
©Unsplash
Waarom koudwatervrees voor een tweedehands EV onnodig is (als je goed meet)
Wekelijks vraagt wel iemand in mijn omgeving me welke auto ze moeten kopen. Mijn antwoord is vrijwel altijd hetzelfde: ga voor elektrisch. Maar in minstens de helft van de gevallen zie ik meteen koudwatervrees. Want wat als die accu na een paar duizend kilometer de geest geeft? Vervanging kost immers duizenden euro's.
Toch is precies die angst de vreemdste paradox in de autowereld. Een tweedehands elektrische auto is namelijk in potentie de veiligste gebruikte aankoop die je kunt doen. Mits je weet waar je naar moet kijken.
Als je een gebruikte benzineauto koopt, koop je altijd auto die technisch gezien grotendeels een mysterie blijft. Een haarscheurtje in de cilinderkop of een licht versleten koppakking zie je aan de buitenkant niet en voel je vaak niet tijdens een proefritje. Je rijdt er duizenden kilometers mee rond totdat de motor ineens oververhit raakt en je geconfronteerd wordt met een catastrofale garagerekening.
Bij een EV zit het duurste onderdeel (het batterijpakket) fundamenteel anders in elkaar. Een accu kun je vooraf tot op het allerkleinste niveau digitaal doormeten. Je hoeft niet te gissen naar de mechanische staat; de computer vertelt je exact hoe elke individuele cel ervoor staat.
Wat de cijfers echt zeggen over accu-gezondheid
Uit grootschalig onderzoek van het Britse Generational onder zo'n 10.000 gebruikte EV's blijkt dat de gemiddelde accu er uitstekend voor staat. De gemiddelde capaciteit (State of Health of SoH) ligt op een keurige 95,15 procent. Bovendien is het spanningsverschil tussen de cellen bij een doorsnee occasion verwaarloosbaar: de mediaan ligt op slechts 8 millivolt (mV).