© Unsplash

© Unsplash

Eindhovense AI-startup Euclyd wil met Samsung-investering het Nvidia van Europa worden

Praat mee!
Eindredacteur
Floris is eindredacteur van Bright, host van de Bright Podcast en schrijft al 15 jaar over tech, media en meer.

Als het over tech en Europa gaat, wordt het Nederlandse ASML standaard genoemd. Daar kan zomaar de naam Euclyd bij komen, dat na een succesvolle investeringsronde met miljoenen van Samsung een flinke ambitie heeft: Nvidia beconcurreren.

Je moet het maar durven: de strijd aangaan met het gigantische Nvidia. Met een marktwaarde van inmiddels ruim 5 biljoen dollar is Nvidia het meest waardevolle bedrijf ter wereld, ooit. Het Eindhovense Euclyd durft het, na een succesvolle investeringsrond waarin het meer dan 200 miljoen euro heeft opgehaald bij investeerders, meldt onder meer RTL Nieuws. 

Het geld komt onder meer van Samsung – dat ook al de eerste proefchips fabriceert – aangevuld met Europese investeringsfondsen. Oud-ASML-topman Peter Wennink, die eerder al instapte als investeerder, wordt voorzitter van de raad van commissarissen.

Zolderkamerchip tegen de grootste ter wereld

Achter Euclyd zit Bernardo Kastrup, een oud-ASML'er die in 2023 vanuit zijn zolderkamer begon aan een AI-chip die volgens hemzelf "honderd keer krachtiger" is dan die van Nvidia. Dat is een behoorlijke claim tegenover een bedrijf dat vrijwel elk AI-datacenter ter wereld van chips voorziet, ook al begon Nvidia ooit met chips voor games die ook uitstekend bleken voor AI (daarom zijn spelcomputers nu zo duur, nog bedankt). 

Kastrup maakte vorig jaar al bekend dat er interesse was van investeerders, maar hij vreesde dat vooral Amerikaanse of Chinese partijen zouden instappen. Die angst blijkt grotendeels onterecht: buiten Samsung zijn het vooral Europese fondsen die meedoen, precies zoals Kastrup destijds hoopte.

Nederland voorop in de Europese AI-race

Euclyd is niet de enige Nederlandse chipstartup die grof geld ophaalt. Eerder dit jaar haalde het eveneens Eindhovense Axelera AI ook al ruim 200 miljoen euro op, en vorige week trok het Amsterdamse Fortaegis bijna 50 miljoen euro binnen. Nederland lijkt zich in hoog tempo te ontwikkelen tot een broedplaats voor Europese AI-hardware.

Hoogleraar chiptechnologie Bram Nauta van de Universiteit Twente juicht die ontwikkeling toe. Tegenover RTL Nieuws noemde hij AI-chips "eigenlijk de nieuwe olie", iets waar Europa als machtsblok zelf over moet kunnen beschikken. Niet elke startup zal het redden, benadrukt hij, maar met genoeg pogingen is de kans groot dat er eentje doorbreekt.

Euclyd hoeft dus niet in zijn eentje Nvidia te verslaan. Als het bedrijf, samen met Axelera, Fortaegis en de rest van het Nederlandse rijtje, ook maar een deel van de belofte waarmaakt, heeft Europa er zomaar een serieuze speler bij in een markt die tot nu toe vrijwel volledig Amerikaans is.

Valt nog veel te winnen

Meer Europese tech- en AI-ontwikkeling mag ook wel, want de Amerikaanse AI-reuzen zetten alles op alles om de grootste te blijven. China wil vooral de VS aftroeven, maar Europa moet in die strijd geen speelbal worden. 'We' maken onszelf steeds wat afhankelijker van AI, laten we het dan vooral in eigen beheer ontwikkelen.

Op dat vlak valt er nog wel wat te winnen. Twee jaar geleden dacht ASML nog over een vertrek uit Nederland. Dat gevaar is voorlopig geweken, maar als Nederland écht het Silicon Valley van Europa wil worden, zijn er nog veel stappen te maken – onze eigen tech-prins Constantijn hamert daar al jaren op.

Zo heeft Zweden bijvoorbeeld een investeringsklimaat dat gunstiger is voor start-ups, op een manier waarbij ook normale mensen kunnen meeprofiteren. Maar Nederland moet ook nadenken over de gevolgen van zo'n groeiende tech-industrie, waarbij experts van over de hele wereld met grote salarissen en lage belastingen naar ons land worden gelokt. Rond Eindhoven zijn de huizenprijzen nu bijvoorbeeld al stukken hoger dan in de rest van Brabant, en dat komt door ASML.

De investering in Euclyd is mooi, maar moet voor de Nederlandse politiek ook vooral een startschot zijn van een duidelijkere lijn: waar gaan we heen op tech-gebied? Wie mogen er datacenters bouwen in Nederland, aan welke bedrijven geven we ons geld uit?