
Gamedesign is dood door Nvidia’s nieuwe AI Tool (of toch niet?)
Nvidia liet deze week zijn nieuwe AI-tool zien om bestaande games hyperrealistische graphics te geven door middel van AI-upscaling technologie. Gamers waren er als de kippen bij om de technologie af te branden. Is dit terecht?
Toen de eerste video’s van Nvidia’s upscale-technologie DLSS 5 langs kwamen in mijn feed, dacht ik niet meteen aan AI. Mijn caveman-brein was vooral onder de indruk van hoe bizar realistisch de graphics eruitzagen. Terwijl de slider in de video van DLSS off naar DLSS on ging, verschenen de kleinste poriën en elk individueel haartje op het hoofd vlijmscherp in beeld. De ogen, de mond, de belichting… nét echt.
En toen, terwijl het verder gevorderde deel van mijn brein ook in actie sprong, bekroop me een oncomfortabel gevoel. Ik kon mijn vinger er niet meteen op leggen. Ik ga naar de reacties en… Natúúrlijk. Hoe zag ik dat in hemelsnaam niet meteen? Het is gewoon AI.
AI dit, AI dat. We worden ermee doodgegooid. Vooral met AI slop, een term voor massaal geproduceerde AI content van weinig kwaliteit en waarde. Nu een verzamelnaam voor alles wat AI is en mensen niet leuk vinden. Het is werkelijk overal, onontkoombaar en onvermijdelijk. En nu maakt Nvidia CEO Jensen Huang ook nog slop van onze games? Lekker dan. De reacties op DLSS 5 zijn overweldigend negatief, maar ook grappig. Gamers over de hele wereld zijn – zoals verwacht – behoorlijk verontwaardigd en laten dat weten ook. Het zoveelste voorbeeld van AI dat alles in een soort eenheidsworst verandert en de creatieve integriteit van wat we liefhebben zal aantasten. Jensen Huang is het er niet mee eens en zegt dat de kritiek “completely wrong” is.
