Achter de schermen

Exclusief: op bezoek bij het Peugeot Design Lab

22 september 2018 08:13

Het gebeurt niet vaak dat het Peugeot Design Lab zijn deuren opent voor bezoekers. Directeur Cathal Loughnane gunt een blik achter de schermen van het ontwerpbureau, waar van alles en nog wordt ontworpen.

De taxichauffeur moet flink wat moeite doen om de entree van het Peugeot Design Lab te vinden. De ontwerpstudio ligt in Velizy, een voorstad op een uur rijden buiten Parijs in een hermetisch afgesloten complex. Bij aankomst zijn er naast de hartelijke ontvangst pasjes en draaihekken die de talloze gebouwen in veiligheidszones verdelen. 

Hoewel de namen verwarrend veel op elkaar lijken, zijn het Lab en Center twee verschillende eenheden. Het Peugeot Design Lab maakt onderdeel uit van het PSA Peugeot Citroën Design Center. Dat laatste ontwerpt auto’s voor Peugeot, Citroen en DS. 

Het Peugeot Design Lab staat daar los van. De studio is vijf jaar geleden gestart met de Ier Cathal Loughnane aan het roer. Peugeot Design Lab ontwerpt van alles en nog wat, zolang het maar geen auto’s zijn. De afgelopen jaren was de studio verantwoordelijk voor een helikopter, een tram, motorfiets en een elektrische vouwfiets.

Voor de gasten uit Nederland heeft Loughnane een programma samengesteld dat niet alleen de studio laat zien, maar ook een kijkje achter de schermen van Peugeot zelf. Want hoewel de activiteiten gescheiden zijn, is er ook samenwerking: "Als wij met het Lab een opdracht binnenkrijgen, dan kunnen qua kennis en mankracht putten uit de capaciteit van ons engineerscentrum."

Experimenteren

Eigenlijk zijn er maar twee andere automerken die er ook een serieuze designstudio op nahouden, vertelt hij tijdens de een rondleiding. BMW heeft Designworks, een studio met verschillende vestigingen overgenomen door BMW waarna de oude klanten werden behouden. Porsche heeft een losse ontwerpstudio waar zonnebrillen, parfums en horloges worden ontworpen, als extensie van het Porschemerk. 

Het unieke aan Peugeot Design Lab is volgens Loughnane het experimentele karakter en dat er zowel voor externe cliënten als voor Peugeot zelf gewerkt wordt. De studio is gevestigd in een apart gebouwtje, verscholen tussen het groen. Binnen zit een tiental designers achter computers te werken. Er staan bankstellen en overal slingeren boeken, schaalmodellen en gadgets rond.

Piano's, helikopters, fietsen

Het designlaboratorium startte in 2012. "We wilden onze kennis delen en leren van anderen", noemt hij als belangrijkste reden voor de oprichting. Al wordt er geld verdiend, er is geen primair verdienmodel. Peugeot, onderdeel van de PSA Groep, bestaat als meer dan tweehonderd jaar en draaide in 2017 meer dan zestig miljard omzet. Door voor andere branches te werken, stromen frisse ideeën het bedrijf binnen. Loughnane: "Als wij een piano ontwerpen, dan dwingt dat ons ook na te denken over waar we de speakers in een auto monteren." 

Loughnane is zowel directeur van PDL als van Peugeot Cycles, de fietsentak van het industriële conglomeraat. Sinds de start in 2012 zijn er meer dan vijftig cliënten de revue gepasseerd. Opdrachtgevers variëren van gevestigde namen als vliegtuigbouwer Airbus dat een helikopter liet ontwerpen, Alstom bestelde een tramdesign en muziekinstrumentenbouwer Playel liet een piano ontwerpen.

De studio staat vol met prototypes. Overal hangen of staan materiaalstudies en moodboards.  Onder de vlag van Peugeot zijn een foodtruck ontwikkeld, peper- en zoutmolens, mountainbikes, elektrische vouwfietsen, reistassen en sleutelhangers. Tijdens ons bezoek viel het aantal half gedemonteerde kinderwagens in de werkruimte nogal op. Om de input van nieuwe ideeën zo veel mogelijk te benutten, zijn de activiteiten van het designlab geïntegreerd in de automotive organisatie van Peugeot. Het lenen van mensen speelt daarbij een grote rol. Zij werken een tijdje aan een project. En gaan daarna, geïnspireerd en wel, weer voor de autotak aan de slag. 

Materialen

Loughnane laat de materialenbank zien waar wordt onderzoek wordt gedaan naar verschillende materialen. Hij wijst op het werk van de Nederlandse designers Vij5 uit Eindhoven. Zij maken Newspaperwood, samengeperste kranten die de vorm van hout aannemen. De drukinkt creëert een motief dat lijkt op de nerven van het hout waar het papier ooit uit werd gewonnen. Loughnane: "Dit is toegepast in het dashboard van een van onze conceptcars. Helaas bleek het na een tijdje te verkleuren. Dus daar wordt nog aan gewerkt."

Het zoeken naar contrasten tussen natuurlijke materialen en kunststoffen, past bij de designtaal van Peugeot vertelt Loughnane. De Franse autobouwer startte tweehonderd jaar geleden in Montbéliard, dicht tegen de Duits-Zwitserse grens met de vervaardiging van gereedschap en eenvoudige apparaten zoals koffiemolens. Deze werd gemaakt van materiaal dat beschikbaar was in de omgeving. Hout uit de bossen en ijzer uit de mijnen. 

Pas tachtig jaar later volgde de eerste auto, met een motor van Daimler. De geografische oorsprong bepaalt volgens hem nog steeds het DNA van het merk: "Latijnse auto’s zien er vaak geweldig uit maar zijn kwalitatief wat minder, terwijl Duitse auto’s superdegelijk en een beetje voorspelbaar zijn. Peugeot combineert die twee. Het heeft een Germaans hart voor techniek en een Latijns gevoel voor stijl."

Prototypes in VR

Verderop in het James Bond-achtige complex is de VR-studio The Cave gevestigd. De lange gangen met grote autoliften op de kop, zijn breed genoeg om twee auto’s te laten passeren. Zo kunnen prototypes alle afdelingen bereiken. Richtingaanwijzers, etagenummers en andere aanduidingen die de bezoeker op weg helpen, zijn daarentegen schaars. 

Volgens Loughnane is die onduidelijkheid opzet: wie met een zoekende blik door het complex dwaalt, wordt al snel opgemerkt. De ontwikkeling van nieuwe auto’s behoort tot hoogst bedrijfsgevoelige informatie. Vandaar ook al die pasjes, draaihekken en fotovoorschriften. “Het komt niet slecht uit dat we naast een militair vliegveld zitten”, zegt hij. Boven de campus geldt een vliegverbod.

In de hoek van de Cave staan setjes autostoelen. Hier kunnen engineers vast uitproberen hoe de cockpit van een auto bevalt. Zitten alle knopjes op de juiste plek? Hoe is het zicht rondom? “Dankzij dit soort innovaties is de ontwikkeltijd van een nieuw auto-ontwerp teruggebracht van zeven tot 4,5 jaar. Het scheelt de tijdrovende bouw van een schaalmodel”, zegt Loughnane.

Ambachtswerk

Naast heel high-tech draait automotive design ook om ambachtswerk. Loughnane toont de 'sellerie', een groot atelier vernoemd naar de zadelmakerij. Hier maken meubelmakers de prototypes van de interieurbekleding. De werkwijze verschilt niet veel van die van honderd of tweehonderd jaar geleden.

Grote naaimachines verwerken leer en stof. In een hoek ligt een bekleed autostuur, het kleine, sportieve model dat Peugeot tegenwoordig in de nieuwe generatie auto’s toepast. Loughnane wijst op een handgemaakte, lederen map met de initialen van de Franse president Emmanuel Macron: "De president rijdt -uiteraard- Peugeot en gebruikt een soortgelijk exemplaar om belangrijke documenten te vervoeren."

Conceptcars onder witte lakens

Tot slot houden we halt in een halletje met ingelijste artist impressions van conceptcars.  Loughnane glipt voor ons uit, door deur naar binnen en blijft een tijdje weg. Voor de deur sluit, is nog net een grote showroom te zien waar tal van nieuwe modellen staan opgesteld. Als we binnen worden geroepen, dan zijn deze auto’s verdwenen onder witte lakens. Een halfronde rij schermen ontneemt het zicht op wat er daarachter verder allemaal gebeurt. Maar dat betekent niet dat er helemaal niks te zien is. 

De concept cars die niet verborgen zijn, zijn modellen waarmee het automerk al naar buiten is gekomen. Loughnane wijst op details, zoals koplampen in de vorm van een leeuwenklauw en een verticale grill, die in aangepaste vorm in reguliere modellen als de 3008 en 50008 zijn verwerkt. “Concept cars zijn bedoeld als voorstudie. Het is niet de bedoeling dat ze een-op-een in dezelfde vorm op de markt zullen komen.” Hij wijst op de Onyx, een futuristische supercar in een goud-bronzen kleur die aan de kant staat te blinken: “Zoiets koop je niet met een miljoen.”

Terug in het designlab vertelt Loughnane tijdens de lunch over elektrische auto’s (er komen er een heleboel, volgend jaar volgt een big wave), de hoge kosten voor het ontwerpen van een autoplatform en de toegenomen snelheid van eerste schets tot een kant-en-klaar product in de showroom. 

Vouwfiets

Zelf is Loughnane helemaal gek van fietsen. Hij geeft een kort hoorcollege over de internationale fietscultuur, en blijkt opvallend veel te weten van de Nederlandse markt. Speciaal voor Peugeot heeft hij de perfecte vouwfiets ontworpen, zo laat hij tot slot zien. De filosofie is het verzorgen van the last mile, het laatste stukje tussen parkeerplaats en eindbestemming, bijvoorbeeld in grote drukke steden.

Het ontwerp van de nieuwe, elektrische vouwfiets, kostte Loughnane en zijn team drie jaar. Er waren tal van voorwaarden. De fiets moest in de kofferbak van een auto passen. Hij mocht niet meer dan twintig kilo wegen. Iedere eerste gebruiker moest het uitklapsysteem in een keer begrijpen. En ingevouwen diende het fietsje makkelijk op te tillen en vervoeren te zijn. Loughnane: "Dit was een van onze moeilijkste ontwerpopdrachten ooit. We zijn helemaal vanaf het begin begonnen met nadenken over de essentie van de vouwfiets."

Na enig aandringen mag er op het afgeschermde parkeerterrein van de Peugeot campus een rondje gefietst worden. Loughnane benadrukt diverse keren dat het slechts een prototype betreft: het ding is al flink op de proef gesteld. Hij wil als perfectionist de verwachtingen een beetje managen.

Het zijn dit soort ontwerp-uitstapjes waarmee Peugeot permanent zich tot vernieuwing blijft dwingen. Best knap voor een bedrijf dat meer dan tweehonderd jaar oud is.