
©Bright
Plug-in thuisbatterijen zoeken de grens op: gaat dit wel goed?
Er komen in rap tempo steeds meer thuisbatterijen in Nederlandse huizen te staan. Die trend zal voorlopig alleen maar doorzetten, zeker nu zonnepaneelbezitters massaal zoeken naar manieren om hun eigen zonnestroom beter te benutten voordat de salderingsregeling op termijn verdwijnt.
Toch zorgt het groeiende aantal batterijen in huis bij de brandweer voor de nodige oplettendheid. Accu's kunnen bij verkeerd gebruik namelijk serieuze problemen opleveren. Dat geldt in het bijzonder voor de plug-in thuisbatterij: apparaten die je zelf installeert door de stekker simpelweg in het stopcontact te steken. Maar wat zijn nu de grootste gevaren, wat gebeurt er achter de schermen in je meterkast en wat kun — of moet — je zelf doen om je huis veilig te houden?
Exclusief voor Bright++ abonnees: vroegtijdig toegang tot de tekst-versie van de videoreview:
Het onzichtbare gevaar in de meterkast: terugleveren op een volle groep
De grootste zorg rondom plug-in thuisbatterijen heeft te maken met vermogen. Een plug-in accu werkt doorgaans via een P1-meter in de meterkast: die meet wanneer er een overschot aan zonnestroom is om op te slaan, en wanneer het huis juist extra stroom vraagt.
Fabrikanten schermen graag met hoge laad- en ontlaadsnelheden. Zo zijn er modellen op de markt die met 2000, 2700 of zelfs 4000 watt kunnen geladen en ontladen. Een batterij is met zo'n hoog vermogen sneller vol en sneller leeg, maar daar schuilt precies het risico.