaard met regen- en sneeuwbuien.