© Unsplash

© Unsplash

Waarom een zonnepaneel op zondagmiddag het klimaat nauwelijks nog helpt

1Reacties
Redacteur

Een windmolenpark dat 's nachts een kolencentrale vervangt, doet veel meer voor het klimaat dan eentje dat op een zonnige zondagmiddag alleen zonnepanelen verdringt. Dat laatste gebeurt steeds vaker. Twee Amerikaanse economen brachten in kaart waar dat verschil vandaan komt.

De elektriciteitsmarkt werkt in feite als een wachtrij. Elk kwartier schuiven producenten aan met een prijs en de goedkoopste mogen als eerste leveren. Zon en wind staan altijd vooraan. Daarachter volgen centrales met oplopende marginale kosten, zoals kerncentrales, kolen- en gascentrales.

De duurste installatie die nog net aan de beurt komt, doet als eerste het licht uit zodra er ergens extra groene stroom binnenstroomt. Economen noemen die de marginale centrale. Wat er op dat moment op die laatste plek staat, bepaalt de complete milieuwinst van een nieuwe windmolen of zonne-installatie.

Harrison Fell van de North Carolina State University en Daniel Kaffine van de Universiteit van Colorado in Boulder brachten alle factoren in kaart die bepalen wie die laatste plek inneemt. Hun conclusie: twee technisch identieke kilowatturen kunnen maatschappelijk mijlenver uit elkaar liggen. Dat blijkt uit hun overzichtsstudie, die gepubliceerd is in het vakblad The Energy Journal. De twee deden zelf geen nieuwe metingen, maar brachten bestaand onderzoek naar Amerikaanse elektriciteitsmarkten samen.

Nacht of middag maakt alles uit

Het tijdstip blijkt cruciaal. Draait een windmolen midden in de nacht, dan is de kans groot dat er een kolencentrale voor terugschakelt. Dat scheelt flink wat CO2 en bovendien een hoop fijnstof en stikstofoxiden in de directe omgeving.