
©Magnific/Bright
Heeft het zin om te wachten tot de gadget-prijzen weer dalen?
De prijzen van Macs en iPads zijn gestegen met tientallen procenten, spelcomputers zijn vijf jaar na hun introductie duurder dan toen en de opvolgers worden zeker niet goedkoper. Is dit het nieuwe normaal, of heeft deze RAM-crisis een einde?
Als zelfs Apple het bijltje erbij neerlegt, weet je dat er iets structureels aan de hand is. Het bedrijf met de beste onderhandelingspositie ter wereld – miljarden aan reserves, langlopende contracten – heeft deze week de prijzen van meerdere MacBooks, iPads en andere producten verhoogd. De directe oorzaak: het wereldwijde tekort aan geheugen- en opslagchips. Tim Cook had al in een interview met The Wall Street Journal laten weten dat prijsverhogingen simpelweg onvermijdelijkwaren. Het zal ook meetellen dat Apple in september met John Ternus een nieuwe CEO krijgt, die men een zo schoon mogelijke lei gunt: je wil niet aftrappen met een prijsverhoging, dus die hebben we nu alvast gekregen. Behalve bij de iPhone, dat slechte nieuwe mag Ternus straks zelf nog vertellen.
De Apple-prijsstijging is eigenlijk het meest veelzeggende signaal dat je kunt krijgen. Want Apple heeft de boot lang afgehouden. Het bedrijf geldt als een van de krachtigste spelers in de sector, met uitzonderlijke toeleveringsketens. Toch kon (en wilde) ook Apple de kostenstijging niet langer absorberen. Als dat zelfs voor hen niet meer lukt, is de vraag gerechtvaardigd: is dit gewoon de nieuwe realiteit?
De volgende verdieping is exclusief voor Bright++ abonnees:
Alles is duurder geworden – en het houdt niet op
Sony verhoogde eerder dit jaar de prijzen van de PlayStation 5. Nintendo deed hetzelfde met de Switch 2. Microsoft kondigde prijsverhogingen aan voor Xbox. Valve moest zijn nieuwe Steam Machine voor 1.039 euro op de markt brengen, terwijl het originele streefdoel rond de 750 dollar lag. En nu is dus Apple aan de beurt.