© Valve

© Valve

Valve weet dat de Steam Machine duur is, maar maalt er niet om

Praat mee!

Als je de Steam Machine in huis wil halen, dan moet je daarvoor diep in de buidel tasten: minimaal 1.000 euro. Gelukkig hoef je voor de Steam Machine-ervaring niet per se Valves hardware te kopen: je kunt zelf een pc samenstellen en dan de Steam-software installeren.

Valve weet dondersgoed dat de Steam Machine voor sommige mensen onbereikbaar is. In tegenstelling tot Sony en Xbox subsidieert het bedrijf zijn hardware niet, met als doel geld te verdienen aan de software – Valve behandelt de Steam Machine echt als een pc. De prijs zou puur en alleen de hoge kosten van de losse onderdelen weerspiegelen.

Dat Valve de Steam Machine ondertussen niet subsidieert middels de softwareverkoop, lijkt een opmerkelijk statement. Het bedrijf rekent namelijk een commissie van dertig procent op elke verkochte game via Steam. De realiteit is echter dat de platformhouder de hardware gebruikt om dat platform te pushen, en dan maakt het niet uit hoe je daar precies op komt.

Goedkopere alternatieven

Het doel blijft dan ook Steam naar de huiskamer te brengen. Het bedrijf wil daarin zelfs helpen met zoeken naar goedkopere alternatieven. Zo wordt SteamOS, onder meer te gebruiken op de dure Steam Deck en Lenovo Legion Go S, steeds breder ondersteund. Nu draait het vooral soepel op AMD-chips, maar in de toekomst ook op Nvidia-videokaarten en Intel-processors.

Bovendien bieden mini-pc's van andere merken vaak betere prestaties voor een vergelijkbare prijs. Of je Valves dure hardware nu koopt of niet, zijn software-ontwikkelingen lijken pc-gaming uiteindelijk voor iedereen beter te maken. De kans is daarom groot dat mensen nu gaan uitwijken naar alternatieve opties of bestaande hardware omzetten naar het SteamOS.