©Volkswagen

©Volkswagen

De goedkope benzineauto is dood (en Volkswagen geeft dat toe)

PRAAT MEE!

Gisteren deed Thomas Schäfer, de CEO van het merk Volkswagen, een uitspraak die we een paar jaar geleden niet hadden verwacht van een bedrijf als Volkswagen. Het is een koude economische analyse, waar ze zelf niet onderuit kunnen. Zijn boodschap in een interview met Auto Motor & Sport was helder: het tijdperk van de compacte auto op benzine is voorbij. Niet omdat de consument er niet meer om vraagt, maar omdat ze simpelweg niet meer te bouwen zijn voor een fatsoenlijke prijs.

Voor wie de auto-industrie een beetje volgt, komt dit niet als een donderslag bij heldere hemel, maar het is wel veelzeggend dat juist de topman van Volkswagen dit hardop zegt. Jarenlang was de Polo de benchmark voor compact rijden. Dat uitgerekend de hoeder van de ‘auto voor het volk’ nu stelt dat de toekomst van dat segment uitsluitend elektrisch is, markeert een definitief kantelpunt. Schäfer veegt ook direct de discussie over alternatieven zoals waterstof of e-fuels in dit segment van tafel. In de kleine klasse draait het om elke euro, en daar wint de batterij het pleit.

Het kruispunt van twee grafieken

Om te begrijpen waarom Schäfer de benzine-Polo ten grave draagt, moeten we niet alleen kijken naar de dalende prijzen van accu’s. De reden zit ook in de stijgende kosten van verbrandingsmotoren. Door de Euro 7-normen die eraan komen, moeten fabrikanten zulke complexe filtersystemen en software op hun uitlaten schroeven, dat een simpele benzinemotor onbetaalbaar wordt. Of eigenlijk: dat een simpele benzinemotor niet meer bestaat. Op een dure Audi Q7 vallen die extra kosten nauwelijks op, maar op een auto met een kleine marge drukken ze zwaar.

Exclusieve content voor Bright++ abonnees

Dit artikel is exclusief voor Bright++ leden. Profiteer van onbeperkte toegang tot alle Bright++ artikelen, achtergrondverhalen en analyses. Geen advertenties, geen beperkingen.

Abonneren