Constantin Film

Review - Resident Evil is een fantastische horrorfilm, zelfs als je de games nooit gespeeld hebt
Resident Evil is de populairste horrorgamereeks ter wereld en heeft al zeven speelfilms op z’n naam staan. Ze variëren in kwaliteit van ‘mwoah’ tot ‘compleet waardeloos’. De achtste film heet gewoon Resident Evil en heeft bijna niets met de games of eerdere films te maken. Regisseur en schrijver Zach Cregger krijgt het werkende. En hoe!
Cregger mopperde recent nog over de kritiek die hij van gamers kreeg, omdat er vrijwel nul plotpunten uit de Resident Evil-games in z’n film zitten. Geen verlaten landhuis waarin kwaadaardige experimenten een leger monsters heeft gecreëerd, geen iconische schurken zoals Albert Wesker, zelfs geen geliefde helden zoals Jill Valentine of Leon Kennedy.
Gefrustreerde fans
Het zegt vooral wat over de frustratie die Resi-fans voelen. De games zijn populairder dan ooit met ruim 200 miljoen verkochte exemplaren. Het nieuwste deel, Requiem, kreeg begin dit jaar opnieuw lyrische reviews. Dat is nooit gebeurd met de Hollywood-films en dus zijn gamers achterdochtig als een regisseur wéér z’n eigen plan trekt met de heilige horrornaam.
Gelukkig bewees Cregger met Barbarian en Weapons dat hij een van de scherpzinnigste horrorregisseurs van het moment is. Het verhaal is simpel: Austin Abrams speelt Bryan, een medische koerier die met spoed een pakketje naar het ziekenhuis in Raccoon City moet brengen, diep in de bergen, tijdens een sneeuwstorm. Halverwege de glibberige rit rijdt hij een verwarde vrouw aan en vanaf daar begint Resident Evil.

Cregger neemt je thematisch subtiel mee in een spookhuisrit door alle delen van de lange gamereeks. De koerier wordt bijvoorbeeld achterna gezeten door een valse hond en moet schuilen in een verlaten woning, net als in de allereerste PlayStation-game. Later leidt zijn tocht hem door het bos, de straten van Raccoon City, en andere locaties herkenbaar van de games.
In een notendop gaat de franchise over de Umbrella Corporation, dat een virus in Raccoon City loslaat die de evolutie in mensen versnelt. Alleen het virus in instabiel en creëert de gruwelijkste monsters, van klassieke zombies tot praktisch onverslaanbare tentakelgedrochten.
Typemachines en statische camerahoeken
Er zijn overduidelijke knipogen naar Resident Evil, zoals een kamer met een typemachine (de vaste ingame savepoint), of simpele puzzels zoals een hangslot met een gek symbool, dat ook op de verstopte sleutel staat. Subtieler is de opbouw van de horrorscènes. De camera pant heel statisch van kamer naar kamer, zoals in de eerste Resident Evil-games. Later gaat de camera juist vaker over de schouder van Bryan mee, net als in de modernere spellen. De franchise zit de film niet in de weg maar verrijkt het juist met een unieke flair.
Creggers sadistische gevoel voor humor past perfect bij de bizarre schrikmomenten en huiveringwekkende taferelen waar de Resident Evil-games beroemd om zijn. Dit is een horrorfilm die je van begin tot eind met een aapachtige grijns kijkt terwijl je nagelafdrukken in de bioscoopstoel achterlaat.
Ook met het hoofdpersonage trekt de maker z’n eigen plan. Bryan is helemaal geen stoere held zoals in de games, maar een enorme lapzwans. Toch lukt het Austin Abrams om de lafaard likable te maken, en uiteindelijk blijft hij dapper doorbanjeren om het pakketje af te leveren.

De beste Resident Evil-film
In de tweede helft laat Cregger wel steekjes vallen, met een paar overdreven komische dialogen die zo in Shaun of the Dead kunnen. Leuk, maar ze vallen uit de toon vergeleken met de rest van de film, dat met z’n minimalistische soundtrack, ijzige setting en bodyhorror de gespannen toon van The Thing nabootst. De bloederige finale maakt wel een hoop goed.
Een lage lat, maar dit is de allerbeste Resident Evil-film ooit gemaakt, en kan zelfs in het rijtje van de beste gameverfilmingen ooit. Fans mogen Cregger zeker dankbaar zijn.
Resident Evil draait nu in de bioscoop.

















