©Meta

©Meta

AI-datacenters – het slechte nieuws: ze kosten veel stroom. Het slechtere nieuws: ze zijn niet upgradebaar

Praat mee!
Eindredacteur
Floris is eindredacteur van Bright, host van de Bright Podcast en schrijft al 15 jaar over tech, media en meer.

Een AI-datacenter van één gigawatt kost al snel 38 miljard dollar om neer te zetten – en dat is dan nog maar de bouw. Wat ze er niet bij vertellen: over een paar jaar kan diezelfde faciliteit alweer waardeloos zijn. Niet omdat het gebouw instort, maar omdat de gebouwen nou niet echt upgrade-baar zijn.

Dat AI-datacenters bakken met stroom vreten, weet iedereen inmiddels. Onderzoeksbureau Epoch AI rekende het uit voor een typisch datacenter van 1 gigawatt: naast de 38 miljard dollar aan bouwkosten komt er jaarlijks nog eens 0,9 miljard dollar aan operationele kosten bij – waarvan energie met 0,6 miljard dollar de grootste post is. Klinkt indrukwekkend, maar het is niet eens de echte schrik van het verhaal.

Want zet je die energiekosten af tegen de rest, dan blijkt stroom relatief goedkoop. Volgens Epoch AI zijn servers met zo'n zestig procent van de totale kosten verreweg de grootste kostenpost, ver voor energie, onderhoud, personeel en grond. En dat is precies waar het pijn gaat doen: die servers zijn sneller versleten dan het gebouw eromheen.

Waarom je oude datacenter geen AI kan draaien

Een gewoon kantoorrek trekt zo'n 5 tot 15 kilowatt aan stroom. Nvidia's eerste AI-racks met H100-chips zaten al op 20 tot 40 kilowatt. Met het Oberon-systeem uit 2024, waarin 144 GPU's als één server samenwerken, ging dat naar tien keer zoveel. En in 2027 volgt Kyber: 576 GPU's in één rek, goed voor 600 kilowatt – vergelijkbaar met het stroomverbruik van 500 huishoudens, in de ruimte van een archiefkast. Goldman Sachs noemt dat vijftig keer zoveel stroom per serverrek als vijf jaar geleden.

Bij die dichtheid houdt lucht als koelmiddel het simpelweg niet meer bij. Het gebouw dat nog met airco's was uitgerust voor de vorige generatie chips, kan de hitte van de nieuwe niet kwijt. Vloeistofkoeling vraagt om leidingen, verdeelunits en lekdetectie die er in de meeste bestaande hallen helemaal niet zitten – en die je niet zomaar bijbouwt zonder de boel plat te leggen.

Erger nog: zelfs als je het gebouw wél ombouwt, loop je tegen een tweede muur op. Een datacenter is niet beperkt door vloeroppervlak, maar door de aansluiting op het stroomnet. Pak je bijvoorbeeld je bestaande netaansluiting en vul je die met de nieuwe, veel hongerige rekken, dan zit je al bij een fractie van je oude vloeroppervlak aan je maximum. De rest van de hal staat leeg, zonder dat er nog stroom over is om hem te vullen. Goldman Sachs verwacht dat de volgende generatie chips, met dichtheden voorbij wat huidige stroom- en koelsystemen aankunnen, definitief een einde maakt aan het hele idee van ombouwen.