Nieuws

Uitlegparty: Biobrandstoffen, hoop of hype?

16 maart 2008 14:56

&#13; &#13; &#13; &#13; <p>Biobrandstoffen waren volgens velen hét antwoord op de klimaat- verandering. </p>

Maar wat eerst onze redding leek te zijn, blijkt nu een ramp voor het milieu. Ze versterken het broeikaseffect niet alleen, maar bedreigen ook de voedselvoorraad.

Jaren geleden werd biobrandstof gezien als de perfecte benzine, zonder uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen. Maar dat beeld is nu 180 graden gedraaid. Het wereldwijde enthousiasme voor de opmars van 'groene' brandstof, heeft plaatsgemaakt voor scepsis. 'Biobrandstoffen uit grote plantages die leiden tot ontbossing en extra CO2-uitstoot, moeten we niet willen. We moeten ons klimaatbeleid niet ten koste van tropische bossen gaan voeren', aldus Milieudefensie.

Er bestaan twee typen biobrandstoffen: ethanol en biodiesel. De eerste wordt gemaakt uit zetmeelhoudende gewassen, zoals mais en tarwe, en suikerhoudende gewassen als suikerbieten en suikerriet. Biodiesel wordt geproduceerd uit oliehoudende zaden, waaronder koolzaad, zonnebloemen, sojabonen en palm. Het idee bestond dat de CO2 die bij de verbranding van biobrandstoffen vrijkomt, zou worden gecompenseerd door planten, die via fotosynthese koolstofdioxide omzetten in biomassa en zuurstof. Maar die theorie blijkt nu te simpel.



Biodiesel voor beginners.

Er werd bijvoorbeeld geen rekening gehouden met de koolstofdioxide die vrijkomt bij het productieproces van de brandstoffen. Onder meer tijdens het planten, oogsten en bemesten van de gewassen. Maar ook bij het ploegen van de grond en het vervoer van de producten. 'Vooral de emissies van lachgas hebben een sterk negatief effect', zegt Edward Smeets, onderzoeker bij het Copernicus Instituut voor Duurzame Ontwikkeling en Innovatie. Als er meststoffen in de bodem worden aangebracht komt ook lachgas vrij, dat een veel sterker broeikasgas is dan koolstofdioxide.

'Maar ook de emissies die het gevolg zijn van het verlies van koolstof dat is opgeslagen in bijvoorbeeld bomen en wortels zijn schadelijk. Als natuurlijke vegetatie wordt omgezet naar akkerland, voor de productie van gewassen voor biobrandstoffen, komt die koolstof vrij', zegt Smeets. Maar de kritiek houdt daar niet op.

Volgens twee Amerikaanse onderzoeksgroepen, die hun bevindingen begin februari publiceerden op Science Express, onttrekt de grootschalige productie van biobrandstoffen bouwland aan de productie van voedsel en voer voor vee. 'Omdat de wereldvraag naar voedsel en voer eerder toeneemt dan gelijk blijft, zal daarvoor elders gecompenseerd worden. Als de VS, zoals in de Energy Policy Act 2005 gepland is, enorme gebieden gaan beplanten met maïs voor alcoholbereiding zal de productie van de onmisbare voedingsgewassen naar elders verschuiven. Aan het einde van deze onontkoombare verschuivingen staan het tropisch regenwoud of de savannen van Brazilië, het regenwoud in zuidoost Azië, of het natuurlijk grasland (de prairie) van het Amerikaanse midwesten zelf', meldt het NRC.


Bossen worden vernietigd voor landbouw. Foto: NASA LBA-ECO

Het in cultuur brengen van regenwouden, savannen, tropische veengebieden en prairies gaat volgens het onderzoek gepaard met een zeer hoge uitstoot van CO2. Niet alleen door het verbranden van de bovengrondse vegetatie, maar ook door het verteren en oxideren van achtergebleven wortelresten en organische stoffen tot CO2. In bepaalde gevallen duurt het eeuwen voor het schadelijk effect daarvan wordt goedgemaakt door de geringe besparing aan CO2-uitstoot door de inzet van biobrandstoffen.

'Een punt van zorg is dat het gebruik van dit type biobrandstoffen slechts een beperkte reductie van broeikasgasemissies oplevert ten opzichte van normale benzine en diesel. Ongeveer 20 tot 50 procent, met een uitzondering voor ethanol uit suikerriet dat een reductie van 80 procent oplevert. Echter, de berekeningen die hieraan ten grondslag liggen zijn relatief gevoelig voor allerlei aannames en de keuze van databronnen', vertelt Smeets.

De Europese Unie heeft vorig jaar besloten dat biogewassen in 2020 tien procent van alle transportbrandstoffen moeten uitmaken. Geen goed plan, oordeelde het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) deze maand. 'Omdat bestaande technieken voor biobrandstof gebaseerd zijn op voedselgewassen, zoals granen, maïs, suikerbieten en palmolie, zal de EU biobrandstof doelstelling leiden tot hogere voedselprijzen.' En dat is vooral nadelig voor landen die voedsel importeren.


Brandstof of voedsel?

Voor de productie van biobrandstoffen is volgens het MNP meer landbouwgrond nodig. 'Uitgaande van de bestaande technieken komt een doel van tien procent in 2020 neer op een areaal van 20 tot 30 miljoen hectare, waarvan ongeveer 16 miljoen hectare in Europa zelf. Echter, bij volledige marktwerking zal de EU slechts de helft van de noodzakelijke gewassen zelf verbouwen. De andere helft zal worden geïmporteerd, omdat de productie van biobrandstoffen buiten de EU goedkoper kan.' En dat zal leiden tot verlies aan biodiversiteit, onder meer door ontbossing, volgens het rapport. 'Het EU doel om biodiversiteitsverlies te stoppen kan daarmee botsen met het doel om de emissies van broeikasgassen te verlagen.'

Volgens een tegenrapport van Refuel, een project uitgevoerd in opdracht van de EU, brengt de doelstelling van de EU de wereldvoedselvoorziening helemaal niet in gevaar. 'Die bijmenging van tien procent kan voor het overgrote deel gehaald worden op de Europese landbouwgrond', zegt coördinator Marc Londo van ECN. 'In Europa is nog veel ruimte om landbouwgrond beter te gebruiken en de bestaande productie te verhogen. Vooral in Oekraïne en andere Oost-Europese landen.' Het EU-doel kan worden behaald met traditionele biobrandstoffen van eigen bodem, stellen de onderzoekers. 'Maar, wil dit bijdragen aan een schoner klimaat, dan is de inzet van biobrandstoffen van de nieuwe generatie nodig.



Fields of Fuel: Amerikaanse docu over de nieuwe generatie biobrandstoffen.

De hoop is nu dus gevestigd op een nieuwe generatie biobrandstoffen. Die tweede generatie wordt gemaakt uit hout- of grasachtige planten en reststoffen, en kunnen de uitstoot van vervuilende broeikasgassen met ongeveer 90 procent terugbrengen. 'Tweede generatie biobrandstoffen worden gemaakt uit houtachtige biomassa, van onder andere wilg, populier, eucalyptus, olifantsgras of vezel- en houtachtige residuen. Deze materialen kunnen omgezet worden in vloeibare brandstoffen - als ethanol, methanol, Fischer-Tropsch diesel- maar ook in waterstof', legt Smeets uit.

'De tweede generatie-biobrandstoffen hebben een deel van de problemen van de eerste generatie niet. Houtachtige gewassen worden niet gebruikt voor de productie van voedsel, dus concurreren ze niet met het beschikbare landbouwareaal en brengen daardoor de voedselvoorziening niet in geding. De opbrengsten per hectare van houtachtige gewassen zijn een stuk hoger dan die van eenjarige gewassen (maïs, tarwe, suikerbieten, koolzaad) en de kosten zijn een stuk lager. Daarnaast is de conversie van houtachtige biomassa naar biobrandstoffen een stuk efficiënter dan de productie van eerste generatie biobrandstoffen.'



Think Ox, elektrische auto van de toekomst. Foto: Think.

Maar, voor het zover is moeten verdere verbeteringen van de productiviteit per hectare worden gerealiseerd en enkele belangrijke technologische barrières worden overkomen. Met het huidige komen ze naar verwachting pas na 2010 op de markt. 'Tot die tijd zullen we het moeten doen met de eerste generatie biobrandstoffen als het enige realistische alternatief', stelt Smeets.

Het MNP gelooft er in ieder geval niet meer in. 'Als onbruikbare afvalstromen daarmee een nuttige toepassing krijgen, is dat een goede zaak. Maar die nieuwe biobrandstoffen zijn ecologisch gezien niet altijd de beste optie.'

Volgens het Milieu- en Natuurplanbureau moet daarom vooral gekeken worden naar nieuwe technieken voor duurzaam transport, zoals auto’s op waterstof, hybride auto’s, oplaadbare hybride auto’s en volledig elektrische auto’s. Maar daarvan is de vraag of ze ooit economisch aantrekkelijk zullen worden, erkent ook het MNP. 'De productiekosten van deze technieken zijn relatief hoog, omdat ze – met uitzondering van hybride auto’s - nog niet commercieel geproduceerd worden.'

Volgende week deel twee over groene energie.