© Dyson

© Dyson

Achter de schermen bij Dyson in Singapore: Hoe een kolencentrale het hart van hun innovatie werd

Praat mee!
Redacteur
Techjournalist en videomaker bij Bright. Schrijft en filmt over gadgets, wearables, innovatie en slimme technologie.

Je kent Dyson waarschijnlijk van de opvallende stofzuigers, de föhns die de markt op zijn kop zetten, of de luchtreinigers die je huis slim filteren. Maar waar komen die ideeën eigenlijk vandaan en hoe wordt er achter de schermen gewerkt? Ik mocht een exclusief kijkje nemen in het wereldwijde hoofdkantoor van het bedrijf in Singapore, gevestigd in de iconische St. James Power Station uit 1927. Het gebouw is niet zomaar een kantoor: het is een plek waar de industriële geschiedenis van Singapore samensmelt met de toekomst van techniek.

Als je voor het St. James Power Station staat, zie je direct waarom dit gebouw zo bijzonder is. Het was de eerste kolencentrale van Singapore. De bakstenen muren, de hoge plafonds en de industriële balken vertellen het verhaal van een eeuw geleden. Maar loop naar binnen en je vergeet die geschiedenis bijna direct. Dyson heeft hier een omgeving gecreëerd die aanvoelt als een hypermodern laboratorium.

Het opvallende is dat Dyson bij de verbouwing te maken had met strikte regels: het gebouw is een nationaal monument. Dat betekende dat alles wat ze toevoegden: de kantoren, de vloeren, de techniek in principe weer verwijderd moet kunnen worden zonder het monument aan te tasten. Het resultaat is een fascinerend contrast: een 'gebouw in een gebouw' waar de rauwe geschiedenis van de kolencentrale de perfecte omlijsting vormt voor de meest verfijnde technologie van vandaag.

Waarom alles in-house gebeurt

De meeste tech-bedrijven werken met een uitgebreid netwerk van externe toeleveranciers. Ze ontwerpen een product en laten de productie en assemblage over aan gespecialiseerde fabrieken elders. Bij Dyson kiezen ze een opvallend andere route: ze doen vrijwel alles zelf.

Als je door de gangen van het hoofdkantoor loopt, zie je dat die aanpak geen toeval is, maar een bewuste strategie. Van de complexe software die de digitale motoren aanstuurt tot de specifieke chemische samenstelling van de accu’s en de aerodynamica van de luchtstromen: het proces vindt grotendeels in eigen beheer plaats. De reden daarvoor is dat het bedrijf de volledige controle wil behouden over de kwaliteit en de innovatie. Door niet afhankelijk te zijn van externe partners die misschien niet aan hun specifieke standaarden voldoen, kunnen ze de lat extreem hoog leggen. Het resultaat is een werkwijze waarbij ze letterlijk de machine bouwen die de machine maakt. 

Deze strategie heeft bovendien een groot strategisch voordeel: het minimaliseren van lekken. In een wereld waar tech-geruchten en gelekte foto’s van prototypes de norm zijn, houdt Dyson de eigen gelederen angstvallig gesloten. Omdat bijna alles binnenshuis gebeurt, hoeven er geen blauwdrukken of onderdelen naar externe fabrieken te worden gestuurd waar ze kunnen uitlekken. Sterker nog, de geheimhouding is zo ver doorgevoerd dat zelfs binnen het eigen bedrijf alleen de strikt noodzakelijke medewerkers op de hoogte zijn van een nieuw project. Alleen de mensen die direct aan een specifiek product werken, weten van het bestaan ervan af.

Om dit nog verder af te schermen, werkt Dyson consequent met interne codenamen. Mocht er onverhoopt toch een naam of een fragment van informatie naar buiten sijpelen, dan weten buitenstaanders nog steeds niet waar ze naar kijken. Voor de buitenwereld blijft het een abstracte term of nummer, terwijl het team intern in alle rust kan doorwerken aan hun volgende grote innovatie. Deze combinatie van fysieke controle en cryptische codenamen zorgt ervoor dat de kans op voortijdige informatielekken nagenoeg nihil is.

Controle over de hele keten: van lab naar fabriekshal 

Die drang naar eigen beheer trekt zich volledig door naar de fabrieksvloer. Waar veel merken de productie van onderdelen en de assemblage uitbesteden aan externe partijen, heeft Dyson de regie over het volledige proces in eigen hand.

James Dyson heeft er bewust voor gekozen om de controle over de productie niet uit handen te geven. In de fabriekshallen zie je dat terug in de inrichting van de productielijnen: alles is opgezet met de eigen standaarden van het bedrijf als uitgangspunt. De automatisering en de kwaliteitscontroles zijn hierbij direct gekoppeld aan de eisen vanuit de ontwerpafdeling. Het idee is dat als je zelf de regie houdt over het productieproces, je de kwaliteit continu kunt monitoren en bijsturen. Als er in het lab een aanpassing wordt gedaan aan een materiaal, kan die verandering in de eigen fabriek direct worden verwerkt. Die korte lijnen tussen de ingenieurs en de werkvloer maken het mogelijk om aanpassingen door te voeren zonder dat daar afstemming met externe leveranciers voor nodig is.

De rest van dit artikel is exclusief voor Bright++ abonnees:

De snelheid van het Prototype-lab

Een van de meest indrukwekkende onderdelen van mijn bezoek was de tijd die ik doorbracht in het CMF-lab (Color, Material, Finish) en het prototype-lab. Dit is de plek waar ideeën tot leven komen. De sfeer hier is geconcentreerd en opvallend stil.