Tests

Duurtest Fiat 124 Spider: conclusie

19 augustus 2017 12:08

Vier weken in onze Italiaans-Japanse bolide en we nemen met meer verdriet afscheid dan ik een week geleden had gedacht.

Door het bladerdak flikkerde de zon, de fel blauwe Fiat stoof er onder door en alles klopte even. Opeens begreep ik waarom al die automerken zo hun best doen om locaties te vinden met fantastisch eten, mooi weer en lege prettige weggetjes. De indruk die je van een auto krijgt ligt net zoveel aan de omstandigheid waarin je hem rijdt, als aan de eigenschappen van de auto zelf.

De Fiat steeg opeens boven zichzelf uit in de bossen van Drenthe, met de kap open, glinsterend in ongelijkmatig licht. Plotseling kreeg ik zelfs het idee dat deze auto wel eens geschikter zou kunnen zijn voor deze situatie dan de Mazda MX-5 die we vorige maand reden. Die auto is technisch superieur, mooier om te zien en directer om te besturen. Maar de Fiat heeft een zweem van Dolce Vita waar een Japanner nooit aan kan komen. Daar ruik je altijd de efficiency. 

En dus was het toch nog moeilijk om de Fiat in te leveren. Want ik had een momentje met deze auto. Wie daar niets van begrijpt, moet ver weg blijven van de Fiat. Maar de vele bewonderaars die hier op de oprit foto's maakten van de Italiaan, maakten zich niet druk over het land waar de fabriek stond of het idee dat de motor indirecter was. Die hadden genoeg aan een knap model, een goeie kleur en een kap die naar beneden kan. 

Volgende maand is het over met het genieten en rijden we de Opel Ampera-E.