
©Pexels
Warmtepomp sneller rendabel dan gedacht: zo reken je uit wat voor jou geldt
Een warmtepomp blijkt ook rendabel voor mensen met een minder dan perfect geïsoleerd huis. Al vanaf energielabel D zorgt een volledig elektrische warmtepomp voor de laagste energierekening. Maar hoe weet je welk label je ongeveer hebt, zonder een keuring te laten doen?
Wie bij het woord warmtepomp nog altijd denkt aan een smetteloos geïsoleerde nieuwbouwwoning met driedubbel glas, vloerverwarming en een eigenaar die vrijwillig Excel-tabellen maakt van zijn gasverbruik: goed nieuws. Dat beeld blijkt te streng. Volgens nieuw onderzoek van TNO kan een elektrische warmtepomp ook in minder goed geïsoleerde woningen al een verstandige investering zijn. En dat maakt de verduurzamingsopgave ineens een stuk praktischer.
Dat is interessant nieuws voor een hoop huishoudens, juist omdat veel mensen vastlopen op dezelfde gedachte: eerst maximaal isoleren, daarna pas aan de warmtepomp. Logisch misschien, maar volgens TNO is die volgorde lang niet altijd de slimste. Isoleren blijft belangrijk, maar het hoeft niet per se allemaal afgevinkt te zijn voordat je van het gas af begint te bewegen. Sterker nog: alleen isoleren levert volgens de onderzoekers minder op dan isoleren in combinatie met een warmtepomp.
Energielabel D is niet ineens het einde van de wereld
De opvallendste conclusie is misschien wel dat woningen op ongeveer energielabel D-niveau al in beeld komen voor een volledig elektrische warmtepomp – dus niet het hybride model waar de overheid op aanstuurt. Dat is niet het soort label waar makelaars spontaan confetti van afschieten, maar het is ook bepaald geen ruïne met enkelglas en tocht onder elke deur.
Met andere woorden: energielabel D zal juist gelden voor veel woningeigenaren die hun huis al jaren hebben, misschien al wat nieuwe kozijnen en andere isolerende maatregelen hebben genomen, maar dat niet hebben laten keuren – want ze gaan niet verhuizen. Een volledig elektrische warmtepomp in combinatie met ten minste zo'm label D-isolatie blijkt de beste investering en leidt tot de laagste energierekening.
Daarmee schuift het debat ook een beetje op. De vraag is niet langer alleen: is mijn huis al perfect genoeg? De betere vraag wordt: wat is de slimste volgende stap vanuit waar mijn huis nu staat? En dat is prettiger denken, want de energietransitie strandt nogal snel als iedereen blijft wachten op de ideale eindsituatie die pas in een brochure bestaat. Daarom is het ook handig om straks zelf grofweg te kunnen inschatten welk energielabel je woning nu ongeveer heeft, voordat je verdrinkt in offertes, isolatieplannen en warmtepompjargon.
De echte bottleneck zit niet alleen in isoleren
TNO keek in dit onderzoek specifiek naar corporatiewoningen, maar zegt erbij dat de conclusies in grote lijnen ook relevant zijn voor koopwoningen. Het probleem is namelijk vergelijkbaar: er wordt wel geïsoleerd, maar veel minder snel overgestapt op warmtepompen. Jaarlijks worden nu ongeveer 53.000 corporatiewoningen geïsoleerd, terwijl slechts zo’n 18.000 woningen een warmtepomp krijgen. In dat tempo wordt het erg lastig om de corporatievoorraad in 2050 CO2-vrij en gasvrij te krijgen.
Volgens TNO moeten er zelfs ongeveer vier keer zoveel warmtepompen per jaar geplaatst worden om die doelen te halen. Dat is nogal een opgave. Tegelijk laat het onderzoek zien dat je met dezelfde investering 30 procent meer warmtepompen kunt plaatsen dan wanneer je alleen zwaar op isolatie inzet. Met andere woorden: wie alle aandacht op isolatie alleen zet, verduurzamt minder huizen tegelijk.
Eerst hybride, later helemaal elektrisch
TNO ziet daarom ook ruimte voor zogenoemde all-electric-ready hybride warmtepompen. Dat zijn systemen die eerst nog samenwerken met een cv-ketel, maar later kunnen doorgroeien naar volledig elektrisch zodra extra isolatie is aangebracht. Dat is dus iets wezenlijk anders dan de hybride warmtepompen die de overheid vanaf 2029 verplicht wil stellen voor vervanging van een bestaande cv. Zo'n hybride is ontwikkeld om altijd een cv-ketel als backup te hebben. Terwijl: al je dan tocht begint, wil je liever helemaal gasloos eindigen, toch?
Daar zit wel een belangrijke kanttekening aan. TNO zegt nadrukkelijk dat comfort nog verder onderzocht moet worden. De modellen laten zien dat een woning warm genoeg kán worden, maar dat betekent niet automatisch dat bewoners het ook als comfortabel ervaren. Een kamer kan op temperatuur zijn, terwijl muren toch nog kil aanvoelen. Wie label D hoort, moet dus niet denken: mooi, klaar. Eerder: dit opent de deur, maar je moet nog steeds goed kijken naar je woning.
Precies daarom is die vervolgvraag zo relevant: hoe bereken je zelf grofweg welk energielabel je huis heeft? Want wie weet waar zijn woning ongeveer staat, kan ook veel realistischer bepalen wat de slimste route is: eerst wat isoleren, meteen richting warmtepomp, of allebei in stappen. Dat is misschien minder sexy dan één groot wonderapparaat in de schuur, maar wel hoe verduurzamen meestal echt werkt.
De volgende verdieping is exclusief voor Bright++ abonnees:
Zo bereken je grofweg je eigen energielabel
Wil je precies weten welk energielabel je hebt, moet je een keuringsbureau inschakelen. Maar dat kost al snel 250 euro voor een tussenwoning en loopt rap op tot een kleine 500 euro voor een vrijstaand huis. Zo'n keuring is alleen nodig als je je huis wil verkopen, terwijl de insteek meestal zal zijn om de stookkosten van je eigen huis te verlagen, terwijl je er blijft wonen. En wie wil besparen, steekt geen honderden euro's in een keuring.