Tests

Duurtest Citroën C3: design favourite

21 december 2017 12:57

We reden vier weken met Citroëns guitige C3 met ingebouwde dashcam. Het was echter niet de technologie, maar het interieur dat ons positief verraste.

Citroën is terug. Met de C4 Cactus liet de Franse automaker merken zijn streken niet verloren te zijn, met de C3 bewijzen ze dat de transformatie verder gaat dan 1 model diep. De C3 die wij reden doet hetzelfde trucje als de C4 Cactus in een andere klasse. Precies daar goed zijn waar het belangrijk is: waar je het merkt. 

Het is eenvoudig om enthousiast te zijn over een auto van € 80.000 met stoelverwarming en massage. Een karretje van rond de € 20 zonder dat soort comfort moet op andere punten goed zijn om indruk te maken. De C3 is wat minder polariserend dan de eerste generatie C4 Cactus, maar nog steeds kenmerkend anders dan wat er verder op de weg te zien is.

Miniatuurvoorbeeld

De airbumps zijn subtieler en kleiner, maar breken het deuroppervlakte visueel wel, waardoor de relatief eenvoudige vorm spannender wordt. De donkergrijze wielkasten suggereren dat de wielen groter zijn dan ze zijn (en die zijn al best wel groot), waardoor de stance van de auto volwassen en zelfverzekerd is voor een relatief klein karretje. De neus herbergt een paar langwerpige dagrijlichten boven de gewone lampen. Omdat we zo gewend zijn om de bovenste lampen als de "ogen" van de auto te zien, worden we gedwongen echt opnieuw te kijken naar het gezicht van de C3.

Architectonische kleurvlakken

In tegenstelling tot de C4 Cactus zijn de ontwerpkeuzes relatief behoudend. Geen dakrails die zweven, geen dubbele rij luchtbubbels in de zijkant. Hier is een evolutie gaande, geen revolutie. De verfijning in het exterieurontwerp zet binnen door. Trek de deur open en je vindt geen grijze stoelen en functioneel saai dashboard, overal gebeurt iets, zonder dat het overweldigend overgedesigned is. Wil je echt kritiek leveren, dan zou de vorm rond de klokken nog wat ingetogener mogen, maar dan ben je echt op zoek. De manier waarop de deurgreep in een uitstulping is gevangen, de architectonische kleurvlakken op de stoelen: het is verfrissend om zo'n nieuw interieur te zien dat niet gek is om gek te zijn, maar subtiel speelt met verwachtingen. 

Je zou haast vergeten dat de auto ook nog vooruit moet. Ja, er zit een motor in. Een driecilinder die klinkt als een tweecilinder van 1,2 liter en 110 pk. Het is een motor die je bijna vergeet en dat is in deze klasse prima. Inhalen op provinciale wegen moet met beleid, maar het motortje is opvallend stil. De 5-bak in onze testwagen komt eigenlijk 1 verzet te kort (en de plek van de achteruit waar je de 6 verwacht is even wennen), maar we rijden gemiddeld ongeveer 1 op 17 zonder ons best te doen. Wil je in deze prijsklasse vooral een fijne motor, dan zul je bij Ford moeten shoppen, maar daar kreeg je dit interieur dan weer niet.